Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den menschelijken geest geëerbiedigd, voor den enkelen mensch gelift voor het volksleven. Met anderè woorden de liberale partij wil self-government de mensch geregeerd door zich zeiven en wel door -zijn wezen, dat is door zijnen geest. Geloof in het bestaan, in de kracht en roeping van den geest, in de mogelijkheid zijner heerschappij over de driften onzer zinnelijke natuur, is mitsdien de bodem, waarin het beginsel der liberale partij een volstrekt ethisch beginsel wortelt."

Ik stem Dr. Pierson toe, dat ideaal geen droombeeld, maar een denkbeeld is. Daarentegen moet ik zeggen, dat zijne beschrijving van het beginsel der liberale partij, geen ideaal maar een droombeeld is. D•. Pierson spreekt van selfgovernment of zelfregering, en de eeuvoud'ge vraag is nu: of men het zelf regeert daa wel of het zelf regeert? Wie heerseht? De gee»t over het Ik of het Ik over den geest? De liberale party heeft juist het zelf op den tioon geplaatst, en voor zooveel zij dat doen kan, het gezag van boven naar beneden getrokken, en in pl?ats van zich te onderwerpen aan de souvereiniteit Gods, de souvereiniteit des volks geproclameerd. Zij heeft het zelf of Ik verheerlijkt en hapv gezag «rust op de stem der uitwendige meerderheid, en wel zoozeer, dat zij de stemmen niet weegt maar telt. Zij is door en door materialistisch, vleesch en niets dan vleesch. Zoo veel l i gchamen zoo vele stemmen, en zij vraagt er niet naar, hoe veel of hoe weinig geest in die ligchamen woont, de meerderheid der stemmen, het meest uitwendige gezag, beslist. Het luidt heel fraai te zeggen: »De zedelijke wedergeboorte eens volks, de voorwaarde van zijn staatkundig herleven," maar dan mag men immers aan Dr. Pierson zeer bepaald en nadrukkelijk v.vgen: Maar hoe wordt de zedelijke wedergeboorte van een mensch, laat staan van een volk verkregen? Toegegeven voor een oogenblik, daardoor dat de geest over de driften heerseht, maar hoe komt men er toe, om den geest te doen beerscbeu? Hij haalt een woord van Da Costa aan:

Vermeetle die den stroom ai spelend dus ontketent, En reeknende op den mensch, geen driften mederekent,

Geen zonde!

Ziet dan Dr. Pierson niet, dat hij daarmede zich zeiven en de ga.nsche liberale partij heeft gevonnisd? Wat is ulieder selfgovernment, zoo lang de zonde, de wortel en vrucht van alle zelfzucht, in ulieden woont en over u heerseht? Gij moogt sterk genoeg zijn om af te breken het gezag, het uitwendige, waar immer gij het vindt, zijt gij liberalen, tegenstanders van het Evangelie der Schriften, bij magte om de zedelijke wedergeboorte eener enkele ziel en nog meer die van een volk tot stand te brengen? Jezus heeft door Zijne zelfvernietiging het zelf (zelfzuchtige) vernietigd, maar gij die dezen Jezus niet hebt, hoe geraakt gij tot selfgovernment, tot zelfbeheersching1 Neen en nog eens neen ! de geheeie schets van Dr. Pierson is een droombeeld , phrasen niets dan phrasen, omdat de woorden geene gehalte en daarom geene waarheid bevatten. Ja zoo arm is het liberalisme, dat het zelfs de woorden »zedelijke wedergeboorte" aan dat Evangelie heeft moeten ontleenen, dat het verwerpt, zoo niet verguist.

Dr. Pierson spreekt voorts over »Bondgenooten" en »Hooger en Lager onderwijs." Ook hetgeen hierover gezegd wordt, behoort volledig toegelicht te worden, hetzij men met hem gaat, hetzij men hem moet tegenstaan. C. S.

Kerkgemeentelijk overleg.

In N°. V zijner Bijdragen zegt de heer Groen van Prinsterer:

»Dr. Zaalberg heeft zijn dienstwerk hervat. Zal dit het einde der Zaalbergsche kwestie of eigenlijk slechts hot begin zijn? 1)

Is de kerkeraad verantwoord? Is het aan de willekeur van een kerkelijk collegie overgelaten art. 11 van het Algemeen Reglement al dan niet in te roepen, zelfs tegen eeu bestrijder van elke godsdienst, die van den hemel afdaalt?

