is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 19, 1896, no 3, 01-03-1896

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij heeft hem een aardig stuivertje aangebracht, hij heeft daar een aardig duitje aan verdiend. Door den verkleiningsuitgang wordt het euphemisme in de meeste dier uitdrukkingen nog versterkt.

C. J. Vierhout.

Is de zin: Niet ik heb gelogen, bevestigend of ontkennend?

In Nr. 3 van den achttienden jaargang van Noord en Zuid, wordt door den Heer M. K. de Jong beweerd, dat de zin: Niet ik heb gelogen, voor een bevestigenden zin moet gehouden worden.

Waarom ik het met die bewering niet eens ben , wensch ik hier uiteen te zetten.

Volgens de meening van den Heer de Jong zou de zin: Niet ik heb gelogen gelijk staan met dezen: Een ander heeft gelogen. Bij eenig nadenken zal het iedereen duidelijk worden, dat hier een bewering vereenzelvigd wordt met een gevolgtrekking, die er op kan gebouwd worden. Als het vast staat, dat niet ik gelogen heb, dan kan het zijn, dat een ander het gedaan heeft, maar het is ook mogelijk , dat er volstrekt niet gelogen is. In elk geval moet onderscheid gemaakt worden tusschen een bewering en een gevolgtrekking, die men naar aanleiding daarvan maakt.

De ontkenning richt zich altijd tegen een beproefde synthese, en veronderstelt alzoo een in ons zeiven opgekomen of door anderen uitgesproken verbinding van subject en predicaat. Het doel van een ontkenning is altijd een geveld of beproefd oordeel te rectificeeren, en het ontkennend oordeel kan alzoo niet als een even oorspronkelijke species van het oordeel als het positieve oordeel beschouwd worden.

Wanneer de ontkenning een bewering afwijst, volgt zij daarmede al de verschillende soorten van uitspraken en verklaart voor valsch, wat deze inhouden.

Tegenover het oordeel, dat twee voorstellingen wil verbinden , plaatst de ontkenning de scheiding. Apen zijn geen menschen , — rood is niet blauw, — vrijheid is geen bandeloosheid, — deze oordeelen weren een dreigende verwisseling der dingen af, verzetten zich tegen de opheffing van verschillen in den inhoud der voorstellingen.