Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ceue algemeene beschouwing van de handelwijze der Godheid, cene theodicee, te leveren, noch ook de vereeniging van Gods voorzienigheid met 's menschen vrijheid in het licht te stellen. Hy bedoelde niets anders dan hen, die werkelijk Christenen waren, oj* te leiden tot nederige lofverheffing van Gods genade en ootmoedige erkentenis, dat zij aan deze, en niet aan eigene verdienste al hun heil te danken hadden (112). Hoewel dus uit zulke plaatsen, waar paulus het geloof der Christenen aan eene Goddelijke voorverordinering, verkiezing en roeping toeschrijft, en vooral, waar hij voorverordinering, roeping, regtvaardiging en verheerlijking, in ééne aaneengeschakelde opvolging aan elkander verbindt (113): hoewel daaruit de gevolgtrekking wel gemaakt is, dat het ongeloof en de ellende dergene, die tol het Christendom niet gebragt worden, desgelijks aan Gods voorverordinering volgens paulus zou moeien worden toegeschreven (114); zoo is het toch voor het minst veiliger die gevolgtrekking voor als nog terug te houden , en te zien of ook de Apostel zelf zich elders omtrent hen, die lot het Christendom niet loetreden, uitlale.

kan men reed» eenigermate oordcelen uil liet boven gezegde bl. 539, 540.

(112) Dit blijkt zoo wel op de andere aangehaalde plaatsen, als vooral Eph. I; 6, verg. II: 8, 9.

(113) Rom. VIII: 28—30.

(114) Caivïm teekent bij Rom. VIII: 28 volgg. te regt aan, dat het doel des Apostels met deze opnoeming van de orde des lieils is, om te doen gevoelen , dat de Christenen niet aan eigene verdienste, maar aan Gods voorkomende liefde alles en ook dit te danken hebben, dat hun alle dingen medewerken ten goede.

Sluiten