Een ernstig onderzoek desaangaande behoort niet enkel te 's Gravenhage, maar in het geheeie land onverwijld aan de orde te worden gesteld.

Als bijdrage daartoe betoogt de heer Groen:

1°. Dat de kerkeraad, blijkens zijne eigene stukken, in de afwijking van de vraag, waarop het aankomt, heeft volhard tot op den huidigen dag.

2°. Dat de kerkeraad de verantwoordelijkheid van eigen verzuim ten onregte op de synode heeft overgebragt.

8°. Dat het thans aangekondigde lijdelijk verzet noch wezenlijke kracht, noch genoegzamen grond heeft.

Treffend juist is, wat de geachte schrijver aanvoert omtrent het verkeerde pad door den kerkeraad in deze zaak ingeslagen, het onoverdachte zijner Memorie, en dn zonderlinge dwaling, waarin hij is vervallen.

Een kort begrip dezer zeer belangrijke brochure te geven is niet wel doenlijk. Dit echter staat vast, dat de gemeente dezelve lezende, zeer zal verlangen, dat de kerkeraad den heer Groen raadplege in deze netelige zaak.

Goeden raad te vragen en op te volgen is in Nederland nog geene schande.

De heer Groen behandelt ten slotte de vraag: »moet niet de kerkeraad eindelijk verrigten, wat veel te lang verzuimd werd?"

Het klassikaal bestuur geeft daartoe eenen veel beteekenenden wenk.

De kerkeraad zelf heeft erkend, dat wanneer er in deze gewigtige zaak eene fout is begaan, de gemeente daarvan het weerloos slagtoffer niet mag zijn.

Nog is er mogelijkheid om die fout te her-

1) Voor hen, die willen, dat ik nu de kerk verlaat, zij opgemerkt: van het einde, van den afloop ten gunste der moderne leer, heb ik mijn al dan niet blijven in de kerk afhankelijk gemaakt. Zie Heraut 2o Augustus jl.

I. E.

774

stellen. De heer Groen verlangt hier bedaard en rijp overleg.

Mijns inziens ligt het middel voor de hand.

T 4- i:i 1„ r»L _ .1 . .

juatti euii viertal nuerttiü leuen ciitreaeri eu ver-

vangen worden ctoor ortnodoxen, en de ttaaa zaï

m staat zijn de zaak op nieuw te beginnen, op grond van art. 11 van het Reglement] Men zou dan dadelijk moeten overgaan tot de stuiting van het wanbedrijf van Dr. Zaalberg, zoo als in het adres van gemeenteleden in 1864 is bedoeld en waartoe de kerkeraad volgens de reglementen en de confessie verpligt is.

Zou dit, ook bij eene gunstig gestemde meerderheid, geschieden? Ja, als de vreeze Gods de overhand heeft!

I. E.

Honderdste verjaardag van Sclileiemiuciter.

Het is mogelijk dat sommigen, vele mijner lezers den naam van dien man nooit hebben gehoord, en anderen slechts zeer weinig van hem weten. Hij heeft desniettegenstaande een zeer grooten invloed op het kerkelijk en staatkundig leven in Duitschland en vooral op de theologische ontwikkeling uitgeoefend. Het is voorzeker zeer moeijelijk, ik mag gernstelijk zeggen onmogelijk, om de lezers van de Heraut een eenigzins volledig of zelfs onvolledig denkbeeld te geven van het leven en de werkzaamheden van dien in elk opzigt merkwaardigen man. Men zoude moetan beginnen fnet den toestand van Duitschland en bij name van Pruissen te schetsen in het begin dezer eeuw, waar het jammerlijkste en oppervlakkigste rationalisme alles beheerschte en de verkondiging der Evangelische waarheid op kansel en katheder eene even groote zeldzaamheid was. Predikatiën werden gehouden over den besten mest voor het bemesten der velden en naar aanleiding van het afhouwen der palmtakken bij den intogt van Jezus te Jeruzalem over de verschillende soorten van brandhout en hare betrekkelijke voordeelen. De diepe verzonkenheid^ op geestelijk gebied bereidde een zwaren val voor op staatkundig terrein, en een Duitschland en bij name een Pruissen, dat alzoo van zijnen God vervreemd was kon onmogelijk een Napoleon weêrstaan. het werd gemakkelijk door hem verslagen en gedwongen de meest vernederende voorwaarden te aanvaarden. In dien tijd van ontgeestelijking en vernedering van het Duitsche volk was Schleiermacher werkzaam. Hij had eene eenvoudige vrome opvoeding genoten en kende, be minde de godsdienstige christelijke overtuiging, zoo als zij door de Moravische broeders verkondigd werd. Van de andere zijde was hij een bewonderaar der Grieksche wijsgeeren en bij name van Plato, wiens werken hij in keurig Duitseh vertaalde. Hij "trachtte wetenschap en godsdienst, theologie en philosophie te verzoenen, en meer bepaaldelijk de meer opgevoede klasse der maatschappij voor het Christendom te heroveren.

