Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke aangepast is aan de natuur van de jeugd, waar de jeugd zich „thuis" gevoelt. We moeten de nieuwere hulpmidddelen van jeugdleiding, hier en daar reeds bij wijze van proef — en met succes! mits goed toegepast — aangewend, getoetst aan onze christelijke opvoedkunde en aangepast aan ons volkskarakter, doorvoeren in ons jeugdwerk. Zijn wij ook niet verplicht te zoeken naar middelen om onze jeugd te maken tot die groote krachtige karakter-menschen, waaraan onze tijd zoozeer behoefte heeft?"

Tot de noodige hervorming, tot vernieuwing wil ons Jeugdleidersinstituut voor haar deel bijdragen en meent daarom aanspraak te mogen maken op algemeene waardeering, op algemeene medewerking. In dat opzicht zijn wij grooten dank verschuldigd aan de samenwerkende instituten, de Interdiocesane Jeugdcommissie, de R. K. Leergangen en het Centraal Zielkundig Beroepskantoor; daarnaast aan de navolgende bonden en vereenigingen, die ons imet een subsidie steunen: Centraal Comité ter bevordening van Patronaatsbelangen van R. K. Jongenspatronaten; l>iocesane Bond van R. K. Jongenspatronaten in het Aartsbisdom; Diocesane Bond van R. K. Jongenspatronaten in het Bisdom 's-Bosch; R. K. Juvenaat in het Bisdom Haarlem; Diocesane Jeugdcommissie in het 5.45 u. werden de lessen gegeven. Van de door de docenten behandelde stof werden den deelnemers resumés en literatuuropgaven verstrekt.

De opleiding tot Jeugdleider is een tweejarige.

Het eerste studiejaar bepaalt zich meer tot de theorie, het tweede tot de practijk. Hoewel wij van meet af bepaalden, dat de opleiding twee jaar zou duren, hebben wij alsnog overwogen, of wij wellicht met één jaar zouden kunnen volstaan en hebben

ook pogingen aangewend de leerstof te comprimeer en, maar zijn daarvan teruggekomen. Voor een behoorlijke, vrijwel volledige opleiding tot Jeugdleider bleken tweejarige cursussen noodzakelijk. Onze bedoeling ini.1, met onze tweejarige opleiding is bevoegde jeugdleiders te kweeken. Doel is in de toekomst in elke jeugdvereeniging minstens één bevoegden Jeugdleider te bezitten, die als leider en vraagbaak voor de anderen kan optreden. Met uitzondering van de niet genoeg te prijzen offervaardigheid en heerlijke toewijding — omnium concensu als eerste eigenschap — wordt nog dikwijls aan de meest elementaire eischen niet voldaan.

Er zijn tal van jeugdvereenigingen, waar zoo goed als geen der „commissieleden" geabonneerd is op „Het Patronaat , we zwij'gen maar van andere tijdschriften op dit gebied, er althans nooit kennis van nemen; van literatuur op het gebied van vrije jeugdvorming — theoretisch en practisch — niets afweten; die in allen ernst en ter goeder trouw meenen, dat zij genoeg gedaan hebben, met het negatieve, de jeugd eenige uren van de straat te houden en bijeen te brengen onder hun „surveillance".

Onze plaatselijke Jeugdcentrales hebben hun banden vol met de veelomvattende zorg voor avondscholen e.d., zoodat voor technische voorlichting aan de aangesloten jeugdorganisaties geen tijd beschikbaar is. De H. Vader zeide in 1921 tot den vertegenwoordiger onzer Katholieke Jeugdorganisatie — naar den stand van ons jeugdwerk vragend —, waarop het respectabele aantal der aangesloten leden ge-

Bisdom 's-Bosch; Diocesane Jeugdcommissie in het Bisdom Haarlem; De Vereeniging „Voor Eer en Deugd" en de Centrale Jeugdcommissie voor Sobriëtas. Voorts aan de navolgende bonden, die deelnemers

Sluiten