is toegevoegd aan je favorieten.

Dietbrand; maandschrift, jrg 6, 1939, no 2, 01-02-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(sic') zijn... Als Vlamingen en Walen zijn wij vereenigd door een lanq en glorierijk verleden. De voorwaarden van onze vereeniqinq zijn in altijddurende wording, doch de eischen van twee taalgroepen (sic) moeten, op straffe van levensgevaar, gebreideld worden door een juist besef van de zending van den staat, van de diplomatische positie van dezen staat en van de elementen eener macht, die bevoegd is om te handelen en te

bevelen». . *

De politieke stellingen van dezen öeigiscnen arisu^c. wij begrijpen als ideologische verweermiddelen tegen de volksch-Dietsche leer, die in groote bevolkingsgroepen van Belqië steeds krachtiger en bewuster beleefd wordt. Hoe verouderd en strijdig met het wezen der dingen ook, zijn zij bedoeld om de Nederlandsche nationale strooming, waarvan de qevolgen niet te overzien zijn, op te vangen en in een andere richting af te leiden. In de «beginselen», die door de commissie van het « Studiecentrum tot Hervorming van den btaat » werden aangenomen en die, volgens haar, de gehee e ervor ming van den Belgischen staat moeten beheerschen, vinden wij de stellingen van graaf L. de Lichtervelde terug. De commissieleden zijn bij het opstellen van deze « beginselen » uitqeqaan van de volgende overwegingen, die wij zonder commentaar hier overschrijven : « Het bestaan van twee volksgemeenschappen (sic) dient te worden beschouwd als een factor niet van zwakheid doch van rijkdom. In nauw verband staande met de Germaansche en Latijnsche culturen kan ons land des te beter de bindende rol vervullen, die steeds die der Belgisc e

DTIromToortï^dS deze twee gemeenschappen door den staat niet alleen beschermd, doch ook gesteund en aangemoedigd worden in al de manifestaties van hun levenskracht. Deze thesis is van belang. In verschillende kringen heeft men soms den indruk, dat het openbaar gezag de cultureele groepen v andig is. De staat moet integendeel tot hun ontwikkeling bij¬

dragen. . , „a„ vii-

Daarteqen moeten de gemeenscnappen "

andschap tegenover den staat koesteren. Op vele 9™^ * de eenheid van het Vaderland gewettigd, waarvan misschu; bizonderste, van uit het hier betrokken standpunt, luidt: Belgie dat ten minste tweemaal sedert 1830 Vlaanderen zoowell als Wallonië van vreemde heerschappij heeft gered, moet sterk blijven om — in de zoo troebele wereld, waarin wij ons bevinden - de politieke onafhankelijkheid en de economische welvaart te verzekeren van de twee taalgebieden (sic).» De stelling : « Er bestaan in België, in hoofdzaak, twee cultuurgemeenschappen » werd als eerste « grondbeginsel » aanvaard Deze cultuurgemeenschappen worden in hetzelfde verslag oo