De titel van zijn eerste geschrift vlieden itber die Religion. An Gebildeten unter ihren Verachtern". (Reden over de godsdienst. Aan de beschaafden onder hare verachters) bewijst genoegzaam, welke positie hij trachtte in te nemen. Hij onderzocht, zocht met zijne studenten niet slechts, maar met zijne hoorders de waarheid, en velen waren gereed om naar hem te luisteren, die niet gemakkelijk tot een meer positieven prediker waren gekomen. Niet zeer ver echter van de kerk waar hij predikte, verkondigde weinige jaren later Goszner het Evangelie en vergaderde rondom het Woord Gods velen, zeer velen uit de hoogste en geringste rangen der maatschappij. Daar Sclileiermacher zoekende was. en zijne theologie door eene zekere onbestemdheid, weifelachtigheid gekenmerkt, hebben zoo als dit veelal gebeurt, de verschillende partijen naar hunne eigene overtuiging op de eene of andere wijze op zijne geschriften beslag gelegd. In het algemeen behoort hij tot eene vrijzinnige rigting, op kerkelijk zoowel als op staatkundig gebied, en menigeen zijner uitnemendste discipelen is veel verder dan hij zelf op dien weg vooruitgesneld.

Hij was een uitstekend man, klein van statuur en groot van gehalte, en al kan men niet met hem in alles instemmen , ja , al is hij in vele opzigten een gevaarlijk leidsman, nogtans moet men het grootsche van zijne persoonlijkheid en het opregte van zijn streven bewonderen en kennen , vooral wanneer men in het oog houdt in welken tijd hij geboren werd en werkzaam

was. Toen hij zijn einde nabij gevoelde, verlangde bij het Avondmaal te ontvangen, — ik was toen zelf in Berlijn, de plaats zijner werkzaamheid — en toen wierp hij den wijsgeer weg, geheel en al, en beleed den eenvoudigen

Uhristen, wetende niets dan Jezus Ohristus en

dien gekruist, wendende het anker zijner hope naar een bekend lied , in Jezus Christus en Zijne wonden. Op dien grond bouwde Schleiermacher zijne hope al stervende, en in dat geloof is hij ontslapen. Men weet dat ook de uitstekende en veel meer positieve wijsgeer en leeraar Vinet in de ure des doods al zijne philosophie wegwierp , en geene andere wetenschap had dan twee woorden: zonde, genade.

In onzen tijd van gedenkteekenen en feestvieringen hebben dan ook velen besloten het eeuwfeest der geboorte van Schleiermacher feestelijk te herdenken , in predikatiën, meetings en speechen en het schrijven van groote boeken en allerlei kleine brochures. De orthodoxe partij wilde daaraan geen deel nemen, omdat zij evenzeer tegen zijne vrijzinnig staatkundige als godsdienstige gevoelens gekant was. Ongelukkigerwijze vermengt men nog steeds in Duitschland godsdienst en politiek. Dat de staatkunde door het Evangelie geheiligd moet worden, en een Evangeliebelijder een Christen moet zijn ook als lid eener kamer, of minister, of koopman, of ambachtsman, is volkom.en juist, en men moet ten sterkste protesteren tegen het beweren , dat men als minister zijn Christendom buiten de deur

