Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was do bedoeling van liet heilige loven en sterven van ciimsTus, dezo Christelijke gemeenschap te vormen; en deze kleino kring moest weder het middel zijn, om al meer en meer anderen tot Hem te brengen; en met allen, die immer tot Hem komen zouden, ja met de geheele wereld, was het zijn doel, allen in éénen geest met elkander te vereenigen tot ééne Goddelijke Gemeente. Hoort, hoe Hij het in zijn hemelsch gebed zoo verheven en zoo eenvoudig tevens uitspreekt: » Ik heilige my voor hen, opdat ook zij geheiligd zijn, en door hen velen in mij gelooven en die allen één zijn, opdat alzoo ook de wereld geloove, en allen, allen één worden, gelijk wij, o Vader! één zijn, dat zoo allen in vereeniging met ons één worden, volmaakt onderling vereenigd" (5).

Zoo is het dan wel het groote werk en het groolc doel geweest der verschijning van Gods Zoon op aarde, eene Gemeente, eene Kerk te slichten. En het verwondert ons niet, dat jezus zelf, wiens geheele geest daarmede vervuld was, zoo dikwijls, ja bijna onophoudelijk daarvan sprak, dan onder de aloude Joodsche benaming van het Godsrijk (6), en dan weder onder het beeld eener kudde (7), eens wijnstoks (8), of wel eener heilige familie (9). Maar evenmin verwondert het ons, dat jezus zelf daarvan eerst o.p het einde zijns levens meer klaar spreken kon, en den aard zijner Kerk niet zoo duidelijk in woorden heeft voorgesteld, als wij het wenschen zou-

(5) Joh. XVII: 10-23.

(0) Mattli. IV: 17. V: £0. VI: 33. XII. XVIII: 3. XXIV: 14. Luc. XII: 32.

(7) Joh. X: 16. (8) Joh. XV: 1 volgg.

(9) Matth. XII: 49 volgg.

Sluiten