is toegevoegd aan uw favorieten.

Aanleg en beroep; maandblad voor beroepskeuze, jrg 1, 1925, 01-12-1925

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naast stelt als eisch, dat het moet voortgekomen zijn „aus der ratio der „Sozialen Frage". Dan zou volgens onze wet het nijverheidsonderwijs, met name de leerovereenkomst niet onder het arbeidsrecht vallen, daar de regeling hiervan is voortgekomen uit den drang tot regeling van het onderwijs. En toch wil Prof. Kaskel zelf „der Lehrvertrag" wel degelijk als een gedeelte van het arbeidsrecht beschouwd zien.

En bovendien is het begrip „Soziale Frage" zoo ruim en vaag dat het ter verduidelijking van een ander begrip niet erg dienstig is. Bij het arbeidsrecht is de arbeider betrokken in zijn verhouding tot den werkgever of tot z'n medearbeiders of wel tot den staat mooglijk ook in meerdere van die verhoudingen tegelijk. Het hier voorafgegane zal tot de overzichtelijkheid der behandeling der leerovereenkomst blijken bij te dragen. De leerovereenkomst is niet een regeling, die zonder voorafgaande maatschappelijke ontwikkeling in de wet werd opgenomen. Bij

zijn ontwerp van wet merkt Minister de Visser op dat: „het nijverheidsonderwijs uit het volk is opgekomen en zich ondanks velerlei moeilijkheden naar boven heeft geworsteld en onder vrijwel algemeene instemming om bestaansrecht vraagt".

Prof. Kaskel zoekt en vindt reeds in 't Grieksche en Romeinsche recht aanknoopingspunten. Hij wijst er op dat z.i. de leerovereenkomst reeds daar aanwezig is als de slaven door hun heeren worden toegewezen aan lieden, die na de opleiding tot een of ander beroep te hebben gegeven, hen weer overdragen in den eigendom van hunne vroegere meesters. Dit bleef niet tot de slaven beperkt doch zooals uit verschillende rechtsbronnen blijkt, werd dit systeem ook op vrijen in lateren tijd toegepast.

En het is van voldoende bekendheid dat in de middeleeuwen een goed geordend leerlingwezen een van de grondslagen was, waarop de semi-publiekrechtelijke regeling der arbeidsverhoudingen was opgetrokken. Mr. J.

LEESTAFEL

Ouders, waarheen met Dit boekje is het beste uw kind ? Uitgave van bewijs van de groote

de R. K. Teugdcentrale , ,

, , , ITi . voordeelen, die een voor de stad Utrecht

en Omstreken. 61 blz. nauwe samenwerking 1925. van jeugdorganisatie

en school oplevert.

Van gemeentewege werd te Utrecht een boekje samengesteld, getiteld de „Mogelijkheden van voortgezet dag- en avondonderwijs", waarin de bestaande inrichtingen, zoowel openbaar als bijzonder worden opgesomd. In zooverre een goede daad van B. en W. te Utrecht. Die opsomming evenwel geschiedde op een zoodanige wijze, dat aan het openbaar onderwijs alle ruimte werd afgestaan, terwijl het bijzonder onderwijs als van tweeden rang werd behandeld en zelfs tot in voetnoten teruggedrongen werd. Het geheele boekje bedoelt voorlichting te geven

aan de ouders omtrent voortgezette onderwijsgelegenheden bij het verlaten der school van hun kind en bij moeilijkheden der beroepskeuze verwijst het naar het Gemeentelijk Bureau voor Beroepskeuze, waaraan meer dan 2 pag. gewijd zijn. Het werk der katholieken op het terrein der beroepskeuzevoorlichting wordt met geen woord genoemd, zelfs van de R. K. Centrale Commissie voor Beroepskeuze-Voorlichting, die ter plaatse reeds eenige jaren werkt, wordt niet gerept. B. en W. te Utrecht verzochten ook de Hoofden der R. K. Bijz. scholen aan alle kinderen, die de school verlaten, een dergelijk boekje uit te reiken. Van zulk een propaganda op kosten der Overheid voor het openbaar onderwijs en wat daarmee inhaerent is, wilden begrijpelijkerwijze onze Hoofden niet weten. Op een bijeenkomst der Hoofden