Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet ik beamen, als ik naga, wat ik tot nu toe bemerkte van de Vereeniging. Een groot deel er van wil ik op rekening stellen van het feit, dat Voorzitter en Secretaris beiden langen tijd door ongesteldheid verhinderd waren hun krachten aan den arbeid der Vereeniging te wijden. Echter, geheel zonder nut was onze aansluiting niet. Mede op ons verzoek1) (ik meen, dat onze Commissie de eenige aangesloten Protestantsch-Christelijke Commissie is) werd voor het te houden Congres voor Beroepskeuze ook een inleider van onze richting uitgenoodigd. Het is hier overigens niet de plaats, om onze wenschen (en eventueele klachten) aangaande het beleid van het Bestuur dier Vereeniging kenbaar te maken. Op de e.v. jaarvergadering der Vereeniging zal daartoe de gelegenheid niet ontbreken. Inderdaad hebben wij onze Christelijke Psychologische Centrale voor School en Beroep, die voor de Protestantsch Christenen hetzelfde verzamelpunt behoorde te zijn als het Centraal Zielkundig Beroepskantoor dat is voor de Roomsch-Katholieken. Het zal U echter niet onbekend zijn, dat we daar nog heel ver vandaan zijn, ofschoon het oorspronkelijk in de bedoeling der oprichters heeft gelegen. Voor ons plaatselijk werk maken we van de psychotechnische keuring onzer candidaten dankbaar gebruik van de hulp van de C. P. C., landelijk beteekent deze nog weinig. Van harte hopen we, dat de straks te houden eerste jaarvergadering van de C. P. C. het begin moge zijn van meerdere activiteit der Centrale, van meer belangstelling van hen, die deze Vereeniging oprichtten.

Met het verzamelen van sociaal-economische gegevens is door onze Commissie een begin gemaakt. Inderdaad zou het heel prettig zijn, te mogen beschikken over het materiaal, dat

') Ik vermoed dat ook de aanvankelijke weigering van het Christ. Ned. Vakverbond om deel te nemen, alsmede een artikel daarover van den Secretaris van het C. N. V. in „De Amsterdammer", mede van invloed zijn geweest, om de voorloopige sprekerslijst te veranderen.

de Amst. Gem. Advies-commissie reeds heeft doen bijeenbrengen. Van de Vereeniging tot Bevordering van Voorlichting enz. ontving onze Commissie dat evenmin als van den Directeur van het Amsterdamsche Gemeentebureau. Intusschen zou het onbillijk zijn, hiervan een van beiden een verwijt te maken, omdat onze Commissie daarom nooit heeft verzocht. Als we een wensch zouden uitspreken dienaangaande, zou het zijn bespoediging van de behandeling van het z.g. „confessioneele rapport", dat voor Amsterdam nader de verhouding tusschen confessioneele en gemeentelijke voorlichting zal bepalen. Reeds voor twee jaar werd ons in een conferentie met den Directeur van het Gem. Bureau die behandeling toegezegd. Ik deel volkomen uw meening, dat in de toekomst de samenwerking zich (onder meer) hierin zal moeten demonstreeren.

Ten aanzien van Uw derde opmerking, waarin U meedeelt, tegenspraak in het verslag te ontdekken, omdat, naar onze meening in sommige steden „de samenstelling en de werkwijze der Gemeentelijke Adviesbureaux van dien aard (is), dat zonder bezwaar ook door ernstige Christenen daarvan gebruik gemaakt kan worden", wijs ik U op de thans door mij gecursiveerde woorden. We hadden hierbij niet zoozeer het oog op het feit, dat momenteel Christelijke leiders aan het hoofd dier bureaux staan, als wel op de manier, waarop de adviezen gegeven worden, speciaal in sommige kleinere gemeenten. In een afzonderlijk artikel wil ik in dit of in een ander tijdschrift gaarne nog eens uitvoeriger bespreken, hoe ik mij de „confessioneele" voorlichting voorstel; thans zou het te veel plaatsruimte vragen voor een ingezonden stuk. Voor de zaak, die U en ik, ieder naar beste weten, voorstaan, zal het trouwens bevorderlijk zijn, eerst overleg te plegen met het te Amsterdam bestaande R. K. Adviesbureau. Tot nu toe kwam door verschillende omstandigheden van voorgenomen samenwerking niet veel terecht.

Sluiten