is toegevoegd aan je favorieten.

Amsterdamsche kerkbode; officieel orgaan van de Nederduitsche Gereformeerde Kerk (doleerende), jrg 19, 1905, no 953, 07-05-1905

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bl&ax.

WMHMMWi

WiMXWMKBrJ

uw*w!m!m»x»sn

Mededeeling -wordt gedaan van aangevraagde 5 en ingediende attestatiën.

Na de rondvraag gaat de praeses voor in 5 dankgebed en sluit hij de vergadering.

Amsterdam, 6 Mei 1905.

Aan eenen brief van ds Zwaan, uit Jogja ^ verzonden den 17sten Maart j .1., is het volgende ^ ontleend:

Geliefde Broeders in den Ileere, uwe brieven van 22 December 1904 en 9 J Februari 1905 zijn in goede orde ontvangen ^ en hebben ons ten zeerste verblijd. Inzonderheid 5 het bericht, dat door u nog f 2000 voor den J bouw van de kerk was toegestaan. ^

Morgen of overmorgen ontvang ik het geld S reeds van de Nederlandsche Handelmaatschappij § te Semarang. 5

Met den bouw gaat het flink vooruit; doch i niet zoo vlug, als eerst door den aannemer ^ was beloofd. Maar over een paar weken zal de ^ kerk wel klaar zijn. i

Wat zoude ik u gaarne zien bij de ingebruik- ^ name van het nette kerkje. Wat zoude ik ^ gaarne willen, dat de gemeente te Amsterdam ^ getuige kon zijn van onze blijdschap en die 5 der javaansche gemeente. Maar waar dit on- J mogelijk is, danken wij u, ook namens de ^ javaansche broeders en zusters, hartelijk voor 5 de liefde en offervaardigheid, waarvan dit ^ kerkgebouw zulk een heerlijk bewijs is.

De duizenden Javanen, die hier voorbij gaan, ^ blijven allen verwonderd staan en kunnen maar ^ niet begrijpen, waarvoor dit huis is. Vooral 5 het torentje trekt zeer hunne aandacht.

Waar in Nederland elk dorp zijne kerk heeft, ^ is in Indië eene kerk eene zeldzaamheid. Hier ^ en daar in de groote plaatsen is eene protes- $ tantsche of roomsche kerk. En och. hoe klein ^ is in ons groot Insulinde het aantal inlandsche $ kerkjes. Moskeen voor den dienst van den Islam ^ zijn er in overvloed; maar geene kerkgebouwen ^ voor de prediking van het Evangelie. En daarom $ is ons kerkje in Jogja een teeken van des Heeren $ ontferming; een teeken van den zegen op onzen ^ arbeid. Dat velen straks mogen komen, om het $ • Evangelie te hooren in ons kerkgebouw. En ^ geve de Heere, dat ons gebouw weldra te klein ^ worde, opdat ook nog in een ander gedeelte $ van Jogja eene kerk moge verrijzen. In Jogja 5 alleen toch wonen meer dan 60.000 moham- J medanen; en dan nog eenige duizenden Chi- 5 neezen, waarvan ik weldra de eerstelingen in $ de gemeente zal opnemen.

Het zijn twee vrouwen, die, gelijk Lydia ^ weleer, acht geven op het Woord Gods, en $ van wie wij mogen vertrouwen, dat de Heere ^ haar hart geopend heeft. De doodentafel is $ door êéne van haar uit het huis verwijderd; $ en de andere blijft getrouw, hoewel haar man ^ met ijver de afgoden dient en niets van het 5 Christendom wil weten. Hoewel ik op allerlei $ bezwaren gewezen heb, die haar zullen over- J komen van wege het geloof, toch blijven zij 5 standvastig en verzoeken dringend door den ^ Heiligen Doop in de gemeente te worden op- 5 genomen. 5

Ook uit de Javanen worden telkens nieuwe $ hoorders opgemerkt. Er zijn er ook, die ons ^ wéér verlaten hebben, na eenigen tijd het $ Evangelie gehoord te hebben. Wie een Evan- $ gelie verwachten, dat naar den mensch is, ^ keeren straks teleurgesteld terug. Doch die 5 gelooven, haasten niet. Laat ons in stilheid v voortgaan met het uitstrooien van het Evan- ^ geliezaad en op 's Heeren tijd zal de vrucht $ gezien worden.

