Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVERZIGT VAN DE GODGELEERDE LETTERKUNDE IN NEDERLAND, IN HET JAAR 1840.

Tweede Gedeelte.

Jaarlgks meer gevoelen wij bel raoeijelyke en min aangename van dit gedeelte van ons Overzigt, dat zich bij het praclische deel onzer godgeleerde Letterkunde bepaalt. Wetenschappelijke en alzoo voor de letterkundige geschiedenis belangrijke werken over cenig deel van hetgeen tot de ambtsbediening der leeraren behoort, komen zelden voor, en zijn , wat de Christelijke Moraal aangaat, in vele jaren in ons Vaderland niet verschenen. Van den grooten overvloed van Stichtelyke geschriften, die, hetzij oorspronkelijk, hetzij door vertaling of navolging, op den vaderlandschen bodem uitkomen , worden ons maar enkelen toegezonden, en hebben de meeslen, ook bij veel goeds, dat wij niet wenschen te miskennen, te weinig karakteristieks om als letterkundige verscfrynselen, te weinig diepte om voor het Chrislelyke leven bijzonder belangrijk te zijn. Hier komt bij, dat van de Stukken, die wij in dit gedeelte plegen te vermelden , ook zulken zijn, die derzelver belang, gedeeltelijk althans, ontlecneu van den lijd, waarin

Sluiten