Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ambt der Overigheid tot één geheel vereenigt, zelfstandig. God zelf heeft dit ambt, dat van zijne instelling is, tot een wreker over degene, die kwaad doen en tot lof van hen, die goed doen, de gansche wereld door en niet alleen binnen de greuzen van de Kerk zijns Zoons verordend, en heeft der Overigheid het zwaard gegeven , waardoor z.y zich van de Kerk onderscheidt; want deze is een rijk niet van deze wereld; anders, zegt de Heiland, zouden zijne dienaars er om strijden. De wet Gods en zijne geregtigheid is ook den Heidenen openbaar (Rom. I: 18, 19, 32), voor wie zijne genade in Christus verborgen is. Staat en Kerk mogen daarom niet ■vermengd worden, even zoo min als Wet en Evangelie. Maar de Wet is door de zonde krachteloos geworden j daarom kan zij, daarom kan voornamelijk het ambt van het zwaard der wet, de Overigheid, zijn doel, om de menschen aan den wil van God te onderwerpen , niet bereiken. Christus is de eindpaal der Wel: Hij is gekomen haar te vervullen. Daarom heeft de Staat de Kerk noodig; zonder haar is hij eene vraag zonder antwoord, eene schuld zonder betaling , een loop zonder eindpaal , ja ook een loop in het duister; want zelfs de kennis der wet Gods, van het eigenlijke levensbeginsel van den Slaat, is dooi de zonde verduisterd, en wordt eerst door de genade hersteld. Eene Godsdienst, welke dan ook, eene leer van God, van het hoogste goed, van de ielrekking des menschen daarloe, en eene met zoodanige leer overeenkomende praktijk moet iederen Staat ten gronde liggen , en de handelingen van iedere Overigheid leiden; reeds de oude Heidenen erkenden , dat men zonder Goden geene stad kon bouwen. Maar alleen de ware Godsdienst, het

Sluiten