Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

el scherpen en leiden en hen alzoo in staat stellen , om zelve van het bijzondere tot het algemeene op te klimmen, uit zich zelve tot doorzigt en overtuiging van hetgeen waar en goed is te geraken, en alzoo door eigen doorzigt en gevoel van waarheid en deugd zich te laten leiden. En wie ziet niet in, dat, zoo het niet om de schielijke verzameling var! eenige kennis, maar om wel langzaam zich ontwikkelende , doch ook voor het geheelc leven onwrikbaar standvastige levensbeginselen te doen is, deze wijze van opleiding verre de voorkeur verdient?

Alzoo nu is het dat jezus zijne Jongeren vooral tot het geloof in Hem, den Messias, den Zoon van God, den Zaligmaker der wereld, heeft opgeleid. Eene rassche, overhaaste, grootendeels op anderer gezag alleen gegronde, erkentenis van Hem als den beloofden Koning weerhoudt Hij in zooverre, dat Hij gelijk wij reeds zagen, de zijnen verwijst tot de blijden van de naauwste gemeenschap tusschen God en em die zij van den beginne af bij bestendige voortduring zouden aanschouwen. Hij zelf leert het ujne bijzondersle vrienden evenmin, als het volk, dat Hij is de Christus (13). Hoe vast dit JEzt;s stelregel te dezen opzigte was, ziet men almede uit zijn verbod, dat ook zijne Jongeren, toen zij zelve tot die klare overtuiging gekomen waren, hel niet aan anderen mogten leeren dat Hij de Christus was (14). Zelfs wanneer het van wege den Dooper Hem gevraagd wordt, of Hij is de lang verwachte Messias,

waren zamr f' ^''ar JEU'5 '0t ':cl'' c''e 'oen tegenwoordig waren , zamen zegt: „Ik zeg vlieden

(14) Slatth. XVI : 20.

Sluiten