is toegevoegd aan je favorieten.

Katholiek sociaal weekblad, jrg 12, 1913, no 13, 29-03-1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de eerste plaats door medewerking van de ouders. Zij toch zijn door den Schepper bestemd als de opvoeders hunner kinderen. Vandaar dan ook dat zij in deze handelend moeten optreden.

Ook is hier noodig de medewerking van vereenigingen.

Ernstiger is het bezwaar voor winkeliers, die afhankelijk zijn van zoovele omstandigheden, als daar zijn uitbetaling van loonen op Zaterdagnamiddag of avond, late werkuren op Zaterdag, enz.

Teneinde te komen tot zooveel mogelijk Zondagsrust is het noodig, dat werkgevers hunne werklieden in de gelegenheid stellen hunne inkoopen te doen op een anderen dag dan den Zondag.

De betaaldag moet dan niet bepaald zijn op Zaterdag. In deze kan een goed voorbeeld worden gegeven door de overheid.

Van gemeentewege kan reeds veel gedaan worden, door de gemeentewerklieden uit te betalen, op een anderen dag. Zoo is b.v. te Maastricht de betaaldag voor de gemeente-werklieden gesteld op Donderdag. Hunne echtgenooten kunnen zoodoende de Vrijdagsche markt bezoeken en behoeven niet te winkelen op Zondag.

Te Utrecht ontvangt het werklieden personeel der Staatsspoorwegen, voor zooveel het werkzaam is op de depots, Woensdags om de 14 dagen het loon. Te Zwolle op Donderdag.

In de bouwvakken schijnt zulks lastiger te zijn, doordat het werkvolk te zeer verspreid is. Toch is o. i. ook hier met eenigen goeden wil wel verbetering aan te brengen. Hoe gemakkelijk

kan de aannemer een zijner ondergeschikten aanwijzen, om het loon der werklieden aan zijn kantoor af te laten halen en te brengen op de plaatsen, waar zijn metselaars, timmerlieden, enz. werkzaam zijn.

Immers in verband met het dagelijksch toezicht moeten de werklieden toch bezocht worden.

De werklieden in de bouwvakken schijnen het met deze opvatting eens te zijn: blijkens een bij den Raad der gemeente Maastricht ingekomen adres van georganiseerde oouwvakarbeiders, waarbij o.a. wordt gevraagd in de bestekken bij vanwege de Gemeente aanbestede bouwwerken uitbetaling der loonen op Donderdag voor te schrijven.

Een ander middel om het winkelen op Zondag te doen ophouden, is het geven van een vrijen Zaterdagmiddag, of op een vroeger uur in dien middag het werk te doen eindigen. Dit zou evenwel geen geldelijke nadeelen behoeven te hebben voor den werknemer, want men is er thans reeds vrijwel over eens, dat niet in een overgroot aantal arbeidsuren voordeel voor den werkgever is te zoeken, doch dat kortere arbeidsduur de werkkracht der arbeiders zoodanig verhoogt, dat gedurende den korteren werktijd meer en beter werk wordt afgeleverd dan door diezelfde werklieden gedurende een langeren werktijd.

Wanneer in deze door Rijks- en gemeentelijke overheid wordt voorgegaan, mag veilig verwacht worden, dat particulieren wel zullen volgen.

Een feit is evenwel dat er vele bedrijven zijn, waarin de particulieren kunnen beginnen zonder op eenig voorbeeld te wachten.

Er zijn nog andere instellingen, waar Zondagsrust wel mogelijk in te voeren is zoo bijv. bij de Spoorwegen.

Bij de posterijen bestaat ze reeds maar kon uitgebreid worden.

Bij de Spoorwegen loopen geen goederentreinen op Zondag.