Daaiom verblijdt het ons ook, dat gij er op J aan dringt, het aantal helpers uit te breiden. 5 Ik heb nu weêr twee leerlingen op de Keuche- ^ niusschool doen overgaan. Het meerendeel van ^ de leerlingen op de kampongscholen zijn islamsch 5 en dezen loopen de school meestal niet af. En J de christenkinderen, die op de school zijn, zijn ^ nog te weinig in aantal en te jong, om voor >

de Keuchieniusschool in aanmerking te komen. 5

buiten mij om zoo geslonken is, weêr te doen $ stijgen. De andere zendende Kerken kunnen J ook geene leerlingen afstaan; vooral ook nu $

as i^eieienuus iiiucl gciiuipcn wuiu.cn. ^

Het aantal schooltjes is nog klein. In Jogja J zijn er twee; één op Gondokoesoeman met 50 ^ leerlingen, één op Toengkak met een 40-tal en ^ één in de dessa Penten met 16 leerlingen. In ^ Jogja zouden er nog best een paar bij kunnen. 5 Wegens de subsidie mag ik metéénen kweeke- ^ ling niet meer dan 50 leerlingen op de school J hebben. Wegens gebrek aan helpers kan ik $ het aantal scholen nog niet uitbreiden.

Voor de scholen te Jogja heb ik de subsidie ^ niet ontvangen. Bij onderzoek bleek mij, dat ^ wel de verslagen van de scholen waren opge- $ zonden maar niet de door mij ingediende aan- J vragen om subsidie. Ik heb daarom nu eene $ aanvrage om subsidie ingediend voor het jaar $ 1904 en voor dit jaar. Ik hoop nu maar, dat ^ ik de subsidie spoedig ontvang. Als de Keu- $ cheniusschool bloeit, kon er later heel wat ge- $ daan worden voor het christelijk onderwijs; ^ maar dan zal het ook noodig zijn, dat de re- $ geering dit particulier onderwijs geene hinder- $ palen in den weg legge maar krachtig steune. J

Ook de oprichting van eene europeesche chris- 5 lijke school wordt dringend noodig; vooral als $ ook straks ds Bakker als docent en br Koelewijn 5 als directeur van de Keucheniusschool zich in $ Jogja komen vestigen. Pogingen om daartoe te $ geraken, worden reeds aangewend. En als de ^ fmantiën het niet onmogelijk maken, zal het 5 plan wel doorgaan. De kosten zijn echter groot $ in vergelijking met de oprichting van eene ^ school in Holland; en onze kring is zoo klein. $ Alleen de overtochtskosten bedragen reeds een $ heel kapitaal.

Ook wordt nog beraamd het plan, om eene 5 school op te richten voor meisjes uit den $ javaanschen adel (internen en externen). Kun- ^ nen de kosten uit de schoolgelden bestreden 5 worden, dan kan het plan verwezenlijkt worden $ en zoude ook deze arbeid zeker de Zending ^ ten goede komen.

Alzoo wordt Jogja al meer het centrum van ^ onzen zendingsarbeid.

Natuurlijk vermeerdert daardoor ook mijn $ arbeid. Het is nu al een heel werk, om tus- $ schen den anderen arbeid door, al de broeders ^ en zusters te bezoeken vóór de bediening van 5 het Heilig Avondmaal.

Over drie weken hoopt de gemeente het ^ Heilig Avondmaal te vieren. Ik hoop, dat ik 5 dan de kerk kan gebruiken; want in de kliniek $ gaat het niet langer. Gisterenmorgen was de ^ kliniek propvol. Er bleef ter nauwernood eene ^ plaats voor mij zeiven over. Een tweetal ont- 5 ving na belijdenis des geloofs den Heiligen ^ Doop. Bij de bediening van het Heilig Avond- 5 maal komen er dan nog bij degenen, die anders $ te Toengkak vergaderen, en de broeders en $ zusters uit Solo. • 5

Ik zou zoo graag eenen vasten helper te Solo 5

hebben, om onder de christenen te arbeiden ^ en de kinderen te onderwijzen. Die christenen $

zijn toch aan onze zorg toeb^trouwd en wij $ dragen er de verantwoordelijkheid voor. Ook 5 al wordt Solo niet bij ons zendingsterrein getrokken, toch blijft het onzen plicht, om de $ christenen, die door ons gedoopt zijn en bij t Jogja inwonen, geestelijk te verzorgen.

