is toegevoegd aan je favorieten.

Jaarboekje, 1929, 01-01-1929

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een proces betreffende salarisvordering werd in hoger beroep gewonnen, nadat het — tegen onze verwachting in — in eerste instantie verloren was.

Een belangrijke procedure werd gevoerd inzake de bevoegdheid om wachtgeld in te trekken, ingeval een wachtgelder een aangeboden betrekking afwijst. De gronden voor deze procedure zijn in de C. O. vermeld evenals de overwegingen, waarop de Raad van State adviseerde tot verwerping van het beroep, overeenkomstig welk advies door de Kroon beslist is. Overwogen is toen nog instelling van een vordering ten laste van het Rijk, maar hiervan moest worden afgezien, terwille van de zeer geringe kansen om het te winnen.

In een andere kwestie, waarbij een ond.es een vordering tegen het schoolbestuur aanhangig meende te moeten maken, is door samenspreking eerst van de sekretaris met een der Bestuursleden en later van Mr. Bruch met het gehele Schoolbestuur, een aanbod tot schikking van de zijde van het Bestuur gedaan. Dit aanbod leek ons evenwel onvoldoende, zodat het op heden nog niet geaccepteerd is en getracht zal worden een meer bevredigende oplossing te verkrijgen.

In X. werd onze kollega IJ. plotseling ontslagen. De reden, waarom was niet geheel duidelik. Als gevolg van het optreden van ons H.B. werd het ontslag echter weer spoedig ingetrokken, nog voor het beroepschrift door het bestuur met een contramemorie was beantwoord.

In B. werd onze kollega A. ontslagen „wegens overkompleet". Toen enkele dagen na zijn ontslag een ander aan die school een benoeming naar elders ontving, vond ons Hoofdbestuur daarin aanleiding hem te adviseren, alsnog vernietiging aan de C. v. B. te vragen, omdat het Bestuur niet dadelik bereid was eigener beweging het gegeven ontslag in te trekken. Verder optreden in deze zaak was echter niet nodig, omdat daarna het Bestuur 't ontslag toch heeft ingetrokken.

Eindelik hebben we in de C. O. met een enkel woord melding gemaakt van het ontslag van kollega C. te D., ook wegens „overkompleet". Ook dit ontslag was niet nodig geweest, omdat aan een andere van hetzelfde bestuur uitgaande school een vakature is. In beroep is dan ook vernietiging aangevraagd. Volgens het Bestuur was er in het onderwijs van de betrokken onderwijzer geen enkel motief om hem te passeren, zoodat het dubbel grievend werd zich te zien achtergesteld met zijn zeven jaren trouwe