Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haren dwang te verlossen en Ie brengen tot de vrijheid der kinderen Gods (28).

Dit algemeene of hoofddoel wordt nu verder in de volgende bijzonderheden ontvouwd:

1. Z,ij doet het onderscheid kennen tusschen goed en kwaad. — Gelijk dit regelregt volgt uit hetgeen van hare natuur gezegd is, zoo zegt hel ook rAU«is> wanneer hij de Joden, onderwezen uit de wet, voorstelt als wetende Gods wil en beproevende, of i° staat om te beproeven, de dingen, die daarvan verschillen, daarmede strijden; hiertoe had hen hun tuchtmeester of opvoeder bekwaam gemaakt (29} Niet zelden merkt hij het op, dat door de wet de zonde gekend wordt; en nadat hij van diezelfde «et had gesproken, alsof zij de zonde kweekte en vermeerderde, maakt hij zich zeiven de bedenking, of dan de wet oorzaak der zonde iva&, en wijdt nu uit over hare heiliylieid en goedheid, en hare uitnemende geschiktheid om de menschen de zonde te doen zien, te doen zien zelfs in hare jammerlijkheid en schandelijkheid, als welke door Gods wet uitdrukkelijk veroordeeld en toch door hen, ondanks de wet en als hadde de wet er aanleiding toe gegeven, bedreven is ten hunnen verderve. In dien zin kon dan ook Mé zelfbewuste overtreding en de erkentenis van zondigheid aan de wet worden toegekend (30).

(38) Gal. III: 23—26. IV: 1 9.

(39) Kom. II; 17 en 18.

(30) Rom. III: 20. IV: 15. V: 13. VII: 7_13. Over deze laatste plaats en haar vervolg wordt hier, en later ook nog met weinige woorden een helder licht verspreid; en de Schrijver ij met regt, 7.00 het mij voorkomt, de zijde van hen, die hier *aulw m e,genen persoon en naar eigene ervaring doen voorstellen

Sluiten