is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 21, 1898, no 6, 01-06-1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het eenige kwaad, dat de armoede met zich brengt, is dat ze dikwijls den mensch zonder eenigen redelijken grond, verkeerde , slechte daden doet verrichten om dien toestand te veranderen. Armoede, die met gelatenheid en met opgeruimdheid gedragen wordt, doet den mensch het grootste geluk smaken, maar dan nog moet het armoede zijn, die in den beginne al de ellende der ontberingen doet ondervinden.

Hij, die geen aardscho schatten angstvallig te bewaken heeft, vreest geen overval van dieven. Hij heeft geen vijanden, die hem zijn rijkdom benijden, hij slaapt gerust en veilig, al heeft hij deur noch venster met slot en grendel gesloten. Waarlijk, in de eenvoudige arbeidersstuip alleen wordt ongestoorde rust genoten. De paleizen der rijken, ze zijn niet in staat de zorgen buiten te houden ; elke vreugde wordt daar slechts ten halve gesmaakt, zelfs bij elk genot houden de lasten des levens niet op, hun looden druk te doen gevoelen.

2. Zijn erfgenaam staat in den derden naamval, als aanwijzende den persoon tot wiens voor- of nadeel het te lang leven geschiedt.

Yerstaat ge onder naamval eene betrekking of een vorm ? Ziedaar eene vraag voor welker beantwoording de studie van meer dan eene spraakkunst noodig is. De spraakkunsten van T e r w e y en De Groot leeren ons: Naamvallen zijn de verschillende vormen, waardoor men de betrekkingen aanduidt, waarin het wooi d in den zin kan voorkomen- Het zal echter niemand moeilijk vallen voorbeelden te geven, waaruit duidelijk blijkt, dat de vorm dezelfde blijft al verandert de betrekking. Nu moge men aanvoeren, dat in oude Indo-Europeesche talen meer naamvalsvormen waren, zoodat men daar de verschillende betrekkingen door verschillende vormen kon aanduiden, voor ons is de zooeven aangehaalde definitie onjuist.

Zijn naamvallen dan betrekkingen ? Dit is evenmin het geval: er zouden dan veel meer naamvallen moeten zijn dan vier.

Het beste lijkt ons deze definitie : Naamvallen zijn vormen, die ons overgebleven zijn van eene reeks van vormen, die vroeger in sommige Indo-Europeesche talen de betrekking uitdrukten, waarin het woord in den zin voorkwam. (Zie verder N. en Z. '89, pag. 385—412 en de Nederl. Spraakkunst van J. C. Kummer, waarin de §§ 221 226 aan eene nadere beschouwing dezer kwestie gewijd zijn).