is toegevoegd aan je favorieten.

Dietbrand; maandschrift, jrg 5, 1938, no 3, 01-03-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lectueele kringen met een merkwaardige mentaliteit behept te zijn een mentaliteit, welke wij bij geen enkele nationale qemeenschap in die mate aantreffen. Vergissen wij ons, wanneer wij in die «geestesgesteldheid» de volgende drie factoren (ondeugden, kan men zeggen!) vaststellen, die, met elkaar verbonden, uit elkander voortvloeiende, in werkelijkheid slechts één ondeugd uitmaken, en die zijn:

een zeer bizondere opvatting van de « wetenschappelijke objectiviteit » ;

een opvallend gemis aan critischen geest;

een absoluut gebrek aan politieken zin ?

* ★ *

Wanneer men, ook tegen z n wil en dank, enkele jaren heeft moeten doorbrengen in de scholen, waar Frankrijk zijn qroote « ambtenaren >> vormt, die altijd zijn geluk zijn geweest en het ook verder blijven, en men daarna zichzelf terugvindt in de meest vooraanstaande kringen van het Dietsche intellect, dan vermag men ineens de geschiedenis te verklaren en het heden te verstaan.

Het wordt zoo iemand dan duidelijk, waarom de Nederlanden — zooals trouwens de rest van het groote Germanje — er met toe gekomen zijn, zich in den loop der eeuwen te « realizeeren ».

Hij begrijpt hoe een land als Frankrijk — een land dat qeen dynamisme, geen vitaliteit, geen liefde tot het leven meer bezit ; een land waar een intensieve inwijking en de «naturalisatie » van ontelbare halfbloeden niet eens meer in staat zijn om een evenwicht te scheppen tusschen het aantal wiegen en het aantal doodskisten; een land waar, trots den aangeboren militaristischen grootheidswaanzin, trots de kolossale bewapening en de inlijving met geweld van groote troepen kleurlingen, de krijgsmacht eiken dag geringer wordt bij gebrek aan « menschenmatenaal » ; een land welks rijkdom voortdurend vermindert onder de elkaar opvolgende bankeroeten die met schoone woorden als « devaluatie » e.a. worden verbloemd ; een land welks productievermogen geknot wordt en stilqeegd door de vele maatschappelijke onlusten en een op den klassenstrijd stoelende anarchistische wetgeving ; een land dat in de wereld niets meer vertegenwoordigt dan het verouderde dat geen waarachtige dichtkunst meer heeft (wijl zijn laatste letterkundigen er zich toe beperken, sedert Racine altijd opnieuw dezelfde ontleding te plegen van liederlijke obsessies, dezelfde behandeling van tegennatuurlijke gevallen ) geen oorspronkelijke kunst, geen eigen gedachte; een land waar de eenige « mystiek », die werkelijk van tel wordt qeacht, de mystiek is van het « Frente popular » en het