Men zal al dadelijk zeggen, dat het bij de Spoorwegen zoo gemakkelijk niet is. Ons wil echter voorkomen dat het zeer goed te regelen was, dat op Zondag niet het geheele personeel in dienst is, doch wel een klein gedeelte, iets wat wel kon, wanneer voor de Zondagen eene andere dienstregeling werd getroffen. Zou het niet mogelijk zijn, dat ook de loop der personentreinen tot een minimum teruggebracht werd? Wij kunnen niet de onmogelijkheid daarvan inzien. Het zal voor velen een aanleiding zijn, hunne reizen niet te doen op Zondag, doch op een werk¬

dag. Zij, die in de week geen gelegenheid hebben, kunnen dan toch wel gebruik maken van den beperkten treinenloop.

Gemakkelijker is het invoeren van Zondagsrust bij een anderen tak der Spoorwegen, nl. bij de pakketposten. De geadresseerden, die op Zaterdag niet bediend kunnen worden, kunnen, wanneer eene Zondagrust algemeen is, wel wachten tot Maandag.

Bij de Posterijen lijkt ons eene Zondagsrust in meer uitgebreiden zin als tot nu toe, niet mogelijk. In de meeste plaatsen van Limburg zijn de bestellingen teruggebracht tot eene enkele.

Toch kan de dienst der postkantoren op Zondag nog meer verlicht worden door de krachtige medewerking der afzenders en het gebruik van de bekende strooken: »Niet bestellen op Zondag".

Wat de politie betreft, geven wij gaarne toe, dat het personeel op Zondag meer dan op werkdagen noodig is, en zeker niet het minst in de fabrieksteden als Maastricht en in de plaatsen der mijnstreek, waar een streng toezicht absoluut noodzakelijk is tengevolge van den aard der bevolking, die den Zondag — en dit is maar al te jammer — gebruiken voor soms al te luidruchtige vermaken.

Na de lezing van het voorgaande versta men ons echter niet

verkeerd!

Onze bedoeling is niet in ons land te bevorderen de invoering van een Engelschen Zondag.

Niet, de gelegenheid weg te nemen om zich op gepaste wijze te vermaken.

Niet, de herbergen op Zondag te laten verbieden!

Neen, verre van daar, dat eischen van ons niet onze Katholieke beginselen, dat eischt ook niet de Katholieke Kerk!

Neen, wij willen veeleer slechts een poging doen om datgene te bereiken, wat noodzakelijk is en dus ook mogelijk moet zijn.

Om daartoe te geraken roepen wij in de hartelijke medewerking van u allen!

In de eerste plaats van de aangesloten Diocesane vereenigingen en van onze Plaatselijke Comité's.

Ons rapport wil geen aanspraak maken op volledigheid: het geeft slechts enkele hoofdlijnen, het wil slechts den stoot geven tot een algemeene beweging.

Een beweging, waaraan zullen deelnemen allen, die aangesloten zijn bij de Katholieke Sociale Actie.

Wij verzoeken daarom aan de Diocesane Vereenigingen en de Plaatselijke Comité's het te overwegen en aan hunne afgevaardigden ter Diocesane Vergadering op te dragen hunne meening te vertolken.

Wij zullen dan zien wat misschien in Limburg reeds binnen betrekkelijk korten tijd is te bereiken. Zijn wij het onder elkaar in Limburg eens, dan maken wij de zaak aanhangig bij de overige Diocesane organisaties en bij het Centr. Bureau der K. S. A., bij de Centrale Vergadering, bij geheel Katholiek Nederland!

En dan zullen wij, in 't volle besef van onze organisatiekracht en onze eensgezindheid, in machtige rijen optrekken naar den zetel van de Hooge Regeering onzer geliefde Koningin, en aan die Hooge Vrouwe de vervulling vragen van onze wenschen, die ook ongetwijfeld de wenschen zullen zijn van onze christelijke wapenmakkers!

Daartoe is schier aller medewerking hoogst noodzakelijk. Welaan dan, Katholieke mede-Limburgers, verleent gij ons die medewerking in de allereerste plaats, ons Gewest ten zegen en onzen katholieken naam ter eere!

Aan 't werk!

Het Diocesaan Comité der K. S. A. in 't Bisdom Roermond,

Prof. J. L. M. KEULLER, Geestelijk Adviseur. A. J. H. HAGDORN, Voorzitter. G. W. H. VLIEGEN, wd. Secretaris.