is toegevoegd aan je favorieten.

De gereformeerde kerk, jrg 42, 1929-1930, no 2155, 23-01-1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nog eens: dit tekstwoord komt dus bij ee

deze vraag niet in aanmerking. _ or

Wat betreft de vraag of hetzelfde li- or chaam weer zal opstaan is ons antwoord:

volgens den Bijbel: ja, maar in een geheel in anderen toestand.

Want „het wordt gezaaid in verderfelijk- nc

heid; het wordt opgewekt in onverderfelijk- st

heid; het wordt gezaaid in zwakheid; het ki

wordt opgewekt in kracht ', en er zijn m natuurlijke lichamen en er zijn geestelijke

lichamen. ei

Dat maakt zóó'n verschil, dat de apostel h<

ervan moet schrijven: „het is nog niet ge- B

openbaard wat wij zijn zullen.'" m

Mits men dat in het oog houde, mits men vi

dus niet wijs zij boven hetgeen ons be- al

taamt, wijs te zijn, en mits men dus ook in

niet precies wille uitleggen hoe die opstan- w ding des vleesches zich zal toedragen, mag

men vrij zeggen: hetzelfde lichaam zal di

weer opstaan. w

En daarom mag in verwachting van een m

zalige opstanding, op den grafsteen van ei

een Christen dan ook gerust geschreven d< worden, dat dat graf voor hem slechts is oi

een: „Wachtplaats". v<

De heer v. R. te H. vraagt: In een ge- d zeischap kwam Matth. 14 : 28 ter sprake, waar Petrus zegt: ,,Heere! indien Gij het g; zijt, zoo gebied mij tot U te komen op het water." V

Over het woordje „indien" liepen de meeningen zeer uiteen. a,

Eenerzijds werd Petrus hier van ongeloof beschuldigd, terwijl anderzijds juist ei aan een spontane geloofsuiting werd ge- t< dacht. a

Mag ik in „De Ger. Kerk" uwe verklaring tegemoet zien? d Antwoord. De Heiland noemt in vs. 31 z van dit hoofdstuk Petrus een „kleingeloovige", dat wil niet zeggen: iemand die maar een klein geloof had, want de Hei- h land zelf zegt, dat een korrel oprecht geloof bergen zou verzetten. Neen, maar een r kleingeloovige aanééngeschreven; dat wil i zeggen: iemand bij wien het groote geloof n met allerlei kleine tegenstrijdige gevoelens e was vermengd. Groot geloof en groote twijfel in één hart bijeen, als twee dingen, -v die elkaar ophieven en machteloos maakten. Dat zegt de Heer echter, niet omdat Petrus had gevraagd: „Heere, indien gij het zijt, z enz, neen, maar enkel, omdat Petrus aan e den éénen kant geloof heeft om met Jezus \ op het water te treden, maar tegelijk aan den anderen kant zich door een blik op t; de winden en zeeën geheel en al laat ver- 1 schrikken. É Daarin school dus Petrus' kleingeloof ] en niet in zijn voorafgaande vraag: Heere, ( indien gij het zijt, enz. _

In die vraag op zichzelf, in dat „indien , 1 kwam noch geloof noch ongeloof te voor- 1

schijn. \

Als ik ziek ben en tot den dokter ga en zeg: dokter, help mij als het mogelijk is, ] dan is dat geloof (nl. aan dokters bekwaamheid). En als ik zeg: och dokter, het geval is if veel te slim, dan is dat ongeloof.

Maar als ik iemand tegen kom en met weet of 't de dokter is en daarom vraag: indien u de dokter is, kom dan bij mij, dan ligt in dat „indien" evenmin geloof als ongeloof. Ik informeer dan alleen of ik de rechte persoon wel voor mij heb. Zoo deed ook Petrus in dien nacht. In donker was Jezus aangekomen. Daarom weet Petrus niet recht of het de Heere is, en daarom vraagt Hij het. Meer niet.

