is toegevoegd aan je favorieten.

Amsterdamsche kerkbode; officieel orgaan van de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende), jrg 9, 1895, no 464, 22-12-1895

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'//#//////////////////////////)

De Commissie bestaat uit de Broeders:

J. van Breevoort, Kerkstraat 40.2.

j. BüHRMA.NN, Nieuwe Leliestraat 142,

J. B. Blankenberg, le Helmersstraat 87.

G. F. JüR.faanz, Haarlemmerdijk 88.

W. van der Bend, Quellijnstraat 80.

"W. Burger, Von Zesenstraat 89.

Mar. Breebaart, Damrak 22.

J. Balhüizen. Leidschegracht 59.

H. G. Bömcke. Vijzelstraat 112.

Namens de Commissie: J. BSHRMANN, Voot z J. BALHUlZEiï, Secret.-Penningm. j

Amsterdam, 19 December 1895.

Amsterdam, 22 December -1895. j

De, mannen, die, straks 10 jaren geleden, i bij de jongste actie tot, zuiver kerkelijk leven ! onder de Gereformeerden hier te lande, het ; sein gaven aan velen, om toch maar te blijven | onder de heerschappij der hierarchie van 1 816, | dragen eene zware verantwoordelijkheid, f Bij bewegingen als deze gaat hot immers 5 niet alleen oin personen maar om geslachten ; $ althans bij de meerderheid volgt het gezin de | ouders en blijft het nakroost allicht voor een $ langen tijd, zoo niet voor goed, in dezelf.ie $ paden wandelen. De gevolgen daaruit voort- $ vloeiende worden zoo langzamerhand meer en i meer openbaar.

»Wij gaan zooveel vooruit", was de toen $ aangeheven kreet, waarmede men zichzelven $ en anderen misleidde; die men zelfs als eene § aanklacht richtte tegen wie toen de actie 5 hebben geleid. De wind heette te blazen in t het zeil van het scheepke der rechtzinnigheid; J zachtkens voortdrijvende op den stroom zou J het straks de gewenschte haven bereiken. Dat i werd toen voorgespiegeld en nog wordt die ^ droom door velen gedroomd.

Wie iets verder ziet, niet alleen meedrijft I op den stroom, maar waarlijk zich rekenschap | geven wil, kan echter verschijnselen genoeg $ opmerken, waaruit blijkt hoe bedriegelijk deze ^ geheele gang van gedachten is. Er schuilt j toch een adder onder het gras; deze geheele $ voorstelling is als een nevelbeeld, dat u teleur- | stelt, als ge er naar wilt grijpen.

Dat is waar, niet zoozeer bij een blik op | de velen, die openlijk tot het modernisme ! en verwante richtingen zich bekennen; maar | i veeleer nog, wanneer op de zoogenaamde $ orthodoxie zelve het oog wordt gevestigd, om | zich van haar gehalte rekenschap te geven ; 1 en van de verwachtingen, die voor de toe- ! 1 komst van haar mogen worden gekoesterd. j :

Leerzaam is reeds het feit, dat in de ver- $ 1 gadering van het bestuur, dat met de souve- ! ' reine macht in dien kring is bekleed, van | een onderscheid tusscben geloovigen en on- $ ( geloovigen geen spoor valt te merken, reeds $ 1 bij de keuze van den man, die als voorzit- ! j ter de vergaderingen zal hebben te leiden, ; < voorgaan zal in gebed en dankzegging, voor ! zocver dat laatste nog geschiedt. Wat een ! j vijf en twintig jaren geleden eene volstrekte ; i onmogelijkheid zoude zijn geacht, is nu reeds ! c eene werkelijkheid geworden, waarover nie- $ e mand zich schijnt te verba/en. ! I

Dit ééne voorbeeld toont ons reeds, hoezeer I 1 de kleur der orthodoxie is verbleekt, zoodat zij ! niet meer beseft de klove, die gaapt tusschen ; i wie aannemen of loochenen de belijdenis van j •*

j den Drieëenigen God, van den Christus als $ j den eeniggeboornen des Vaders, van de vol- $ | doening aan de goddelijke gerechtigheid, van 5 | de verzoening door het bloed des kruises, $ | en zooveel andere stukken meer.

Trouwens kan ons dat niet verwonderen : 5 > veeleer kan niet anders dan dat verwacht ; ! worden; er staat voor wie zich rekenschap 5 i geeft van den waren stand van zaken, nog ; ! verder verbleeking te wachten.

| Wat in de naaste toekomst in den kring $ ! der Hervormden te wachten is, kunt gij be- j ! rekenen, wanneer gij acht geeft op wat ge- 5 I leerd wordt aan de universiteiten, waar de ; [ jonge mannen worden gevormd, die straks ! als de geestelijke leidslieden dier scharen ! optreden zullen. Op dien regel wees reeds $ indertijd de onvermoeide strijder, ook op S kerkelijk terrein, Groen van Prinsterer; en ! van geslacht tot geslacht wordt de juistheid 5 van dien regel gestaafd door de uitkomst, j Wie dan nu vraagt, wat aan de hooge- ; scholen, waar de aanslaande voorgangers in $ het Hervormde Genootschap hun opleiding ont- 5 vangen, geleerd wordt, kan weten hoe droef het | gesteld is met dat eerste noodige, waarop ook 5 in onze belijdenis de nadruk gelegd wordt; $ het middel namelijk, waardoor de gemeente $ hare kennis erlangt van God, van zijn wegen ! en raad. Van de Schriftuur is als zoodanig J geen sprake meer; de belijdenis dat die Hei- | lige Schrift is het Woord van God, wordt $ niet meer gehuldigd.

