Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men hoore het kleine stutje, getiteld: Vit liefde gestorven.

Uit liefde gestorven. Dit opschrift, o Heer!

Staat boven uw kruisdood, en 't predikt uw eer.

Ja enkel uit liefde, die alles kan derven,

Want wat kon u anders, o Leven! doen sterven l

Of men overluige zich van de zucht naar hooger leven en het gevoel van hetgeen den Christen geschonken is, die in den Dichter leven, door het lezen van meer uitvoerige stukken, zoo als de wereld, naar l. scheper, en vooral de heerlijke lofzang des Christen*, met het motto, dat in elk couplet treffend terug komt, t) wat is de mensch, dat gij zijns gedenkt?" hetwelk geheel oorspronkelijk van den Dichter is. En deze slaan niet alleen; wij zouden er anderen, zoo uit de oorspronkelijke als uit de nagevolgde zangen, kunnen bijvoegen. Maar hoe hooger, wij dezen Bundel schatten, des te meer smart het ons, niet zeldzaam eenen bekrompen', soms ook een' min reineu en helderen, mystieken , bijna sentimenteelen geest, vijandig legen het talent des Dichters en vooral legen het Evangelisch - stichtelijke zijner poëzij, te zien opslaan. De Dichter kent en erkent geen Christendom , dan in de menschelyke vormen, waarin hij het zich voorstelt. Is Christus hem het eenig middenpunt, het is niet eenvoudig de Evangelische historische Christus in al zijnen rijkdom, maar bepaaldelijk en eenzijdig, zoo als zijne vormen ïlein afspiegelen, een dogmatische Christus. Dogmatiek en poëzij — het onderscheid van Js Dichters eigene stukken, kan het hem, die zoo vo! poëzij is, doen gevoelen — zijn le verschillend in aard,

Sluiten