Uver den arbeid valt verder niets bijzonders ^ te rapporteeren. Eéne tuchtzaak is behandeld. 5 Het betrof een lid der gemeente. Hij was er zelf $ van overtuigd, dat hij zijne zonde openlijk belij- J den moest; iets wat voor eenen Javaan nog veel 5 erger is dan voor eenen hollandschen christen. ^

Van miinen rusttijd is wegens den kerkbouw 5

nog niets kunnen komen. Mijn toezicht was te i

veel noodig, gelijk dikwijls gebleken is. Doch 5

als de kerk klaar is en het Heilig Avondmaal ^

bediend, dan hoop ik eenigen tijd rust te nemen. 5

Hartelijk dank ook, broeders, voor de klok, ^ die ons zal worden gezonden. Dat er velen door

getrokken mogen worden tot onze koempoelan. 5

De kosten voor het meubilair bedragen heel ^

Ik hoop echter al mijn best te doen, om het 5 wat- ik laat nu 4U oanKen maten voor ƒ iaou s aantal leerlingen, dat door omstandigheden » Per stuk. Dat is dus reeds f 500. En daar zal 1

nog heel wat bij komen voor lampen, gordijnen enz. Maar de broeders en zusters dragen met liefde die kosten. Het is een goed middel, om den javaanschen christenen te leeren geven tot onderhoud van den kerkedienst.

Collecteeren in de kerk gaat niet met het oog op degenen, die niet tot de gemeente behooren en nog voor het Evangelie gewonnen moeten worden. Doch bij eiken uitgang zal ik eene houten bus plaatsen en voorts voortgaan met maandelijksche bijdragen te vragen.

Ik heb bij dezen brief eene nota ingesloten voor de maanden Januari, Februari en Maart. Door buitengewone omstandigheden is deze hooger dan gewoonlijk. Ten eerste is daarbij de rekening van den rooimeester a ƒ 105. Verder zijn nu alle gebouwen geassureerd voor eene som van f 13.880 tegen 1/2 Pct- of f 70 50. Hoewel deze kosten enorm hoog zijn, dorst ik toch niet langer wachten; vooral ook omdat het heele gebouw zoo hoog is; op den toren is daarom ook een bliksemafleider geplaatst. En in de derde plaats heb ik nu een rijwiel aangeschaft ten behoeve van de helpers a f 80. Ziedaar de oorzaken, dat de nota hooger is dan anders.

Tevens sluit ik hierbij in de nota's van br Zuidema voor de leerlingen der Keucheniusschool.

En hiermede, broeders, heb ik u kortelijk iets medegedeeld aangaande den arbeid op uw terrein.

Uwen dank aan de broederen Scheurer, Zuidema en de Gaay Fortman (thans weêr overgeplaatst naar Atjeh) zal ik overbrengen.

Alle broeders en zusters, alsook al onze helpers, mochten met opgewektheid arbeiden.

Om bijzondere omstandigheden heb ik met het schrijven wat gewacht; doch voortaan zal ik weêr spoediger u mededeelingen doen omtrent den arbeid.

Zegene de Heere u en ons in het werk tot bewaring en vermeerdering zijner Kerk.

Met hartelijke groeten aan u allen en aan de gemeente,

uw mededienstknecht en broeder in Christus.

Dit schrijven zal gewis met belangstelling en ingenomenheid gelezen worden.

De blijdschap der broeders en zusters, blanken en bruinen, over het voltooien van het kerkgebouw is verstaanbaar.

Met een enkel woord worde er aan herinnerd, dat het bedrag nog niet ten volle bijeen is; de noodige gelden zijn voorgeschoten; doch deze moeten worden gerestitueerd.

Worde deze zaak niet vergeten 1

Sommigen deden iets.

Reeds genoeg ?

Zeer velen deden niets.

Konden zij niet ?

Men overwege die beide vragen!

De beraadslagingen over de wijzigingen in de wet op het Lager Onderwijs in de Tweede Kamer gingen al kruipende voort.

Maar al te duidelijk kwam aan het licht, dat alles aangelegd werd op een zooveel mogelijk vertragen van den gang van zaken.

Wanneer eenigen zich daarop toeleggen willen, is het nog al gemakkelijk, enkele puntjes te vinden, waarover ellenlange redevoeringen

kunnen worden gehouden.

Gelukkig zagen de voorstanders dezen wet dat .in en onthielden zij zich zooveel mogelijk van spreken.

Deze zonderlinge gedragslijn der mannen van liberalen huize is nog al kenmerkend met het oog op hun beweren, dat ons volk zoo gehecht is aan het systeem der openbare school.

De voorgestelde regeling zal geen ander effect