„Een jong lidmaat" vraagt: „Wanneer na velen jaren van strijd en moeite een kiescollege, waarin de laatste tien jaar alleen Gereformeerde Bondsmenschen zitting hadden, en ziet, een gemeente, na stemming, zich uitspreekt om confessioneele mannen in het college van Ouderlingen en Diakenen te willen hebben, moeten dan alle Gereformeerde Bondsbroeders uit den kerkeraad worden verbannen?"

Bij deze vraag voegt de geachte vrager eenige toelichtingen en dan deelt hij mede. dat sommige in de gemeente een deel der Bondsmenschen in den kerkeraad willen laten zitten, maar dat inzender met vele jongeren meent, dat het Confessioneele beginsel dat niet toelaat, maar eischt alle Bondsmenschen uit te werpen. „Het was toch een ramp voor de gemeente door zulke menschen te worden geregeerd," meent inzender.

Antwoord. Op deze vraag te antwoorden

ons niet gemakkelijk. Als toch inzender schrijft, dat het voor eene gemeente een ramp is door die Bondsmenschen te worden geregeerd, dan verstaan wij dat volkomen. Dat hangen aan uiterlijkheden, dat verdonkeren van Wet en Evangelie beide om ®r een leven bij gemoedsaandoeningen voor in de plaats te stellen, dat verachten der Sacramenten, en al-zulks onder het geioep Van „gereformeerd", hoewel het ^eri® daarvan verwijderd is, dat is inderdaad

een ramp voor een gemeente en wie eronder verkeeren moet zou het er benauwd onder krijgen.

In zoo ver gevoelen wij dus geheel met inzender mee.

Maar dat het daarom onze Confessioneele plicht zou zijn al zulke broederen stelselmatig buiten den kerkeraad en het kiescollege te houden, het spijt ons wel, maar dat kunnen wij niet toestemmen.

Want „alle anderen moeten de Kerk uit" en „wij alleen zijn het volkje, dat erin hoort", zoo iets ligt wèl op de lijn van de Bondsmenschen, althans van velen hunner, maar het is precies het tegenovergestelde van Confessioneel. Ds Confessioneel erkent alle leden der Hervormde Kerk, ook die in een of meer opzichten dwalen, voor wezenlijke leden.

Verder wenscht de Confessioneel de dwalingen in de Kerk tegen te gaan op een wettige wijze, dat wil zeggen: niet doordat men de meerderheid tracht te verkrijgen en dan, met toepassing van hst recht van den sterkste, de dwalend en eruit werpt of onderdrukt; maar wel, door in de wettige vergaderingen der Kerk het licht van Gods Woord weer te brengen, dat vanzelf de duisternis zal doen verdwijnen.

Dat is de grondgedachte van de Reorganisatiebweging.

En daarmede heeft de Confessioneele Yereeniging instemming betuigd.

W ij kunnen dus niet anders dan inzender aan dit beginsel herinneren.

Kuyperiaansch en Bondsachtig is: vorm een zuivere partij in de Kerk en breng die tot heerschappij, met verdrukking van de anderen.

Die weg loopt uit op de afscheiding van die zaivere partij, die op den duur zich zelf onmogelijk maakt, en zich eruit werkt.

Zoogenaamd Vrijzinnig is: laat alle wind van leer vrij toe; in de volkskerk behoort alle leer een plaats ts vinden.

Maar Confessioneel is: niet wij moeten regeeren, evenmin moet de Kerk een Babel zijn, waar niemand regeert, maar Christus moet ons allen regeeren, door Zijn Woord en Geest.

Op dat standpunt zoekt men het heil voor de geheele Kerk.

Nu zal inzender zeggen: ja, maar tot zoo'n Reorganisatie is 't nog niet gekomen en, als wij die Bondsmannen er niet onder houden, dan brengen ze ons er onder.

Ons antwoord is: wij erkennen dat gevaar. Wij weten hoe die richting voortkruipt en sluipt en niets ontziet om onze gemeenten in te palmen en de leden met haar leer te doortrekken. Wij erkennen dus de moeilijkheid.

