Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zou moeten zien (1). En zelfs in johannes Brieven en Openbaring weinig meer, dan 't geen uit den aanvang des eersten Briefs reeds vroeger is aangehaald.

Het is alleen paulus , die ons duidelijk toont, dat hij volkomen dezelfde gedachten over jezus voorbestaan koesterde, als johannes. Ook hij spreekt van 't geen jezus vroeger was, vóór zijne komst op aarde (2); ook hij kent Hem rijkdom toe en gelijkheid aan God (3), en zegt, dat Hij het beeld des onzienlijken Gods was en is (4), en God, of een God, een Goddelijk persoon, bovenal te prijzen in eeuwigheid (5); die echter niet met de hooge Godheid is te verwarren, daar juist paulus veelmalen spreekt van den God onzes Heeren jezus Christus ; ook hij zegt, dat door dezen Zone Gods, den Eerstgeborene der schepping, God vervolgens alles heeft geschapen (6).

(1) Men kan er toe brengen 1 Petr. I: 11. III: 19, nu wij uit johannes er zeker van zijn, dat jezus vroeger bestond.

(2) 2 Cor. VIII: 9. Phil. II; 6, 7.

(3) Aldaar. liet is hier de plaats niet van aan te toonen, waarom ik mij niet kan \inden in de geheel andere verklaring van paulus gezegden door den diepgeleerden van hengel in zijn* Commentarius, onlangs gegeven.

(4) Col. I: 15. 2 Cor. IV: 4. (6) Rom. IX: 5.

(6) 1 Cor. VIII: 6. Col. I: 15, 16. Ceheel komt hiermede overeen de aanvang van den Brief aan de Hebreen (1: 2, 3), welke of van paulus hand , of ten minste uit de Paulinische school is. Hier komt echter bij de vermelding van de schepping door den Zoon, ook die van de Voorzienigheid , welke desgelijks aan Hem wordt toegeschreven. Dat die geschapen heeft ook zorgt voor het geschapene door Hem, is natuurlijk; en inzooverre kan deze bijvoeging des Briefschrijvers aan de Hebreen reeds geene bevreemding baren. Doch eigenlijk zeggen johannes en paulus ook reeds hetzelfde; want grooter blijk van voorzienende liefdezorg kan er niet

Sluiten