is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 20, 1897, no 4, 01-04-1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vol deftige woorden en uitdrukkingen, gezochte vergelijkingen en andere gemaaktheden, die door Sir Philip Sidney op den herdersroman is toegepast en daardoor nog lang heeft nagewerkt). Eindelijk spreekt de schr. over den zoogenaamden „Franschen titel" van boekwerken, een verbastering van „voorhandschen titel", en zegt, dat sommigen ook den „Franschen slag" op deze wijze willen verklaren. Daarbij zou dan aan een vier- of zesspan gedacht moeten worden, dat van den bok gereden werd en waarvan de voorste paarden dus slechts vluchtig met de zweep geraakt konden worden. Schr. vindt deze verklaring terecht wat gezocht en helt over tot de zienswijze, dat in den Franschen slag eer een toespeling op het los- en lichtzinnig karakter der Franschen is te zien.

J. "Wolthuis zoekt naar een verklaring voor de Groningsche uitdrukking in esse houden — in orde houden, 't is in de es = 't is in orde. Verdam verklaart deze spreekwijs, die in de M. E. ook elders gebruikt werd, uit het Lat. w.w. esse = zijn, dus in esse houden = in wezen , in stand houden. Schr. gelooft, dat de uitdrukking in Groningen daarvan wel afkomstig is, maar dat men er nu bij denkt aan een S-vormigen ijzeren haak, die daar een es genoemd wordt. Wanneer hij ten slotte zegt: „en Gron. 't is in de es is synoniem met H is in den haak" , dan is daarbij in 't oog te houden , dat de beeldspraak in de beide uitdrukkingen toch niet dezelfde is, want volgens het algemeen gevoelen denkt men bij het laatste aan een geheel andere soort haak, n.1. aan dien, waarmee de timmerman onderzoekt, of iets „haaksch" is.

Yan een meisje, dat de acht en twintig gepasseerd is, zonder verloofd te zijn, zegt men in dezelfde prov. de klop is er op of H is 'm olie achtentwintig. Beide spreekwijzen dateeren volgens Schr. uit het jaar 1846, toen de z.g. goudgulden, die 28 stuivers waard was, buiten gebruik gesteld werd. De klop was een bijzonder merk op dit muntstuk.

In sommige dialecten zegt men knorhanen en droge bokkens geven voor: een berisping toedienen. In deze uitdr. schijnen twee woordspelingen voor te komen: knorhaan doet denken aan knorren, men verstaat er in eig. zin dan ook een visch onder, die een knorrend geluid maakt, als hij uit het water gehaald wordt; en bokken (eig. bokking uit Mnl. buckinc, waarschijnlijk zoo genoemd wegens overeenkomst in vorm met den bokshoorn) doet aan beuken denken (of misschien aan het stooten van den bok ?),