Toch durven wij niet te zeggen: houd ze buiten alles. Wel: houd ze in de gaten; blijft wakende en bovenal: zorg voor een zuivere, klare en krachtige prediking des Woords. Waar dat licht schijnt moeten de nevelen wijken.

C. A. L.

niet definitief vast te stellen, maar met de uit- b drukkeliike verklaring, dat de Synode door v deze afwijzing de plannen der reorganisatie- n commissie op geenerlei wijze^ wil beïnvloeden. » Deze leden, willen alzoo de prmcipieele en teennische bespreking over eene Groote Synode uit- z stellen tot de eventueele voorstellen der reo.rcanisatie-commissie zullen worden behandeld. " Dus: de groote Synode is nog aan de orde. Ik meen, dat deze zaak zelfs nu in de buitengewone n Synodale vergadering behandeld had moeten worden. In ieder geval zal de a.s. Synode zulks hebben te doen. Daar is een voorloopig aange- ^ nomen reglementswijziging (1927) ten opzichte ^ van de Groote Synode. Dat moet de Synode afwerken. +

„Wat nu?" ,

M-i. niet probeeren door de Classicale Vergaderino-en het reorganisatie-voorstel weer in de z Svnode te brengen. Dat geeft niets. Maar wel , de Heeren in Den Haag door de Classicale Ver- , 2aderingen zeer sterk er aan herinneren: „daar c liet no» een voorloopig aangenomen reglements- 1 wijziging in zake de Groote Synode op uwe sy- c nodale tafel, wil dit niet vergeten." <

Zou het niet kunnen zijn, dat juist door de laatste machts-daad der Synode, meerderen gaan beseffen hoe noodig het is, dat er eene groote Synode komt?

Met dank voor de opname,

Uw dw.,

J. A. ten Bokkel Huinink, JSIumansdorp, v. i>. m.

18 Januari 1930.

Mogen wij zwijgen?

Deze vraag stelt de heer P. Haagsma te Rotterdam (Melkpad 4) en zendt ons een schrijven, dat hij noemt „een kreet naar aanleiding van de verwerping der Reorganisatie-voorstellen . De heer H. schrijft ons dan als volgt:

De slag is gevallen. De Synode van de Ned. Hervormde Kerk heeft met 10 tegen 9 stemmen de Reorganisatie-voorstellen verworpen. Het mooie werk van de Commissie , is van de hand gewezen, zonder dat dö Classicale vergaderingen zich daarover hebben kunnen uitspreken.

De vraag rijst nu: hoe komt het, dat dit voorstel nu reeds verworpen is ? Zou het ook kunnen zijn, dat wij als Gemeenteleden te lang hebben gezwegen? Is ons gebed voldoende geweest ? Hebben wij de zaak van Kerkherstel niet te veel aan de predikanten overgelaten?

In de Gemeenten wordt schier overal gevoeld, dat de toestand ongezond is. Het geloof echter, dat het anders kan en daarom anders moet, ontbreekt. Het nu verworpen voorstel heeft echter aanqewezen, dat een andere toestand mogelijk: is. De weg tot Kerkherstel is duidelijk aangegeven.

En als we nu daarnaast ons met laten verblinden door enkele overvolle kerken, maar ae werkelijkheid schouwen, dan zien we m de groote

stad een ontkerstening der massa.

Mogen wij als Gemeenteleden dit alles rustig blijven aanzien ? Wij bidden om de komst van Gods koninkrijk en hieruit vloeit voort, dat we ook door woord en daad daaraan moeten medewerken.

Naast het bidden komt het werken.

Hoewel de Kerkelijke Reglementen de zeggenschap der Gemeenteleden wel zeer beperkt . dn»n zijn, en ook het ouderlingenambt meer een ornament is dan een bestuursambt, zoodat liet huidige organisme niet vrij is van dominooratie, zoo volgt daaruit nog niet, dat de Gemeenteleden in alles maar dienen te berusten. Integendeel. De belofte in de ure der belijdenis afgelegd getuigt reeds anders.

