Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cm de wereld, dc aarde, of ook hier, hemel en aarde, is door Hem gemaakt, en de wereld, de menschenwereld, wier wording dus ook van Hem was uitgegaan, heeft Hem niet gekend, heefl Ilem, in zyn eigenlijk weien, niet weten te vatten. En van 's Heeren betrekking tot het Israëlielische volk sprekende, aan hetwelk Hij door de afstamming zijner moeder toebehoorde, verklaart hij: Hij is gekome?i tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen (2).

Dit moei dan ook ten opzigte van joiiaknes worden onder het oog gehouden, dat, schoon hij die boven gezegde benamingen van anderen ontleende, ze echter in zijne beschouwingswijze van het Christendom uitnemend pasten. Stonden God en menschen, naar de eigene verkondiging des Zaligmakers (3), als licht en duisternis, tegenover elkander: hoe geschikt dan, Hem, die de ware gemeenschap lusschen beide moest aanbrengen, als het licht, als het waarachtige licht te doen kennen! En was de toestand der van God vervreemde menschheid evenzeer een geestelijke dood, waartegenover de Godheid als het eeuwige leven zelve moest gedacht worden: hoe passend dan, Hem, die de menschheid uit dien dood in het leven zou doen overgaan (4), als het eeuwige leven bij, of in vereeniging met den Vader, voor te dragen!

Het eigenlijke doel der menschwording van Gods Zoon ligt in het voorgaande reeds opgesloten. Het zal echter noodzakelijk wezen, daarbij opzettelijk nog een weinig stil te slaan. Het is, opdat wij — Chris-

(3) Ev. Joh. I: 10, 11. (3) 1 Joh. I: 5. (4) III: 14.

Sluiten