775

laten kan; want men kan dan evenmin een Christen zijn in de kerk en zijn Christendom op den drempel van zijn kantoor laten liggen, en het wederom opnemen wanneer men zijne zaken afgedaan heeft. Maar het is geheel iets anders. Christendom en conservatief, christendom en ministeriëel te verwarren. Want ik kan een goed Christen zijn, en toch anti-ministeriëel, ja anti-ministeriëel zijn omdat ik een eerlijk christen zijn wil. Deze verwarring van orthodox en conservatief heeft het Christendom meer kwaad gedaan in Duitschland, dan alle tegenstanders van het Evangelie.- Men heeft orthodoxie gebrandmerkt als huichelarij, aangenomen slechts om zich in regeringskringen aangenaam te maken, en bevorderd en bevoorregt te worden. Men heeft Christendom vereenigd met slaafsche onderworpenheid, en het geschandvlekt als duisternis, achteruitgang, den vijand der vrijheid des volks. Dit slechts in het voorbijgaan. Schleiermacher behaagde dus den conservatieven orthodoxen in geenen deele en zij verzetteden zich daarom tegen eene feestviering, en wilden gerugsteund door de geestelijke autoriteiten en den minister van eeredienst de kerken niet openen voor eene zoodanige feestviering. De liberalen dreigden met zich op den koning te zullen beroepen, die veel vrijzinniger is, en om eene botsing te voorkomen, werd de noodige toestemming gegeven, en de feestviering had op gewone wijze plaats. Het volgende telegram, door den kroonprins en do kroonprinses van Pruissen, die nu bij hunne moeder de koningin van Engeland op bezoek zijn, aan den eersten burgemeester te Berlijn gezonden is zeer merkwaardig. Het luidt letterlijk. »Ver van huis wenschen wij den burgemeester en den stedelijken Raad een bewijs te geven van onze sympathie in het vieren van dezen dag. De naam van Schleiermacher, een man, die de sluimerende krachten der kerk weder heeft opgewekt en roemrijk gedeeld heeft in het herleven van het patriotisch enthousiasmus, in een tijd van smartelijke beproeving, (1806 — 1813) verdient altijd door ons volk in aandenken gehouden te worden.

Windsor 21 November 1868.

Priedrich Wilhelm.

Victoria,

Natuurlijk werd dit telegram met groote blijdschap ontvangen, en knoopen de liberale groote verwachtingen aan deze verklaring van den troonopvolger.

Ziedaar in korte trekken de geschiedenis en beteekenis van een feest, dat naar ik vertrouw" ook voor onze lezers belangrijk is.

C. S.

Onpartijdigheid der inrigtingen voor openbaar onderwijs.

Op de stedelijke inrigtingen voor hooger en middelbaar onderwijs te Maastricht wordt als handboek voor" de vaderlandscbe geschiedenis gebruikt: »Handleiding tot de Geschiedenis der Nederlanden, door G. Verzijl, oud professor der geschiedenis in het seminarie te Rolduc. (bij J. J. Romen te Roermond).

Daarin komt onder anderen voor: »dat het Protestantisme eene leer is, door een afvalligen kloosterling Martinus JLuther, met woesten zin verspreid."

Het schijnt dat 'de leeraar aan de hoogere burgerschool Alberdingh Thijm over deze verklaring van den oorsprong der christelijke leer, zoo als die door Protestanten wordt beleden, zóó duidelijk hoeft uitgeweid, dat eenige Profes--

tantsche jongens hebben begrepen, dat het niet te pas komt, zulke dingen op eenevopenbare school te leeren. Althans er z-jn klagten ingekomen bij den direkteur, en deze heeft den leeraar er over onderhouden.

De Limburger van 31 Oktober vindt dit, vreemd en begrijpt niet, dat in deze woorden iets kan gevonden worden, wat tegen de godsdienstige begrippen der Protestanten indruischt, omdat dezelve zijns inziens, zuiver waar zijn.

