is toegevoegd aan uw favorieten.

Het regt in Nederlandsch-Indië; regtskundig tijdschrift, 1896, 01-01-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevoelen; liij zal onder den invloed van liet formulier van onzen vloekeed liever te weinig dan de geheele waarheid zeggen; voor den moreelen mensch, die de waarheid zal belijden ook zonder eed, is deze natuurlijk overbodig, evenals voor hem, die het afleggen van den voorgeschreven eed als eene lastige formaliteit, „ein leerer Schall", beschouwt - f hij, die in de liocus-pocus van eene eedsaflegging eene bezwering ziet — zooals bij het meerendeel der Inlandsche bevolking — heeft wel altijd een middel bij de hand om aan die bezwering den kwaden invloed, waarvoor bij vreest, te ontnemen, maar daardoor zal zijne waarheidsliefde niet grooter worden. En voor den rechter'? Hoeveel zijn er niet, die eene getuigenverklaring, omdat ze nu eenmaal beëedigd is, als een waarachtige aannemen. Moins un juge est liabile ou appliqué, plus il se fait du serment un oreiller de paresse, plus il lui donne de valeur. Ayant satisfait aux formes et sauvé sa responsabilité légale, il négligé 1'essentiel, il 's attaché peu h examiner les caractères intrinsèques de la véracité du témoin. Pour un juge expérimenté, le serment ne lui inspire aucune confiance: il 1'a vu si souvent prostitué au mensonge! toute son attention se porte sur la nature du témoignage. (!)

Heeft men voor het burgerlijk recht wel meer onbetrouwbare middelen, dan den suppletoiren en den decisoiren eed? „Pour mon compte", zegt Bordeaux in zijne Philosophie, „le serment me semble plutöt un moyen de denouer les procés que de découvrir la vérité, d'arriver & un jugement plutöt qu'hlajustice"( 2 ).

(') J. Bentham, Traité des preuves judiciaires, dl. I p 181. Verg. voorts Pothier, Traité des obligations IV. chap III, seet 4. De Pinto, Strafv. II p. 323, 324, 696. Jhr. Mr. van Swinderen, Rechtsgeleerd Mag. 1882p. 1 vlg. Glaser, Beitriige p. 217. Dieph. Ned. Burg. R. 111 p. 15, 138 vlg. C. Kade, Der Eid und das Recht auf Wahrheit. Over den Chineeschen eed, Locomotief 25 Juni 1896, Mr. Lion, N.-I. Strafv. p. 733 vlg. Over den facultatieven eed, C. Kade Der Eid etc. p. 7.

( 2 ) Cicero, Pro Q. Roscio Comoedo, c. 16: Quid interest inter perjurum et mendacemP Qui mentiri solet perjurare consuerit etc.