Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Helen leiden. Daarom hadden zy Hem ook niet lief, want, de wereld heeft slechts het hare lief (3). Ja, daarom hatcden zg Hem, wijl Hij van hunne werken getuigde, dat zij hoos waren (4), zulks door Hem vooral aan het licht kwam. Omdat Hij hun de waarheid zeide, die hen veroordeelde en bestrafte, daarom geloofden zij niet (5). Zij zochten, wij hebben het zoo straks reeds genoemd, eere van malkanderen (6), waren wijs en verstandig in eigene oogen (7), oordeelden naar het vleesch (8). En juist omdat Hij hun daarin tegen was, hen van dien vleeschelijken en wcreldschen zin tot eenen hoogeren wilde verheffen; daarom, voorzoover zij zich niet door Hem daartoe lieten verheffen, moesten zij Hem wel haten, ja, hoe meer Hij hun daarin tegenstond en zij er evenwel te hardnekkiger aan vasthielden, — des te feller. Zijn woord had in hen geene plaats (9); zij konden het niet hooren (1), niet verdragen zelfs. Daarom zochten zy Hem te dooden, in den waan , van er daarmede af te zijn, ontheven van die lastige plaag. Die waarlijk duivelsche geaardheid verweet Hij hun, daartoe door hen zelve gedrongen, openlijk en nadrukkelijk; de tegenstelling, die er tusschen Hem en tusschen hen, als door zoodanigen geest bezield, bestond, stelde Hy in hel helderste, was het ook een allerakeligst, daglicht (2). » Ik spreke, wat ik bij mijnen Vader gezien heb; gij doet ook, wat gij bij uwen

(3) Joh. XV: 19.

(5) Joh. VIII: 45.

(7) Luc. X: 21.

(9) Joh. V: 37.

(2) Joh. VIII: 38 en verv.

(4) Joh. VII: 7.

(6) Joh. V: 44.

(8) Joh. VIII: 15.

(1) Joh. V: 43.

Sluiten