Het blad gaat dan op zijne wijze als waarheid betoogen, dat Luther een afvallig kloosterling was, vereenigd met Catharina Bora (van huwelijk tusschen een priester en non kan natuurlijk voor een Rootnsch schrijver geen sprake zijn). Voorts wordt het woest karakter van Luther geschilderd en uit de Roomsche legende omtrent den grooten Hervormer 't een en ander opgedischt, dat het duidelijk moet maken, dat liij niets beter is geweest dan een woest, afvallig, ondankbaar oproerling, die zelf aan zijne zaligheid wanhoopte.

JMen zegt dat het artiKei van denzeltden heer Thijm afkomstig is, die zich tegen de neutraliteit der openbare school heeft bezondigd. Ben exemplaar dezer courant is aan den Minister van Binnenlandsche Zaken gezonden.

Merkwaardig is de hulde , in dit artikel van De Limburger onwillekeurig aan het Protestantisme gebragt, wanneer het betoogt dat de waarheid niet strijdig is met de godsdienstige begrippen der Protestanten.

Dit is de eenige juiste volzin in het geheeie artikel. I. E.

Geestelijke opwekking in Spanje.

Ik heb voor mij liggen eenige brieven uit Spanje, die allen verblijdende tijdingen behelzen van de omkeering ten goede, die in dat land heeft plaats gehad, niet slechts op politiek gebied, want dit maken wij hier niet tot een onderwerp onzer beschouwingen, maar veel meer

in de algemeen zich openbarende begeerte deibevolking om bij staatkundige ook godsdienstige vrijheid te genieten; terwijl mannen, wier namen ook in Nederland niet onbekend zijn, zoo als Carrasco, Trigo, Curie gewagen van de goede ontvangst, die hun overal ten doel valt, en de belangstelling met welke zij worden aangehoord

776

en de godsdienstige blaadjes en geschriften, die zij verspreiden, worden ontvangen. In een volgend nummer van dit blad hoop ik eenige uittreksels der brieven mede te deelen, thans bepaal ik mij bij een schrijven van den heer Greene, Engelsch ingenieur, bij het werk der aan te leggen spoorwegen door het vorige Spaansche bewind tijdelijk aangesteld, en thans gevestigd op de Balearische eilanden. Zijn brief aan eene geliefde zuster in Nederland, die voor de evangelisatie in Spanje sedert lang werkzaam is, bevat onder anderen het volgende:

Alen dia op Majorca, November 23.

.... Al hetgeen gij zegt omtrent Spanje komt | nog niet bij de werkelijkheid; wij zien vreemde > dingen en onze harten vloeijen over van vreugde ; en dankbaarheid, najaren van wachten, dulden en lijden. Even als gij zie ik in onzen geliefden Matamoros het groote door den Heer gebruikte werktuig van de herleving van Zijne gemeente in Spanje , even als Luther dat eenmaal geweest : is voor die in Duitschland. — Gij kunt u niet ; voorstellen, welk een groot werk hier aan alle I zijden aan den gang is, en ik gevoel de verpligting, die op mij rust, ieder oogenblik dat ik beschikbaar heb aan dit werk te wijden. Eerst gisteren kwam ik terug van Mahon, waar, ge- I lijk ik u vroeger schreef, eenige weinigen tot 1 de erkenning hunner geestelijke behoeften ge- i komen waren. Wij huurden eene zaal om er het Evangelie te verkondigen; den eersten avond i waren er 29 toehoorders, den tweeden 56, den derden was de zaal vol. Wij werden genoodzaakt een beschot te laten wegbreken, zoodat wij eï meer dan 400 konden binnenlaten , maar daarbij i waren de gangen, portalen, trappen enz. geheel j bezet, en voor dat ik nog binnen gekomen was, was het gedrang zoo groot, dat niet alleen het huis vol was, maar nog boven de 1000 menschen op straat stonden. Ik wenschte, dat gij hadt j kunnen hooren met welk eene geestdrift die me- ! nigte de liederen zong, waarvan ik u een exem- j plaar bij dezen toezend. Dat volk, wien men | den mond gedurende eeuwen had toegesnoerd, j deed nu vrijgemaakt de lucht weergalmen van den lof onzes Heeren Jezus Christus; —ik heb , het gedurende de geestelijke opwekking in Ierland niet heerlijker bijgewoond. —■ Het woord j werd aan velen gezegend, en na eene prediking van twee en een half uur gingen zij niet heen, doch bleven, verlangende naar meer. De Heer opende mij den mond en gaf mij de woorden, zoodat ik door de hulp van Zijnen Geest in het Spaansch mogt voortspreken met eene vaardigheid en kracht, die mij zei ven verbaasde. Navier avonden achter elkander het Evangelie verkondigd te hebben, voelde ik mii sredronwen tecren

