is toegevoegd aan je favorieten.

Gereformeerd vredesorgaan; maandblad van de Geref. Vereen. voor Daadwerkelijke Vredesactie, jrg 9, 1939-1940, no 7, 01-12-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EREFORNEERD

N£ 7 - 9e JRQ. December 1939

VSEDEIORGAAN

MA4NDBLAD VAN DE GEREF. VEREEN

VOOR DAADWERKELIJKE VREDEfACTIE

(Groep van Interkerkelijk-Gereformeerde Anti-Militaristen) Opgericht 10 Januari 1931. Adres van de Commissie van Redactie: H. L. van Bruggen, Waterweg 173, De Bilt; Adres voor abonnementen, tevens adres van den penningmeester: D Fokkema Sr., Coehoornsingel 50, Zutphen, Girorekening 79406. Abonnementsprijs f 1,— per jaar. Verenigingsadres: O. W. de Graaf, Stationsplein G 18, Heerenveen, secretaris. Voor advertenties wende men zich tot Schermers Drukkerij en Uitgeverij, Bolsward, Telefoon 554.

Want ziet, ik verkondig U grote blijdschap!

Wéér breekt de Kersttijd aan. Kerstfeest 1939.

Wéér klinkt daar over onze bebloede aarde het heerlijk Evangelie der Engelen: „Want ziet, ik verkondig U grote blijdschap, die allen volken wezen zal . . ."

En Jezus Christus is gekomen als een kindeke-klein, om zalig te maken al degenen die in Hem geloven, om te redden een verloren wereld.

O, Kind Jezus,

Hoe zal ik U ontvangen,

Hoe wilt Gij zijn ontmoet?

Vervul o Heiland het verlangen Waarmee mijn hart Uw komst verbeidt!

In de wereldoorlog 1914-1918 is heel wat te doen geweest over Kerstfeest in oorlogstijd.

Er moeten Kerstdagen zijn geweest waarop de strijd practisch was gestaakt, en Kerstfeest werd gevierd in loopgraven. De vijanden hoorden aan het front elkanders Kerstlied opstijgen, waar anders de lucht daverde van kanongedonder en het tik-takken van mitrailleurs.

En als één der partijen onverwachts op Kerstfeest de strijd hervatte, dan wekte dit verontwaardiging; men voelde 't als heiligschennis.

Dezelfde mensen, die zo heel precies uit de doeken weten te doen, dat Kerstfeest en nooit-meer-oorlog niets met elkander te doen hebben, vinden 't toch kwetsend dat in de Kerstnacht de oorlog dóórgaat.

En ook nu weer wordt gesproken over de mogelijkheid van wapenstilstand op Kerstfeest.

Het balletje is tenminste al opgeworpen.

Wie nu maar vangen wil!

Dan kunnen we tenminste om de Kerstboom zitten zonderal te veel gewetenswroeging. Als in Godsnaam de engelenzang maar niet overdonderd wordt door het kanon!

Na Kerstfeest zullen we wel verder zien.

Och, wat waanzin!

Als oorlog wèl gerechtvaardigd is, en als misschien geen enkele oorlog zó voor het geweten der mensheid gerechtvaardigd is als deze, dan is het niet alleen onzinnig en onmannelijk om op Kerstfeest de oorlog te onderbreken! Men doet dat toch ook niet op Zondag? Integendeel, dan eist het ware geloof in God en de echte liefde tot Jezus Christus en Zijn Evangelie, dat we op Kerstfeest vechten, doden!

En waar op Kerstfeest de genade zo veelszins duidelijker en indrukwekkender tot ons spreekt, daar worde er bij het vechten in deze gerechtvaardigde oorlog, een schepje op gelegd.

Of . . . oorlog is zonde en daarom is het ons een kwelling dat 't Kerstfeest bezoedeld wordt door de zonde van de oorlog, maar dan moet elke dag en elk uur van ons leven dat getuigenis tegen de oorlog in ons oplaaien tot een Evangelie der liefde, dat zijn oorsprong vindt in het Kindeke Jezus, en dat vierkant ingaat tegen het evangelie van de haat, dat oorlog heet! Las ik niet nog dezer dagen in een christelijk blad, dat 't in het volharden bij de liefde Gods voor den Christen slechts mogelijk is te protesteren tegen haat en oorlog en wreedheid! Men lette op de combinatie, die de schrijver — geen antimilitarist — hier maakt. De oorlog, geflankeerd door haat en wreedheid. En toch geen zonde?!

En degenen die in hun binnenste voelen, dat oorlog op Kerstfeest zo iets schrijnends is, maar de oorlog op een gewone werkdag goed praten, laden wèl een zware verantwoordelijkheid op zich!

O, Kindeke in de kribbe!

Wat hebben we van Uw leven op aarde en van Uw Evangelie gemaakt!

Uw woord hebben we krachteloos gemaakt. Want we hebben niet (zoals 't moest) óns leven aan dat Evangelie aangepast; we hebben 't omgekeerde gedaan. We hebben 't Evangelie van Uw grenzenloze Liefde aangepast aan ons leven, en Uw lijden dienstbaar gemaakt aan de haat, en nu na zoveel eeuwen zinkt een gekerstende beschaving in barbarisme weg, en het „onbeschaafde" heidendom ziet toe . . .

We hebben alles wat van Uw kribbe en van Uw kruis was, dienstbaar gemaakt aan de haat?

Mensen die zich Uw kinderen noemen, hebben elkander in Uw naam vermoord en dikwijls op de meest vreselijke en martelende wijze, zo het heette, ter verbreiding van de ware religie!

Christen-volken (ach, over de millioenen individuele moord jes en onrecht-jes spreken we maar niet, we zien nu de „gróte" lijn!) hebben Uw schepsels tot slavernij gebracht, en op mensonterende wijze met deze medemensen gehandeld; om van de mishandelingen en de moorden niet te spreken.

Christen-volken hebben heidense volken van hun vrij-