is toegevoegd aan je favorieten.

Katholiek sociaal weekblad, jrg 12, 1913, no 11, 15-03-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

spanning kunstmatig de prijzen hoog gehouden hebben. Het is wel luidruchtig genoeg beweerd, maar waar in Duitschland niemand zoozeer op de vingers gekeken wordt als de boeren en de landjonkers, daar had men toch ook wel even het bewijs kunnen leveren. Dit is niet gebeurd en bovendien lijkt het theoretisch haast onmogelijk. Daarom kunnen we wel concludeeren dat, hoewel onder omstandigheden kunstmatige prijsverhooging door middel van kartels niet buitengesloten is, in dit speciale geval daar nauwelijks sprake van kan zijn.

De oorzaak is ook gezocht in den tusschenhandel. De veehandel vooral in de drukke centra is hoofdzakelijk in handen van groote kooplieden en men zegt wel dat ook deze een kunstmatigen invloed op de prijzen hebben uitgeoefend.

Ook hierover bestaan weinig positieve gegevens en de gebruiken van den Duitschen veehandel niet kennende, kunnen wij ook over de waarschijnlijkheid hiervan niet oordeelen. Aan het feit dat veel stedelijke regeeringen voorgesteld hebben om zich zelf met den tusschenhandel in vee te belasten, zou men haast zeggen dat er wel iets van aan moest zijn. Doch overwegend kan ook deze invloed niet zijn.

Ook wordt nog gewezen op eenige oorzaken van duurte in den detailhandel. De slagers moeten hooge keur- en slachthuisloonen betalen; zij moeten vooral in de groote steden dure perceelen bewonen en aan etalage veel kosten maken. Vervolgens verlangt 't publiek meer bewerking van het vleesch, terwijl de loonen der slagersgezellen tegelijk met den heelen loonstandaard gestegen zijn. Dit zijn allemaal zeer geldige oorzaken van toenemende duurte en daarnaast kunnen wij moeilijk meer gelooven aan kunstmatige duurte door de schuld van den detailhandel. Trouwens vele slagers hebben wegens den vleeschnood hunne zaak tijdelijk gesloten, omdat ze niet meer loonend kunnen werken. De socialisten zullen dit natuurlijk niet anders kunnen verklaren dan als eene vergissing van den kant der slagers of als eene manifestatie ten gunste van de brandkasten der landjonkers. Een wezenlijk doeltreffend slagerskartel om eene abnormaal hooge winst te maken, zal wel tot de onmogelijkheden behooren; men lette maar eens op de moeilijkheden, die de middenstands-organisatie bij ons heeft om alle, vakgenooten in een gilde te organiseeren.

De oorzaken, die tot hiertoe aangestipt werden, zijn blijvend-werkende oorzaken van eene algemeene en blijvende vleeschduurte. Zij verklaren waarom de kleinhandelsprijs van het vleesch in de laatste jaren gemiddeld duurder is dan in vroegere jaren.

Maar daarnaast hebben we nog een acuten, een plotselingen en slechts tijdelijk werkenden buitengewonen vleeschnood, die ook nog eenige verklaring eischt. Waarom was er nu juist in de laatste maanden van 1910 en in de tweede helft van 1911 een bijzondere vleeschnood, die boven de normale vleeschduurte uitgaat?

Hiervoor kan de volgende verklaring gegeven worden. De natte zomer van 1910 is oorzaak geweest van ge¬

deeltelijke oogstmislukking; niet alleen in Duitschland en bij ons, maar in een groot deel der wereld. Met het gevolg dat er gebrek aan veevoedermiddelen kwam en hooge prijzen daarvan, zoodat dit op zichzelf reeds een aanleiding was tot inkrimping van den veestapel. Daarbij kwam nog het mond- en klauwzeer, dat het veebestand in aantal en kwaliteit nog verder decimeerde. Deze beide factoren — die misschien wel met elkaar in verband staan, wat ik echter niet kan beoordeelen — verklaren de abnormaal hooge vleeschprijzen in het najaar van 1910.

De zomer van 1911 was evenzeer te droog als die van 1910 te nat geweest was. Daardoor kwam naast gebrek aan krachtvoer nu vooral dadelijk gebrek aan groenvoer, zoodat niet alleen het mesterij-bedrijf moest worden opgegeven, maar het geheele veebedrijf ingeperkt werd, omdat het jonge vee vóór den slachtleeftijd reeds verkocht werd. Daardoor kwamen tijdelijk overvloedig veel dieren aan de markt, met lager prijzen, die weer tot ontmoediging van de veeteelt leidden. In dit jaar was dus de capaciteit der Duitsche veeteelt niet voldoende om aan de groote vraag naar vleesch te beantwoorden en vandaar de hooge prijzen.

Spotvogels hebben evenwel op nog eene andere oorzaak attent gemaakt; zij zeggen: de vleeschnood-agitatie zelf is een der oorzaken van tijdelijke abnormale vleeschprijzen. En deze verklaring is zeer logisch en houdbaar. Evenals de speculanten in handelsartikelen van valsche geruchten profiteeren om zoo mogelijk van de prijzen te profiteeren, zoo kunnen ook in dit geval, waar het vleesch grootendeels via den groothandel tot den verbruiker komt, de socialistische vleeschnoodrelletjes een valsche prijsbeweging wel begunstigd hebben.

De zucht der socialistische volksbedriegers, om elke goede welvaartspolitiek tegen te werken, en om het kapitaal en den Mammon te vleien, tegen de ware belangen van het volk in, kost aan de arme volksklasseq

hoopen geld, in den vorm van dure prijzen.

* *

*

Tot nu toe heb ik het voorgesteld alsof Duitschland een gesloten handelsstaat ware en niet in ruilverkeer trad met het buitenbland. Dit is echter geenszins het geval, want Duitschland betrekt ook meerdere vleeschsoorten van buiten. Zoodat nu nog onderzocht moet worden, welke tegen- of meewerkende oorzaken, daaruit voortvloeiende, met den vleeschnood verband houden. Men moet dan vooreerst weten, dat Duitschland 2 soorten belemmeringen in den weg legt aan den invoer van buitenlandsch vleesch. Vooreerst maatregelen van veterinaire politie en vervolgens maatregelen van tariefpolitiek.

Tot de eerste categorie behooren de soms absolute verbodsbepalingen tegen den invoer van levend vee uit het buitenland. Deze verbodsbepalingen worden vooral gericht tegen de ontaarding van den Duitschen veestapel door ziekten of rasminderwaardigheid. Vervolgens de bepalingen omtrent quarantaine van levend vee en het keuren van versch en bevroren vleesch, welke