Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lieten beslaan, en oordeelden, dat zij, zonder krenking van de eenheid des Christendoms, naast elkander0 slaan konden (4), indien zij elkander verdroegen en le zamen de waarheid in liefde betrachleden. Want eenheid des Christendoms is niet eenheid van slelsel, eenheid van begrippen, maar eenheid van geest, die le midden der grootste verscheidenheid aanweiig zijn kan, ja zich in die verscheidenheid zelve het meest openbaart. Inderdaad, deze onderscheiding welke nog aan zoovelen vreemd schijnt, die,

ingenomen met het Evangelie, het heil der Gemeente zoekende, zich evenwel geene andere eenheid voorstellen dan eene dogmatische, op overeenstemming, zoo niet in alle, dan toch in zekere boven andere geachte leerbegrippen gegrond — ligt in den aard der zaak en is in de geschiedenis des Christendoms van deszelfs oorsprong af voorhanden. Ziel men zoo gaarne op die eerste tijden, om daaraan wat Christelijk is le beproeven, och dat men uit dezelve die onderscheiding leerde kennen en op onze dagen loepassen! "Waarlijk, dat is behoefte voor den lijd, die ons roept om le bewaren de cenigheid des gecsles, maar niet minder om denzelfden geest in verscheidenheid van vormen te erkennen. Mogt daartoe ook dit werk van KEA.SDER, mogt daartoe ook ons verslag van hetzelve medewerken, wij Muden gelooven iets goeds voor de Gemeente gedaan te hebben, en onze arbeid zou mede het zijne toebrengen, om, geheel in den geest en naar den wensch van den naar geest en hart Chrislelijken Schrijver, ook in ons Vaderland,

(4) Merkwaardig is dit vooral in de JerUzalemsche Kerkvergadering, Hand. XV, en den Brief, alleen aan Heiden-Christenen geschreven.

Sluiten