Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De meisjes, die nog talrijker zijn dan de jongens, bezetten het eigenlijke klassengebouw, even doelmatig ingericht als in België, met op de verdieping een ruime, wel verluchte slaapzaal, met badkamers enz..

Daar luidt opeens de klok het eind van de lessen. Op de speelplaats staan vier lange autobussen achter elkaar; vele moeders, een aantal boy's wachten op de kinderen... Een paar minuten later en — onder het waakzaam toekijken van een zwarten soldaat — zit het kleine grut in de wagens. Rarrra !f !f !... De zwarte soldaten zitten elk aan een stuurwiel en daar gaan de bussen ! leder naar haar eigen wijk, want Leopoldstad, Kalina, Kinsjasa tot aan de brouwerijen — dat is 12 kilometer ver. Dien afstand leggen de bussen vier maal per dag af, twee keer voor het naar school gaan, 's morgens en om twee uur, twee maal om de kinderen te halen : 1 1 uur 's morgens en halfvijf in den namiddag.

De grooteren zijn ondertusschen op de fiets gesprongen. Na een paar minuten blijven nog slechts enkele internen over, wier ouders in het binnenland verblijven...

De bekomen uitslagen beloven veel voor de toekomst : deze kinderen van kolonialen, morgen zelf kolonialen, zijn niet meer aan zichzelf overgelaten, niet meer zonder familie, zij zullen niet meer zijn, wat ze anders dreigden te worden : « gedeclasseerden ».

Dinsdagavond komt P. Van Hoof zich weer bij het gezelschap voegen, want hij is even een goeden dag gaan zeggen aan twee nichten, beiden religieuzen, waarvan eene P. Dave heeft verzorgd, den jongen scholastiek van de Zuiderprovincie, die pas zes maanden in de missie, aan een bloedvergiftiging is bezweken en, tot het laatste een voorbeeld van vroomheid, zijn leven offerde voor de missie.

Kimoewenza.

Woensdagmorgen brengt de auto het gezelschap naar de bakermat van de missie : Kimoewenza, waar onze paters zooveel hebben geleden, waar P. Liagre, twee scholastieken, een broeder, een zuster van 0. L. Vrouw rusten, en waar nog eenige van de

Sluiten