Het komt ons voor, dat hier een taak voor He Gemeenteleden ligt. Uit de verworpen voordellen is gebleken, dat alle rechtzinnige schakeeringen met het rapport konden meegaan. Waar nu Kerkherstel niet enkel is het ideaal van een bepaalde groep, is het gewenscht dat de op dit punt gelijkgezinden door middel van het machtige wapen van organisatie, trachten de band, welke onze Kerk knelt, te verbreken.

Voor ons rijst het denkbeeld van een Nationale

Yereeniging voor Kerkherstel. ,

Een goed geoutilleerd bureau, hetwelk leiding en voorlichting geeft. Plaatselijke afdeelingen en Classicale ressorten.

Zou zoo iets niet mogelijk zijn ?

Weleerw. Zeergel. Heer.

Mag ik, naar aanleiding van hetgeen ons in deze dagen op kerkelijk gebied beweegt — hoewel het, helaas, zeer velen ook nü nog onbewogen [aat — voor het navolgende beleefdelijk Uwe aandacht vragen?

De Reorganisatie-voorstellen zijn, helaas, verworpen. Véél ware hierover nog te zeggen en te schrijven. Dit is echter thans mijn bedoeling niet. Slechts dit moge ik, in verband met hetgeen hier volgt, opmerken, dat het volstrekt niet zóó is, dat we met deze verwerping alles verloren en niets gewonnen hebben. M.i. is het veeleer zóó dat we niets verloren, doch wel véél gewonnen i hebben; alleen zullen we nu moeten zorgen, dat

■ hetgeen we gewonnen hebben, ons niet weer ontgaat; dan toch zouden we wèl verloren en véél verloren hebben- Wat we dan gewonnen hebben, behoef ik U niet te zeggen: U hebt er zelf van getuigd in Uwe artikelen in ,,De Gerei. Kerk".

Doch hoe nu die winst te behouden ? A aar het mij voorkomt, is daartoe noodig, dat de gewonnen eenheid en eenheidsbeweging, o.a. bedoeld in Uw artikel „Eenheidsbeweging" in „De Geref. Kerk" van 2 Jan. j.1., geconsolideerd, besten" digd en voortgezet wordt. En hiertoe nu schijnt het mij zéér gewenscht, dat zoo spoedig mogelijk

■ &llen, wier éénheid in geestelijk en kerkelijk ;l opzicht uitkwam, zich openbaarde, in hunne 1 instemming met het „éénheidsrapport", — dat '■> wij allen één blijven en georganiseerd worden in r één verband (bond of vereeniging) „dat dus i- zoowel de „Confessioneelen" in en buiten do :■ Confess. Vereen., alsook de ,,Bonds"-gerefor-

meerden, èn alle anderen, óók zgn. „rechtsi' etbischen" zal moeten omvatten, die reorganisatie en reformatie onzer Kerk begeeren in den 8 geest van het bovenbedoelde rapport.

Dit lijkt me juist zulk een groote wmst.di P we in dat éénheidsrapport hebben v«Vfkre„e, i- dat dit zoo uitnemend zou kunnen •sft.

basis voor de vorming van zulk een = f

b tie, waarbij de Confess. Vercfvng. en do Geret

*• Bond zouden kunnen blijven bestaan tzootang >r zulks noodig of wenschelijk mocht blijken) g le heel Z00als ze nü bestaan. Misschien zou zelts

bepaald kunnen worden, dat de leden dezer vereenigingen automatisch lid worden van de nieuwe organisatie (b.v. „Bond voor Kerkherstel" te noemen). En voorts zou de vorming dier organisatie vooral ook van groot belang zijn met het oog op de zeer velen, die om allerlei redenen geen lid kunnen worden van een der bestaande vereenigingen.

Er zullen nog wel veel plaatsen zijn, waar nü tal van leden onzer Kerk, over 't geheele land gerekend misschien wel eenige duizenden, alléén staan, los van elkaar en los van alle geestverwanten -ter zake van het Kerkherstel, van wie en voor wie het toch zoo gewenscht zou zijn, dat zij zich mede konden organiseeren.

