is toegevoegd aan je favorieten.

Katholiek sociaal weekblad, jrg 13, 1914, no 39, 26-09-1914

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FEUILLETON.

KAPITAAL EN ARBEID.

ROMAN UIT DE DAGEN DER OP KOM SI VAN DE ENGELSCHE GROOT-INDUSTRIE EN VAKORGANISATIE. — NAAR LORD BEACONSFIELD (B. DISRAËLI).

VERTALING VAN L. L. — 44-

In donkere mantels gehuld, en zwarte maskers voor het gezicht, terwijl een kolossale pyramide-vormige zwarte muts de gestalten aanzienlijk grooter deden schijnen, stonden zij daar zwijgend, met een toorts in de hand. twee verschrikkelijke wachters.

Hun verschijning deed Manus het bloed in de aderen stollen, en hun zwijgen vermeerderde zijn angst. Hij bleef met open mond staan, de lamp voor zich uit houdende. Eindelijk was hij niet langer in staat om het geheimzinnige schrikbeeld te verdragen; hij riep al zijn aangeboren vermetelheid te hulp, en zeide: „Zeg eens, wat willen jelui?

Alles bleef stil.

,,Kom, kom", vervolgde de in den grond doodsbenauwde Manus, „daar moet ik niets van hebben. Zeg eens, jelui moeten mij antwoorden."

De gestalten traden nader; zij staken hun toorts in een nis, en legden ieder een hand op Manus' schouder.

„Neen, neen, houdt op daarmee", riep Manus, terwijl hij zich trachtte los te rukken.

Doch niettegenstaande deze vernieuwde aanmaning, bond een van de zwijgende mannen zijn armen vast, en in een oogwenk waren de oogen van den hulpeloozen Manus geblinddoekt. Door deze gidsen begeleid, scheen het hem toe, alsof hij een eindelooze reeks van vertrekken, of liever gangen doorliep. Eindelijk deed een der gemaskerden zijn mond open, zeggende: „Binnen vijf minuten zult gij in tegenwoordigheid der Zeven wezen. Bereid u voor!"

Op dit oogenblik ving het oor een geluid op van verwijderde, gezamenlijk zingende stemmen. Het werd langzamerhand sterker, naarmate Manus en de gemaskerden voortschreden. Een hunner gelastte den geblinddoekte om te knielen, en Manus voelde nu een kussen onder de knieën. Terwijl zijn armen nog gebonden bleven, scheen het hem, dat men hem alleen liet.

De stemmen klonken hoe langer hoe duidelijker; Manuskon de woorden van den zang onderscheiden, hij gevoelde, dat een groot aantal menschen het vertrek binnentraden, en hij kon den tred eener plechtige processie waarnemen. Meer dan eenmaal deed zij de rondte van het vertrek, met langzamen en indrukwekkenden stap. Eensklaps hield, deze beweging op; er was eenige minuten stilte, en ten laatste sprak een stem: „Ik klaag Jan Briars aan".

„Waarom?" sprak een andere.

„Hij heeft aangenomen om enkel stukwerk te verrichten, de man, die stukwerk aanneemt, is van minder verschoonbaar gedrag dan een dronkaard. De eerste hartstocht ten van onze natuur; gierigheid, laagheid, sluwheid, huichelarij, allen groeien en tieren bij den ellendigen verrader, die per stuk en niet per uur werkt. Iemand, die met stukwerk veertig shillings per week verdient, terwijl het gewone weekloon voor dagwerk slechts twintig is, berooft zijn mede-arbeiders van een week arbeid, daarom klaag ik Jan Briars aan".

„Zegt het voort", zeide de andere stem. „Jan Briars is aangeklaagd. Als hij nog eenmaal zijn weekloon door stuk¬

werk verdient, zal hij de week daarop niet meer mogen werken, ook niet per uur. „No. 87, ga Jan Briars na .

„Ik klaag cl.augthon en Hicks aan", zeide een andere stem.

„Waarom?"

..Zij hebben Joris Ray weggezonden, omdat hij tot, deze

Loge behoorde."

„Broeders, draagt het uwe goedkeuring, dat er gedurende tien dagen bij Claugthon en Hicks gestaakt zal worden ?"

„Wij keuren het goed!" riepen verscheidene stemmen.

„No. 34, geef de noodige orders morgen, opdat het werk bij Claugthon en Hicks gestaakt worde tot nader Ibevel."

„Broeders", Zieide een andere stem, ,,ik stel voor de verwijdering uit dezen Bond, van elk lid, waarvan het bekend wordt, dat hij zich beroemt op meerder bekwaamheid, zoowel wat betreft de hoeveelheid als de hoedanigheid van zijn werk, zoowel in het oüenbaar, als in besloten gezielschap. Keurt gij dat goed?"

„Wij keuren het goed."

„Broeders", zeide thans een stem, die aan den voorzitter scheen te behooren, alvorens wij overgaan tot vaststelling van de bijdragen der verschillende afdeelingen dezer Loge; men heeft mij medegedeeld, dat zich hier een vreemdeling bevindt, die om aanneming verzoekt in onzert Broederbond. Zijn allen bekleed met het mystieke kleed? Zijn allen gemaskerd met het geheime masker?"

„Ja, ,allen!"

„Laat ons dan bidden." En hierop, nadat allen neergeknield -waren, droeg de voorzitter een krachtig, geïmpro' viseerd. zelfs niet onwelsprekend gebed voor. Daarna werd de Zang van den Arbeid aangeheven, en aan het slot werden de armen van den nieuweling losgemaakt, en de blinddoek afgenomen.

Manus bevond zich in een hoog en ruim, door een «root aantal kaarsen verlicht vertrek. De muren waren met zwart doek bekleed; om de eveneens mét een zwart kleed bedekte tafel waren zeven gemaskerde personen gezeten,, in een soort koorhemd gehuld. De voorzitter zat op een verhever. zetel, en een volledig skelet stak boven hem uit. Aan iedere zijde van het skelet stond een gemaskerde, met getrokken zwaard, en aan iedere zijde van Manus bevond zich een man met een strijdbijl in de hand. Allen waren in lange gewaden gehuld. Op tafel lag een geopende Bijbel, en aan beide kanten van het vertrek stond een lange rij van ïn 't wit gekleede, en wit-gemaskerde mannefi, met 'toortsen in de hand, in orde geschaard.

„Hermanus Radley", sprak de voorzitter, „zweert gij vrijwillig, in tegenwoordigheid van God Almachtig en van deze getuigen, dat gij ijverig en zonder dralen, naar uw best vermogen, zult uitvoeren, eiken taak en elke opdracht, die de meerderheid uwer broeders — hetgeen zal blijken uit een bevelschrift van dezen hoogen Raad — u zal opleggen tot bevordering van ons aller welzijn, waarvan zij de eenige rechters zijn; zooals de kastijding van groote Heeren. de vermoording van verdrukkers en van tyranniekfe meesters, of de verwoesting van alle fabrieken, werkplaatsen en winkels, die door ons geoordeeld zullen worden, van onverbeterlijk te zijn ? Zweert gij dit in tegenwoordigheid van God Almachtig en van deze getuigen?"

„Ja, ik zweer", antwoordde een bevende stem.

„Rijs dan op, en kus dit boek."

Manus rees langzaam op uit zijn knielende houding; ging met wankelende schreden naar voren en kuste eer'-,ie"