is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 21, 1898, no 6, 01-06-1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat sterk idealiseert, is toch de hoofdstrekking yan zijn schrijven aller lof en aanneming waardig : wat daar van de oude talen gezegd wordt, moet gelden voor de moderne, in de eerste plaats voor de moedertaal en veroordeeld worde dus, dat „de schrijvers geheel of gedeeltelijk in den dienst der grammatica staan zoowel als der stijloefeningen en dat men hen in zekeren zin behandelt als eene verzameling van gemengde voorbeelden bij de grammatica."

Hoe de schrijvers behooren gelezen te worden getuigt Dr. G.: „zóó dat men niet alleen den naakten zin der woorden ten naasten bij begrijpt, maar de gedachten des schrijvers na-denkt, zijn gevoelens mee-gevoelt, zijne bedoelingen vat, in één woord in 't gelezene zich inleeft." Ja, Dr. Gunning zegt het en we gelooven liet ook wel „ieder philolögische student zelfs aan eene Nederlandsche universiteit weet, dat philologie is liefdevolle en diepgaande bestudeering van geheel het leven van 't een of ander cultuurvolk in al zijne werkingen." Maar Dr. G. zegt ook „met die wetenschap komt hij later als leeraar aan het gymnasium", dit kunnen we niet tegenspreken , of alle gymnasiasten dat merken ben ik zoo vrij te betwijfelen en dat Dr. G. overtuiging ook bij alle Leeraren, aan alle Hoogere Burgerscholen en Kweekscholen voor onderwijzers bevestiging zou vinden, kan ik zeer stellig tegenspreken.

Die neueren Spraehen. Juli en Aug.

Voor ons het allerbelangrijkste is hier stellig de arbeid van F. A. Finck te Marburg, die in dit tijdschr. laat afdrukken Acht vörtrage iiber den deutschen sprachbau als ausdruck deutscher weltanschauung , waarvan hier de 5e voorkomt. De ernstige lectuur dezer voordrachten geeft een helder inzicht in de wijze, waarop de verschillende betrekkingen der woorden zoowel als de geslachten , en derg. blijken uit de daarvoor aangewezen vormen. Wie Andresen Sprachgebrauch und Sprachrich tigkeit, Paul Prinzipien der Spraclie en Max M ü 11 e r's Lectures on the science of Language kent, we zwijgen van W h i t n e y , J o 11 y en B e c k e r i n g Yinckers, die zal hier — soms wat wijdloopig maar overigens duidelijk verstaanbaar, ook daar, waar hooge wetenschap aan het woord is, — veel meer populair nog dan bij Max M ü 11 e r de verklaring vinden van vraagstukken der taal, die ons nog onlangs verlegen deden slaan. Eene opmerking kunnen wij niet