Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wege zamen één ligchaam. Gelijk dit verschillende leden heeft, waarvan elk 7.ijne werking en zijn bijzonder doel heeft, hetwelk alles strekt tot welzijn van het geheele ligchaam, zoo bestaat ook de gemeenschap van chkistus in zijne verlosten. Gelijk hand en voet, oog en oor elkander noodig hehben, om elkanders wil en door elkander bestaan, zoo is het in de Gemeente van Christus. Alles bestaat en werkt hier tot welzijn van elkander en van het geheel. Elk deel leeft slechts in het geheel. Het lijden, dat één lid ondergaan moet, wordt door alle leden gevoeld; de heerlijkheid van één lid deelt zich aan alle overigen mede en strekt allen tot eere en tot blijdschap (13).

Christus zelf is in die gemeenschap de eerste en voornaamste. Hij is de uiterste hoeksteen, waarop het gansche Godsgebouw rust (14). Hij is het, die bij voortduring al de krachten en vermogens der zijnen in beweging brengt en de juiste rigting geeft. Hij is de stam, waarop al de zijnen als takken geënt zijn, waaruit zij alle hun voedsel verkrijgen (15). Ilij is het hoofd des ligchaams, waardoor het geheele ligchaam bestuurd en geregeld wordt, waaraan alle leden tot één geheel verbonden zijn (IC). Al de zijnen, die in den hemel en die op aarde zijn, buigen zich voor Hem ter neder en zijn aan Hem onderworpen (17). Daarom draagt ook het geheele gebouw, het geheele ligchaam zijnen naam (18). Het is niet slechts de gemeente van Christus; maar de Apostel zegt: >> Gelijk vele leden één ligchaam daarstellen,

(13) 1 Cor. XII: IS—30. (15) Rom. XI: 17—34. (17) rhilipp. II: 10, 11.

(14) (16) (18)

Epli. II: 20—22. Eph. IV : 15 , 16. 1 Cor. XII: 12, 27.

Sluiten