Voor zoover die uitdrukking nog wordt J gebezigd, is dat in den grond der zaak niet $ i anders meer dan een woordenspel, waardoor 5 de werkelijke opvatting van dit stuk der 5 waarheid bemanteld wordt.

Dat de Schrift is het Woord Gods, in den zin ) j waarin het volk des Heeren dat te allen 5 . tijde beleed en belijden moet, aan die belijdenis j < wil men niet meer aan. Men spreekt t' gen- ! , woordig van het Oude Testament, als van de ! oud-israëlitischa letterkunde; gelijk men ook $ < spreekt van eene Grieksche of andere letter- ! , kunde. Het Nieuwe Testament is niet meer ï 1 sen afgerond geheel; maar die 27 boeken en $ boekskens vormen een deel der oudste chris- i 1 telijke letterkunde, aan welke onder andere ! geschriften eene min of meer voorname plaats ; 1 toekomt. ! e

Van beide verzamelingen wordt ontkend, $ ' lat zij onder de leiding des H. Geestes door $ le heilige schrijvers zóó zijn opgesteld, dat | 1" :ij boven ons staan met Goddelijke autoriteit, J g )m ons geloof naar dezelve te reguleeren, $ c laarop te gronden en daarmede te bevestigen. ! z In dien geest onderwijzen al de hoogleeraren, ! g lie met de behandeling van den Bijbel zijn $ r )elast; en zoo wordt dus stelselmatig de 5 v grondslag der bijzondere openbaring door hén i ^ mdermijnd. ! (j

Die loochening wordt even stelselmatig in- ï h gedragen in de gemeente; zoo wordt meer ! h 'erholen van de kansels geleeraard en meer | '' luidelijk in de catechisatiekamers onderwezen ; ! m zoo wordt voor menigen kring eene toe- ! j, ;omst voorbereid, waarin van een gezag des ; d ïijbels in het geheel geen sprake meer is. ! ^ De volle gevolgen van dezen afval worden ! n log niet openbaar, zoolang nawerkt wat ; an die aloude opvatting bij wijze van over- i n

levering voortleeft onder de beladers; maalais eenm;ial dat is opgedroogd — en niet meer dan een kwart eeuw is daarvoor noodig! — dan zal aan het licht komen, hoever de grond is ondermijnd en alle vastheid verdwenen.

Dat is de ware toestand, en de broeders en zusters, die nog onder de hierarchie bleven toeven, er telkens weer aan te herinneren, is de ernstige roeping van een ieder, die de waarheid Gods liefheeft en ook in liefde aan de afdwalenden gedenkt

Aan hun zeggen: on ie wegen loopen nu eenmaal uiteen ; laat ons dies met rust. gelijk wij het ook u wenschen te doen! mag geen gehoor gegeven.

Op die dubbele bron van geestelijken jainmer: de heerschappij der haagsche synode met den aankleve van dien naar den bundel van reglementen ; en die der zoogenaamde theologische faculteiten aan de overheidshoogescholen met de daaraan toegevoegde synodale hoogleeraren, moet telkens en telkens weêr gewezen.

Dat veler oogen er door geopend worden is onze bede Eens kome uit de ritselingen van leven, dia het oor nu soms beluistert, weêr eene nieuwe actie voort!

Wel niet voor den kerkeraad, maar wellicht voor leden der gemeente kan nuttig zijn,is de volgende opmerking door den Frieschen. Kerkbode jemaakt:

Zoo nu en dan wordt in den Kerkbode, bij 3e opgaven van de predikbeurten in de eene ot' mdere gemeente, ook aangekondigd, dat er „collecte voor de Vrije Universiteit" zal worden gehouden.

Laat ons daarop even de aandacht vestigen. Als de Kerkeraad, die deze collecte aankondigt, daarmede die collecte bedoelt, waartoe de ierken vroeger, ter Generale Synode, in 1892, jesloten hebben, dan raden wij zeer aan zich mders uit te drukken, en de meer juiste uitIrukking : „collecte voor de Theol. Faculteit der ,Vi"ije Universiteit" te gebruiken.

Om drie redenen.

Allereerst omdat vroeger op de Generale ïynode niet aan de Kerken is „aanbevolen," ninstens eenmaal 'sjaars voor „de Vrije Universiteit" te collecteeren, maar minstens „eenmaal 3 jaars voor de opleiding van Dienaren des Voords aan de Vrije Universiteit," dus voor de Tlieol. Faculteit te willen collecteeren.

Zoo is toen bepaald, gelijk men zich nu ook vel weer herinneren zal; en de collecte dus zoo .an te kondigen, als men die officieele collecte iedoelt, is het beste.

In de tweede plaats is het beter dat men die officieele" collecte niet bekend make als „col3cte voor de Vrije Universiteit", maar haar noeme, elijk behoort, „collecte voor de Theol. Faculteit er Vrije Universiteit", omdat er broeders of usters zouden kunnen wezen, die wel bereid ijn om voor de Theol. Faculteit eene milde ave te geven, doch, uit beginsel of om andere edenen, onbereid zijn om voor de Vrije üniersiteit zonder meer, iets in de collecte te doen. In officieel bezien, is het hun door de Kerken ok niet aanbevolen eene bijdrage te geven voor e Universiteit in het algemeen, zoodat men un bezwaar moet billijken en hen deswege bij et collecteeren niet moet hinderen. Weest ook ierin zonder aanstoot te geven.

In de derde plaats eindelijk is het beter, dat „de" □llecte bekend gemaakt worde op preekstoel en ï Kerkbode als collecte voor de Theol. Faculteit er Vrije Universiteit, omdat de gaven voor de rije Universiteit zelve daardoor kunnen verleerderen.

Wat is namelijk het geval.

Als wij goed ingelicht zijn, zijn er enkelen geeest, die hunne contributie voor de Vrije