Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooreerst dan het gronddenkbeeld is dii, dat de Gemeente van Christus is een levend geheel. Een geheel; niet cene opeenstapeling of zamenhooping van afzonderlijke wezens, die elk op zich zelve en voor zich zelve bestaan en werken. Niet elk een is het ligchaam, maar wij zijn elkanders medeleden , die aamen het ééne ligchaam uilmaken (?) En dat is een levend geheel, niet een dood werktuig, hetwelk of geheel of gedeeltelijk door cene kracht van buiten bewogen of gedreven moet worden; gelijk de verschillende raderen van een kunstwerk door enkele hefboomen of veeren in beweging gebragt worden en dat geheele werktuig door eene kracht van buiten wordt in werking gesteld en gehouden. Neen, het is een levend, organisch geheel, een, door den levenden God geschapen, levend ligchaam, hetwelk zijn levensbeginsel, zijn' levenden en Goddelijken geest in zich zelf heeft, en welks leden allen, door dat levensbe«iusel bezield, door eikanderen en voor eikanderen

Ö '

leven en werken (3).

Ten tweede: hiermede is hel onafscheidelijk verbonden, dat die Gemeente een gemeenschappelijk goed, en een gemeen belang heelt. Het gemeenschappelyk goed, dal het bezit van elk der leden is, is het geheele ligchaam, met al wat hetzelve toekomt. God, die hetzelve gevormd heeft en door Christus bestuurt, is niet alleen boven allen vei heven hun ten zegen, maar ook in hen allen levende door zijn' geest, waardoor Hg hen allen bezielt (4). Christus is bun aller Hoofd, door wien zy allen be-

(2) Rom. XII: 5. (4) Eph. IV : 0.

(8) 1 Cor. XII Eph. IV.

Sluiten