is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 19, 1896, no 2, 01-02-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van subjectieve inzichten, welke enkel in het oog van hem die ze te berde brengt aanbevelenswaardig zijn en welke met een vertrouwen worden medegedeeld en met eene hardnekkigheid verdedigd , die in omgekeerde reden staan tot hunne aannemelijkheid. Dit heeft de heele quaestie een' slechten naam gegeven bij kalm gestemde philologen." 1)

Hoewel ik alle vorige pogingen om in het geheim door te dringen met ongeveer dezelfde gevoelens beschouw als die van den vos in de fabel, toen hij zag dat alle voetsporen naar binnen leidden en geen enkel buiten het hol kwam, verzoek ik mijne lezers mij te volgen bij het werpen van een' vluchtigen blik op die theorieën welke tot dusverre meestal zijn beschouwd als de draad die tot de oplossing van het probleem zou leiden. Bij hare vermelding zal ik die bijnamen gebruiken, waaronder ze bekend zijn bij de lezers van de discussie tusschen Max Muller en Whitney.

Eerst komt de oude bow-wow (waf-waf) theorie: de oorspronkelijke woorden waren klanknabootsingen ; de mensch deed het blaffen van honden na en verkreeg daardoor een aangeboren woord met de beteekenis van „hond" of „blaf".

De volgende theorie is de ding-dong (bimbam) theorie , volgens deze is er eene eenigszins mystische harmonie tusschen klank en zin : „er is een wet, welke in nagenoeg de geheele natuur heerscht, dat alles waarop men slaat klank van zich geeft. Elke zelfstandigheid heeft haar bijzonderen klank. Groud geeft een anderen klank dan tin, hout een anderen dan steen, en haar gelang van den aard van iederen klop ontstaan verschillende klanken. Evenzoo ging het met den mensch. „Taal is de uitslag van een instinct, een vermogen aan den mensch in zijn' oorspronkelijken toestand eigen ; waardoor elke indruk van buiten zijne stemuitdrukking van binnen kreeg." Maar dit „scheppingsvermogen dat aan elk begrip, als het voor de eerste maal door het brein trilde, eene phonetische uitdrukking gaf, ging te niet als zijn doel bereikt was." (Max Muller, die evenwel deze theorie heeft prijs gegeven).

De pooh pooh (bah-bah) theorie ontleent de taal aan tusschenwerpsels, instinctieve uitroepingen , die door pijn of andere hevige aandoeningen of gewaarwordingen den mensch ontlokt worden.

De vierde en laatste van deze theorieën is de yo-he-ho, welke

') Oriental and Linguistic Studies, I, 279.