Rome en hare afgoderijen te prediken, naar aanleiding van Opeub. 2: 20, waar gewaarschuwd wordt tegen de verleidingen van de valsche i profetes Jesabel, en bragt ik al de leuo-ens van i

Rome een voor een ter sprake, en in het bijzonder de aanbidding der heilige maagd. De indruk door deze prediking te weeg gebragt was zoo sterk, dat die ^verborgenheid der ongeregtigheid," naar ik mag vertrouwen in Mahon eene wonde heeft bekomen, die wel ongeneeslijk zijn | zal. Zelfs oude bijgeloovige bagijnen waren uit het veld geslagen, en zij vragen zich af, of ook zij al te zamen op den dwaalweg waren. Wij mogen in waarheid zingen het lied:

Afgoon vroeger aangebeden werpt het volk ter neêr, En vereenigd in Zijn tempel knielt het voor den Heer. en met den Psalmist antwoorden :

Dit werk is door Gods alvermogen,

Door 's Heeren hand alleen gcsc.iied;

Het is een wonder in onze oogen,

Wij zien het maar doorgronden 't niet.

Velen konden 's nachts niet slapen, en indien 10,000 man onder de wapenen Mahon waren binnengerukt, zouden de priesters niet half zoo verschrikt zijn geweest. Daar zij zich aan alle zijden aangevallen gevoelden kozen zij twee hunner uit om den volgenden avond een redetwist te houden, doch toen zij binnenkwalen bleek als ljjken, moesten zij het eerst aanhoo* ren met welk eene geestdrift de aangevangen liederen werden gezongen of liever uitgegalmd. Na een redetwist van omstreeks anderhalfuur, in het naauw gebragt zijnde, vonden zij geen' anderen uitweg dan de goddelijke ingeving der : Heilige Schrift m twijfel te trekken, hetgeen i de aanwezigen zoo vertoornde, dat zij luide° be- j gonnen te murmureren, en de priesters, bevreesd dat zij mishandeld zouden worden, trokken of liever dropen af. Rome wordt over het algemeen gehaat, en er zijn er velen die de waarheid liefhebben. De Heer heeft het voorspeld, dat de kinderen tot Zijn licht zullen gebragt worden, en dit zien wij gebeuren. Overigens is hetgeen te Mahon geschied is niet verschil- ; lend van hetgeen op andere plaatsen wordt waargenomen. Ik ben nu voornemens naar An- [ dalusië te gaan en Alonzo aldaar te gaan opzoeken, die gelijk hij mij schrijft in een gewezen Jezuitenklooster te Granada voor twee duizend menschen heeft mogen prediken, en nu naar Malaga is gegaan om des werks wille. Al dc verbannen Christenen zijn met den bijbel in de hand Spanje weder binnengetrokken; en het gevolg wat kan het anders zijn, dan dat de tieer over dat duistere land sen stroom van licht zal doen opgaan, en vele zielen tot Christus zullon gebragt worden ? De bijbels die door u aan den heer Boubila gezonden zijn. had ik eerst naar Algiers gestuurd om van daar I bij gunstige gelegenheden in te smokkelen, doch nu de havens open zijn, heb ik orde gegeven ze in te schepen en zij zullen waarschijnlijk te Palmer zijn aangekomen, met no"- vier andere kisten vol boeken. Dat zal ons op deze (de Balearische) eilanden wel te stade komen. Ik verwacht nog meerdere kisten, die ik te Gibraltar ontvangen moet, voor het werk in Andaluzië._ Er is overal veel opwekking en veel bedrijvigheid, en ik heb moeten Immpr» in

uitgaven die mijn vermogen te boven gaan, doch ik reken ook hierbij op hulp van den heer ...

Sluiten