is toegevoegd aan je favorieten.

Noord en Zuid; taalkundig tijdschrift voor de beide Nederlanden, ten behoeve van onderwijzers, ..., jrg 22, 1899, no 6, 01-06-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De eerste Zuid-Nederlander, bij wien iets van het nieuwere in de manier van de Pléiade te ontdekken valt, is L u c a s de Heere (1534—1584) schilder-rederijker. Hij zoekt nieuwe vormen Toor zijn kunst, hij maakt oden, epigrammen, sonnetten. Toch staat hij niet onmiddellijk onder den invloed van de Pléiade, haar voorganger Marot is meer zijn voorbeeld. Tot wezenlijke kunst heeft hij het nimmer gebracht.

Een sonnet als het volgende echter, dat mee tot de allereerste behoort, die in 't Nederlandsch geschreven zijn, is niet bepaald rijmelarij te noemen.

De Anthenr tot syn Qaasvrauwe.

Lief, ons liefde begonst ghelijc op eenen tijt Van God ghejont, die ons dese gracie dede :

Welcke liefde blijft eenvoudigh, mits dat ghi sijt,

Yan minen sinne, en ic ooe van den uwen mede.

Dies en heeft twist, noch onruste bi ons gheen stede.

En wi leven aldus, in rechte weelde een paer:

Want daer sodanigh aceoord is, paeys ende vrede,

Gheboden met Gods hant, wat can gliebreken daer?

Naer dien ons liefde is zulc eenen stereken pilaer,

Dat si ons in de doot selfs niet en sal begheven.

Laet dit op ons graf (als wi sterven) sijn gheschreven:

„Hier licht man en wijf, nochtans geen twee lichamen; Die ghelijc en accordigh waren in haer leven,

Storven ooc ghelijc en leven weder te zamen."

Een anderen Belg noem ik nog, omdat ook hij een van de eersten was, die een genre beoefenden, waarin zich de mode-Renaissance lang heeft geopenbaard: Eduard de Deene. In 1567 geeft hij zijn Warachtige Famlen der dieren uit, een boek met Emblemata, Sinnepoppen zou Roemer Yisscher later bij ons zeggen, 't Is een verzameling van plaatjes, hier met voorstellingen van dieren; daarbij wordt dan een rijmpje of een stukje proza gevoegd, waarin een of andere eigenaardige trek als zinnebeeld wordt gebruikt tot leering van de menschen. De collectie plaatjes, die de Deene gebruikte, diende later grootendeels Yondel voor zijn V o rstelycke Warande der dieren. In de algemeen verspreide Yondel-uitgave van Sythoff kan ieder met een dergelijke Emblematauitgave kennis maken. We wijzen er hier terloops op , omdat het een dichtsoort geworden is, die al het kunstmatige van de Renais-