Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van dit onderscheid niets vermoed; graser kent liaar ook niet. Maar, 't geen opmerkelijk is, theremIW doet in zijn gesprek, üeher Deutsche Universiteiten (2) , slechts éénen voorslag , ten einde de nu daar ontbrekende wetenschappelijkheid en zedelijkheid te verkrijgen, cn de nu daar heerschende woestheid , duëllen en staatkundige planmakerijen te<*en te gaan, en die ééne voorslag is — dat de Professoren zich met de Studenten bemoeijen en hen feloe laten werken. Ook hij kent onze akademieën niet en weet derhalve niet, dat zijn ideaal bij ons door de werkelijkheid wordt overtroffen. Allerheerlijkst wordt deze werkelijkheid in hare waarde door van heusde uiteengezet. In dit opzigt moeten onze hoogescholen blijven, wat ze zijn ; door responderen, disputeren, examens en sodalitia kweekplaatsen van wetenschappelijke zelfstandigheid.

Maar wat de godsdienstige vorming betreft, zou ik minder met van heusde dan met graser instemmen. voor deze zijn bij ons aan de akademieën niet de vereischte inriglingen. Wel hebben wij de door graser verlangde akademische godsdienstoefeningen en ondervinden haar nut, doch niet een wijsgeerig-geschiedkunde collegie, voor alle Studenten verpligt, over bet Christendom. Waarlijk , heeft de w etgever gewild , dat alle Studenten Logica cn Gricksche en Latijnsche Let lerkunde moeten houden; hij had ook moeten zorgen, dat alle zulk een collegie over het Christendom behoorden bij te wonen, een collegie, waarin jezus Christus weder moest worden voorgesteld als het keerpunt in de geschiedenis der menschheid, als de vervulling van alle vroegere wenschen, als grooter dan alle idealen der Oudheid, en waarin vooral de verhou-

(2) Zie TIIEBEMIN-, A bendstund.cn, II. Th., Bcrl. 1836, S. 07 1>9.

Sluiten