Oók van de bedoelde „Eenneidsbeweging" toch geldt, dat „Kritik" door „Gestaltung" in evenwicht moet worden gehouden '-), in zooverre zij nl. de draagster, de openbaring, van het „kritisch principe", maar tegelijk ook van het ,,vormend beginsel" is, waaruit ,,geschichtlich de idee der belijdende Kerk tot verwerkelijking moet komen. Tenminste zóó meen ik, dat wij die Eenheidsbeweging moeten beschouwen, en daarin ligt, naar het mij voorkomt, ook haar wezenlijke be teekenis.

Ik zou het dan ook zeer op prijs stellen, indien U deze gedachten eens wilde overwegen.

Hoogachtend, Uw dw.,

V.

x) Vgl. Prof. Dr. Th. L. Haitjema: „Reorganisatie en .Leertucht", blz. 23.

'k Meende niet beter te kunnen doen dan de sympathieke plannen van de heeren inzenders hier maar dadelijk in ruimer kring in, overweging te geven. ^ K

EEN WENSCH.

'k Ben zoo vrij hier, mede naar aanleiding van de plannen in de ingezonden stukken aan de orde gesteld, een wensch uit te spreken, die, 'k houd er mij van overtuigd, in het hart van zeer velen leeft.

Zou het niet goed zijn, dat de reorganisatiecommissie, die zoo eendrachtig was in de samenstelling van het zoo wel geslaagde voorstel, nu officieus bleef voortbestaan ?

In den brief uit de Synode wordt gezegd: ,,In den schoolstrijd is het Unierapport nimmer wet geworden. Heeft daarom het Unierapport geen vruchten afgeworpen?"

Van harte hopen we, dat het reorganisatievoorstel ook nog rijke vruchten afwerpen zal. Die gelooven haasten niet. Ook echter vertragen ze niet. Zoo mag dan ook niet werkeloos worden afgewacht, dat de vruchten ons in den schoot

vallen. . ,.

Zou 't niet op den weg der commissie liggen weer eens samen te komen om een antwooi d te zoeken op de vraag: Wat nuf en om leiding te geven aan verdere actie ? & J. Ch. K.

CONFESSIONEELE VEREENIGING.

Afd. Elburg.

Dinsdagavond 14 Januari hield de Elburgsche afdeehng van de Confessioneele Yereeniging een zeer druii bezochte openbare vergadering in het gebouw Bloemstraat. Na het zingen van psalm 4,2, : 5, het lezen van Efeze 4 ging de neer Jon. v. d. Pol voor in het gebed en sprait een inleidend woord. Ds. A. Hoejsert van Reitsum meld een duidelijke rede over „Confessioneele Vereeniging of Uereformeerde Hond". i->e spreker werd onder stille en klimmende aandacht aangehoord. Het was een mooie avond. Het ledental klom tot 75. Een bestuur werd gekozen bestaande uit de heeren II. de Poer, Jon. v. d. Pol, Wichert Hoekert, W. van Norel, M. W. Zwart, Harm Docter en J. W. Ko 11eman,.

BIJZONDERE LEERSTOELEN.

(Herplaatsing wegens misstelling.)

Met hartelijken dank ontvangen van N. N. te Onstwedde, f 11.—- gevonden in het kerkzakje.

Dit is de eerste bijdrage in het jaar 1930. Met groote belangstelling wordt door Directeuren naar de volgende uitgezien.

J. SCHOKKING.

Katwijlc aan Zee.

Postroiiouing No. 136709.

STUDIEFONDS.

Ontvangen f 9,50 (^ collecte f 7.43 -f- Cat. bus f 2.07) van Ds. J. van Kuiüen te Exmorra.

Het druppelt door. Komt er regen ?

Utrecht. A. v. d. HOEVEN.

Gironummer 52195.

INGEZONDEN.

Wat nü.

