is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 26, 1903, 01-01-1903

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

smeókt, vraagt Jclagend en tevens zacht; een agent van politie, die een kwajongen verjaagt, spreekt barsch en luid.

II. Een tweede factor is de woordschikking,

We onderscheiden hierbij twee gevallen:

le. Onderwerp gevolgd door gezegde.

2e. Onderiverp voorafgegaan door 'tgezegde.

b.v. „hij komt" en „komt hij ?"

In 't eerste geval is de gedachte uitgedrukt door den zin reeds werkelijkheid, in 't tweede geval nóg onwerkelijkheid, immers de werking komen heeft nog niet plaats gehad, misschien wordt de veronderstelling later tot werkelijkheid, maar nu is dat nog niet het geval. Den vorm onderwerp -f- gezegde noemen we daarom den werkelijkheidsvorm, terwijl gezeefde -f- onderwerp de onwerkelijkheidsvorm is.

In den zin: hij komt niet is de vorm die der werkelijkheid, terwijl de inhoud van den zin juist op het tegenovergestelde wijst. Dit geval is echter niet in strijd met het bovengenoemde, omdat de inhoud door eene bijkomende omstandigheid, hier het modale bij woord niet, veranderd is.

III. In aansluiting met het laatstgenoemde komen we tot den derden factor : de modale bepalingen.

Een modale bepaling geeft niet, zooals de andere bijwoordelijke bepalingen, een kenmerk op van een woord, maar zegt ons iets omtrent het verband tusschen onderwerp en gezegde, iets omtrent de wijze, waarop men zich dat verband denkt. Hierbij zjjn drie gevallen mogelijk:

le. Het verband tusschen onderwerp en gezegde wordt versterkt.

2e. „ „ » , v verzwakt.

3e. „ „ v „ v » opgeheven

of verbroken.

In alle drie gevallen is het verband gegeven, er bestaat dus reeds eene bepaalde verhouding tusschen onderwerp en gezegde b.v. hij komt. Dit verband kan men nu versterken door een modaal bijwoord als stellig b.v hij komt stellig, men denkt zich de aansluiting tusschen O. en G. thans nauwer dan zooeven, er bestaat meer zekerheid, dat de zelfstandigheid de werking zal verrichten.

Hiertegenover staat: hij komt niet, het modale bijwoord geeft te kennen, dat het verband tusschen onderwerp en gezegde ton onrechte gedacht is, dit verband wordt verbroken.