is toegevoegd aan je favorieten.

Katholiek sociaal weekblad, jrg 14, 1915, no 49, 04-12-1915

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vloed hebben op hun werken voor het katholiek ideaal en het volk in het algemeen.

In Australië stemmen de zusters in den regel niet. Zij hebben enkele malen het stemrecht uitgeoefend," zegt de redacteur van Freemorts Journal uit Sydney, „omdat op hun plicht in dit opzicht met nadruk gewezen was door politieke leiders van naam. In Dunedin, in Nieuw-Zeeland, deden de zusters, schrijft de redacteur van The Tablet, het eens, op verzoek van hun bisschop, maar voegt er aan toe: natuurlijk zouden de zusters, als er een ernstige crisis voor de Kerk ontstond, zooals een wetgeving, die den godsdienst bedreigde of de rechten op de opvoeding der Katholieken, altijd kunnen worden ingeschreven en stemmen.

Op deze veelbeteekenende bijvoegingen behoeft voor den Katholieken kiezer, die veel heeft opgeofferd om het geloof aan zijne kinderen te geven, niet te worden gewezen.

Gelukkig heeft ons eigen land al lang geleden het voorbeeld gevolgd, dat 't eerst door de eenige katholieke kolonie, na Maryland, is gegeven.

Maar we zouden willen vragen, of we elders wellicht politieke crisissen niet hadden kunnen weerstaan, als onze vrouwen en onze religieusen ,,ingeschreven waren en stemrecht gehad hadden."

„De dagen zijn voorbij", schreef Virginia Crawford waarschuwend in dit tijdschrift, ongeveer 7 jaar geleden,

. . . dat de vrouwen ermee tevreden konden zijn, alleen toeschouwers te zijn bij de politiek van den dag, en als de Katholieken niet gereed zijn om zich te organiseeren en op te voeden voor de verdediging van hun idealen en geloof, dan zullen zij zeker getuigen zijn van den triomf van leerstellingen, die zij verfoeien."

Een kalme miskenning van den loop der eeuwen moet ook in onzen tijd leelijke verrassingen brengen. Het feminisme is een daarvan geweest. Want op de oorzaken, die er toe bijdroegen, was geen acht geslagen; en evenmin op den invloed, die gebeurtenissen, onderling onafhankelijk en ingewikkeld, op het ontstaan ervan gehad heeft.

Een passieve houding ten opzichte der kiesrechtbeweging evenals tegenover iedere andere poging tot een politieke hervorming op groote schaal, die ons allen aangaat, dient ons alleen zóó lang als we onze Bourbons weer in hun waardigheid herstellen of ons overgeven aan academisch dispuut over de gepastheid van het toestaan van vrouwenarbeid.

De verwarring, die er in conservatieve kringen was, is voldoende geweest om een vliegend blaadje te doen verschijnen van de hand van Mrs. Catt, de Presidente van den Nationalen Bond voor Vrouwenkiesrecht, over „Feminisme en Kiesrecht", waarin zij helder uiteenzet, daj: de beweging voor Vrouwenkiesrecht geen ander punt op haar program heeft dan kiesrecht voor vrouwen, terwijl ons eigen tijdschrift Ave Maria, dat op zoo'n gelukkige wijze dwaasheden weet aan te toonen, een uitstekend vlugschrift heeft uitgegeven, getiteld „Dwaalbegripp en over de vrouwenbeweging", een blaadje, dat ruime verspreiding moest hebben.

Gebrek aan plaats belet ons het hier in zijn geheel op te nemen, maar „de zesde en meest noodlottige dwaling is, dat de vrouwenbeweging in den grond tegen den godsdienst gericht is. Integendeel", gaat de schrijfster voort, „de heele strekking der beweging is diep godsdienstig, en toont, afgezien van enkele niet te vermijden buitensporigheden en dwalingen, een instinctmatige opvoeding volgens regelen, door de Kerk aan haar kinderen gegeven. De kiesrechtstrijdsters roepen om zedelijke hervormingen, die wezenlijk niet te vereenigen zijn met het verwerpen der leer. Hoe nauwkeuriger wij het onderzoeekn, zooveel te duidelijker blijkt, dat wat bedrieglijk feminisme wordt genoemd, in werkelijkheid een machtige aandrift is naar Katholieke idealen en een Katholieke zedewet."