Geachte Redactie,

Met u betreur ik, dat het reorganisatie-voorstel is gevallen. Stel echter, dat het was aange * nomen, stel, dat de consideratiön der Kerk gunstig waren, stel, dat ten slotte het voorstel aan de eindstemming der Provinciale Kerkbesturen werd onderworpen, gelooft u één oogenblik* dat de hoofdelijke stemming van de leden der Provinciale Kerkbesturen het reorganisatievoorstel tot wet zou hebben gemaakt ? Ik niet-

„Wat nu ?".... zoo vraagt men.

Het antwoord op die vraag is m.i. heel eenvoudig.

We moeten eene groote Synode hebben, 't ls toch al te dwaas, dat zulk een lclein lichaafl1 zoo'n enorme macht bezit en daarvan, m.i. op

onverantwoordelijke wijze gebruik durft maken-

Daar gebeurt niets bij geval.

De groote Synode is nog aan de orde. Ik heb hier naast me liggen de acta van 1928, blz295-—302. De commissie van rapport stelde voor j de voorstellen aangaande eene Groote Synode

FONDS VOOR KERKELIJKE EN KERKRECHTELIJKE GESCHRIFTEN.

In hartelijken dank sinds de laatste opgave ontvangen (na verzending der brochure „Onze houding"): Van Mr. M., te Amsterdam f 1, N. N. (door Ds. Roscam Abbing), Amsterdam f 2,50, Ds. Th. G. v. R., Amsterdam f 0,50, Ds. J. de W., Vollenhove (uit c.at. bus) f 2.—, Ds. A. D., Almkerk f 2,50, Ds. J. A. S., Erica f 1.—, Ds. Joh. K., Heukelom (Z.-'H.) f 1.—, Ds. B., Oudenhoorn f 0,50, Ds. J. C. H. R., Charlois f2.50, Ds. D. J. v. B., Boven Hardinxveldf 0.50, Dr. J. R. C., Rotterdam f i.—, Ds. Chr. E., Kethel f l.—, Ds. J. G., Roosendaal bij Velp f 1.—, Ds. C. R. v. L., Dinthen f 1.—, Ds. P. A. B., Muiden f ].—, Dr. E. J. W. P. M., Den Haag f 1.—, Ds. W. A. Eerdbeek, Standdaardbuiten f 1.—, Ds. J. W. D., Wemeldinge f 1.—, Ds. F. J. P., Uitwijk bij Woudrichem f 0.50, Ds. H. K., Utrecht i 1.—, Ds. C. K., Woudsend f 0.50,* Ds. Mr. J. F. D., Hedel f 1.—, Ds. P. de H., Utrecht f 0.50, Ds. B. B., Hemelum (Fr.) f 0.50, Ds. C. J. W., Holten f 1.—, Ds. J* G. L., Bennebroek f2.50, Ds. J. N. G., Utrecht f 1.—, Dr. J. J. W.,

Stedum f 0.50, Ds. H. P. V'> ' W

Ds. H. F. P., Steen wij kerwold i 0.50, Ds. Tli A H, Workum f I.—, Ds. D. T. L., Vierpolders (Z.-H.) f 0.50 J. L, v. B namens kerkeraad, Schore f 1. ' v v. d. M. v. S., Kortgene f 1.—, H. V. Well (Ammerzoden) f 0.50, Ds J. P. v. M., em. TO-ed Den Haag f 0.5G, Ds. J. G. S., Heinenoord f 0.50, Ds. G. v. D., Lisse f 0.50, Ds H L A. F., Oudega f 0.75, Kerker. Suameer f 1.—* Kerker. Waardenburg en Neeriinen f 1.—, Üs. J- J-, St. Pancras

f ] ^ Ds. W. H. Holwierda (Gron.) f 1.—,

Ds. H- M. S., 'sHeerenberg f ].—, Joh. B., Pijnacker f 1.—, Ds. A. B. K.., Urk f2. , C. in 't V., diaken IJsselmonde f 2.50, Diaconie Maasdam f i.—, Ds. D. M. B.y