Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liij echter de noodzakelijkheid van het geloof en de waarde der Heilige Schrift meer en meer te beseffen en toe te stemmen. Intusschen was hij nog Ter van tot eene vaste overtuiging gekomen te zijn, en zijn leven nog ver van Christelijk en rein te wezen. De zucht naar eer, tijdelijk gewin en zinnelijke liefde, hielden hem nog omstrikt. Ja, het was, volgens zijne eigene belijdenis, alleen nog de vrees voor den dood en het toekomend oordeel, die hem van den afgrond der zinnelijke genietingen terugriep. Doch hoe meer hij twijfelend navorschte, en hoe meer de zinnelijke neiging en het beter beginsel in heni kampten, hoe meer ook het tijdstip van zijn geloof en zijne bekeering tot God naderde. De Voorzienigheid werkte hiertoe mede. Zij liet hem de schriften der Platonikers in handen vallen. Deze, in de leer omtrent het goddelijk Woord, in zoo vele opzigten met den Apostel johanees overeenstemmende , bragten bij hem veel tot de aanneming van het Christendom toe. Zij maakten hem ook begeerig, om de verlossing door Christus, van welke bij hen niets gevonden werd, nader te leeren kennen. Die diepere inzigten omtrent het Christendom nu, welke hem tot hiertoe ontbroken hadden, erlangde hij door het lezen van de Heilige Schrift, voornamelijk van de Brieven van

paijlus.

Op dit tijdstip was het, dat augustiüus, die zich in zijne tegenwoordige levenswijze reeds niet meer vinden kon, er zeer over in het onzekere was, welke manier van leven hij voortaan kiezen zou. Hij wendde zich om raad tot een' zekeren simpliciaeus , eenen bejaarden, hoogst eerwaardigen Christen. Deze verhaalde hem de bekeering van eenen victorieus , die vroeger een beroemd Leeraar in de welsprekendheid

Sluiten