is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 20, 1897, no 6, 01-06-1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T)E BETEEK ENIS VAN HET VOOKZETZEL „TOT".

De vraag komt wel eens voor: "Wat beteekent tot: tot en met ; of tot, maar zonder ?

Als ik het wel heb , dan is het gros van het Nederlandsche volk in dezen (voor zoover zij over deze kleinigheid nagedacht hebben) in twee kampen verdeeld. De eenen zeggen beslist: tot is tot en met; de anderen niet minder stellig: tot is tot en zonder. Dat ook hier weder de waarheid in het midden ligt, hoop ik te dezer plaatse aan te toonen.

Lang, lang geleden gaf een rector van een gymnasium zijn leerlingen eens voor de volgende les op : §§ 5—15. En als een der leerlingen vraagt: „Tot en met 15, mijnheer ?" antwoordt de mentor: „Dwaashoofd, kom eens hier! — Loop nu tot den muur! Verstaat ge niet: tot den muur! — Zie zoo, ezel! Waarom ben je nn niet met je „body" door den muur been gegaan ? Begrijp je nu, wat dat beteekent: „tot den muur" ? Wat beteekent nu: „§§5—15?" De leerling heeft het nooit weer vergeten. Ik ken hem als een der felste verdedigers van de stelling: Tot is tot en zonder.

De fout van den Rector was , dat hij , van een enkel feit uitgaande , concludeerde tot een algemeene gevolgtrekking.

Het geval „tot den muur" staat intusschen niet alleen. Als ik zeg : de afstand van Maurik tot het Wielsche Veer bedraagt drie kwartier, dan beteekent tot: tot aan het veer, d. i. tot aan den Rijn. Laten wij gemakshalve dit geval: tot is tot en zonder, A noemen.

Maar een retourbiljet, dat afgestempeld is 7 tot 10 Augustus, is vier dagen geldig. Hier beteekent tot: tot en met. Dit geval noemen we C. — Ja C; want daartusschen ligt nog een derde geval.

Ik maak met mijn vriend een voetreisje, en spreek met hem af, dat we den eersten dag zullen gaan tot Den Bosch. Moeten we nu voor de poorten van de Hertogstad blijven staan (geval A) • of de heele stad doorloopen, en aan het einde gekomen onder den blooten hemel bivakkeeren (geval C) ? Geen van beide. "We gaan de stad in, bezichtigen, als we niet te vermoeid zijn, de Gothische Kathedraal , en nemen onzen intrek in een logement. Dit derde geval : tot is tot in, noemen we B.