Katholieke vrouwen, die op politieke gelijkheid vertrouwen, hebben al jaren lang dit feit begrepen: dat er in het beginsel van vrouwenkiesrecht niets is, dat onvereenigbaar is met de groote beginselen van hun geloof. In ieder land zijn Katholieke feministen in de beweging gegaan, niet als Katholieken, maar als vertrouwend op wat wij nu noemen Vrouwenkiesrecht en zij hebben zich bij de naastbijzijnde organisatie aangesloten. En Katholieke vrouwen hebben jarenlang individueel of als bestuursleden van zulke organisaties gewerkt, om andere Katholieken belang er in te doen stellen.

Brieven, die schrijfster dezes uit Italië en Frankrijk ontving, betreuren, dat daar geen beslist Katholieke vereenigingen zijn. Want de welbekende bond van Marie Maugeret, die ieder jaar in het Institut Catholique in Parijs vergadert, was geen kiesrechtbond, al zijn de vergaderingen van opgewekte debatten over dat onderwerp getuige geweest. Deze vurige Katholieke en kiesrechtstrijdster heeft een gedenkschrift over de heele beweging in Frankrijk aan wijlen Paus Plus X aangeboden, die haar met alle blijken van sympathie ontving.

De behoefte aan Katholieke vereenigingen is gevoeld, omdat aan de ultra-conservatieve Katholieken bewezen moet worden, dat vrouwen tegelijk feminist en goed Katholiek kunnen zijn; en ook omdat de tegenstanders uit onze Kerk van de Kerk gebruik maken als argument tegen de kiesrechtbeweging.

Door den vooruitzienden blik van twee onderwijzeressen, Mejuffrouw Jeffery en Mejuffrouw Gadsby heeft Londen de eerste dezer vereenigingen gezien. Mejuffrouw Gadsby is sindsdien in een klooster getreden. Zij was het, die den geheelen nacht opzat, om de Jeanne-d'Arc-banier af te maken, waaronder de vrouwen, Jo k 80, meetrokken in den eersten kiesrechtoptocht, dien het boek van Mevr. Fawcett op 40.000 vrouwen geschat.

Aan Elisabeth Cristitch dankt schrijfster dezes een belangwekkend verslag van den eersten strijd dezer kleine organisatie, die als „The Catholic Women's Suffrage Societv (de Katholieke Bond voor Vrouwenkiesrecht) bekend staat, en zij heeft met den groei ervan voeling gehouden. Want deze Bond heeft nu vertakkingen door heel Engeland. In October gaf hij, ondanks den oorlog, een klein maandschrift uit, onder redactie van Leonora de Albertt. Zijn werkwijze is ,.opvoedend en geen partijzaak' en hij telt onder zijn leden verscheidene vooraanstaande Katholieken, zoowel leeken als geestelijken.

De tweede organisatie onder katholieke vrouwen was in Brussel, waar de R. K. Vrouwenkiesrechtbond van Brussel een afdeeling was van de „Feminisme Chrétien de Belgiaue".

De derde organisatie, bijna terzelfder tijd georganiseerd, in de stad New-York bekend als „The St. Catherina's Welfare Association" (de Bond ,,St. Catharina" voor behartiging van het welzijn), ontstond uit den arbeid van het katholieke comité van den Vrouwenkiesrechtbond voor de stad New-York. Sara Mc Pike was de voorzitster van dit comité en werd presidente van dien Bond, die. evenals die in Londen, een verheugenden ledenaanwas toont. Deze organisatie is voor arbeidsters. Haar doel is opvoedend en haar program, de katholieke vrouwen belang te doen stellen in de plichten van het ware burgerschar). Zij heeft vergaderingen gehouden in huiskamers, kloosters en parochiale vereaderlokalen, in New-York en New-.Tersev, en in de Katholieke Zomerschool. Bekende geestelijken hebben, evenals in Londen, op verschillende wiizen meegewerkt, ook nog behalve het waarnemen van het voorzitterschap bij vergaderingen. Dit is het eerste lichaam geweest, dat het onderwem aan onze kerkelijke Mannenbonden ter behandeling aanbood.

Philadelphia heeft ook een groote organisatie voor katholieke vrouwen, die bekend is als de „Philadelphia