is toegevoegd aan uw favorieten.

Jezuïeten-missies; maandschrift, 1939, no 34, 01-07-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bimola, haar kindje, in de armen. Lastig ! Niet dat Bimolatje stout is, maar je moet alle vijf minuten de witte rijst uit den vijzel schrabben en er weer niet-onthulselde in gieten.

« Coên dag ! ». Een flinke, sterke man groet in 't voorbijgaan. Een glimlach en... of hij misschien een hand kan toesteken. 0 ja !, wil hij Bimolatje even in den arm houden ? Gaarne. De gedienstige wandelaar zit naast den vijzel neer en praat gezellig over weer en oogst en vee, en over de wereld, die heden ten dage toch zoo slecht wordt, en over het genoegen, dat er ligt in het bewijzen van eiken dienst. « Bloem I » bevestigt de stamper eiker» zin met een uitroepingsteeken.

Plotseling — o gruwel I — terwijl de moeder den zwaren wipbalk optilt en den stamper hoog opheft, daar heeft die vriendelijk behulpzame boer het kind in den vijzel neergezet I De vrouw houdt haar adem in... Licht zij den voet een stond van den balk, dan slaat ze haar eigen kind den schedel te pletter... Haar oogen staren wijd open, het koude zweet breekt haar uit, een rilling vaart haar door de leden. Ze staat als versteend van plotselingen angst. Een tweede Niobe. Haar voet zit als vastgenageld op het wiphout, terwijl haar kind lieftallig lachend de armpjes uitstrekt naar het blok hout boven zijn hoofd... Het zwaard van Damokles...

Waar bleef die schurk ? Hij is de hut binnengeloopen, kisten en kasten aan 't openbreken. Daar gaat hij er van door met de zuur gewonnen spaarcentjes van een doodarmen daglooner I

« Eeh !.. » Eindelijk breekt een langgerekte kreet uit de keel van de wanhopige moeder. De buren snellen haastig toe... Helaas, te laat I Te laat... om den dief te achterhalen althans. En terwijl de moeder hartstochtelijk haar lieveling op het hart drukt, zucht het zakkende wiphout en zegt de vallende stamper dankbaar « ploem »...

EEN OLIFANTENHISTORIE

Er staat ergens in Het Boek van de Koningen « erat cibus regis, per singulos dies : iederen dag sloeg de koning naar binnen » — en dan volgt het menu : tien vetgemeste ossen, twintig andere, honderd schapan... en de rest.