is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 20, 1897, no 1, 01-01-1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dan hy liet metter daet de nieuwe Venus weten,

Of sy met haer gevolgh by hem wou komen eten."

Op dezelfde wijze ontleende Cats aan Plutarchus de beschrijving der plagerijen van Cleopatra, waarvan Antonius het slachtoffer is, als hij aan het visschen is (blz. 586, 587), zijne verdediging, als hij te Rome wordt beschuldigd (blz. 589), en verscheidene kleinere brokjes *). De beschrijving van de verschillende maaltijden, die Cleopatra achtereenvolgens Antonius aanbiedt, is gevolgd naar de Deipnosophistae (boek XVII, hoofdstuk 12), het boven genoemde werk van Athenaeus. 'Het bekende verhaal van den parel, die wordt opgelost en opgedronken , is ontleend aan de Historia Naturalis van Plinius; het werk is reeds in het begin van dit opstel genoemd. Ik plaats nogmaals eenige regels van Cats naast de bron, die hij gebruikte i).

„Me-vrou gaet boven-al haer gullen hooghmoet toonen, Sy roemt op eenen tijt twee honderd duysent kroonen, En vijftigh boven dat, wanneer het haer gevalt,

Te spillen over disch, als sy in weelde malt.

De vorst die hoortet aen, maer kan het niet bevinden, Dat yemant op een mael een rijckdom sal verslinden;

Maer sy stelt in het werck de kracht van haren geest, En brenght hem voor het oogh een wonder deftigh feest.

Maer wat de keucken schaft en scheen niet by te komen , Al wort oock menighmael de tafel op-genomen;

Wat sy te voorschijn brenght, of aen de gasten biet, De vorst blijft onvernueght, en hy en achtet niet.

Maer sy doet niet alleen den heelen dorst verdwijnen Met soet en edel nat, met al de beste wijnen,

Met al dat wijngaert geeft: maer des al niet-te-min

c'estoit la deesse Venus laquelle venoit jouer c.hez le dieu Bacchus pour Ie bien universel de toute 1'Asie."

1) Vgl. Amyot, blz. 677 , 678 , 684, enz.

2) Bij Plinius, boek XII, hoofdst. 58: „Cleopatra bezat de twee grootste paarlen, die er ooit geweest zijn en die zij van een Oostersch vorst gekregen had. En toen Antonius zich dagelijks aan uitgezochte gastmalen te goed deed, antwoordde zij eens, trotsch en overmoedig, koningin-lichtekooi als zij was, terwijl zij al zijne pracht en praal minachtte, op zijne vraag, wat zij dan voor kostbaars kon aanrichten, dat zij aan een gastmaal 10 millioen sestertiën (een sestertius is ongeveer 7i / 2 cent) zou besteden. Antonius was nieuwsgierig, hoe zij dat doen zou, en meende, dat het niet mogelijk was. Toen er nu eene weddenschap was aangegaan, zette zij reeds den volgenden dag, opdat er geen tijd verloren zou gaan, een prachtig, maar toch gewoon maal aan Antonius voor, die lachte en haar verzocht hem de kosten voor te rekenen. Maar zij zei, dat het op het slotnummer aankwam en verzekerde, dat het maal die som zou kosten en zij alleen de 10 millioen zou gebruiken. Toen beval zij het dessert op te brengen en,