is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 607, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook moet men vooral opletten, of de wortel misschien deze laag reeds doorgroeid had, voordat de gesloten laag zich bijv. uiteen mechanische schijnstructuur had kunnen vormen. Er zijn inderdaad allerlei bedriegelijke verschijnselen, die den niet ervaren profielonderzoeker op een dwaalspoor kunnen brengen. ..Wij merkten reeds op, dat de haarwortels nog veel gevoeliger zijn, dan de gewone vertakkingen. Komt een wortel ineen zwakke verdichting, of ineen schijnstructuur nog tot ontwikkeling, dan zal meestal blijken, dat ze toch geen haarwortels, haar eigenlijke voedmgsorganen, heeft gevormd. Wij hebben in dit opzicht bijv. reeds een duidelijk verschil kunnen constateeren tusschen wortels van staande granen en legerende plekken. Lit dit alles blijkt veeleer de passieve houding van den wortel, zelfs tegenover vrij geringe storingen inde werkzaamheid van den grond. Alleen ineen werkelijke op biologischen grondslag rustende kruimelstructuur kan een plantenwortel zich vrij en normaal vertakken. Voorbeelden van wortels, die in lengterichting groeiende groote weerstanden hebben overwonnen, hebben wij tot dusverre niet aangetroffen. lets geheel anders is echter het effect van den diktegroei, waarbij inderdaad grond op zij kan worden gedrongen. Dit heeft echter met de uitbreiding van het wortelstelsel, waarover wij hebben gesproken, niets uitstaande. Ihans komen wij tot de beantwoording van het door Ir. Visser naar voren gebrachte overeen door hem en den scheikundige Dr. van Itallie verrichte contróle-onderzoek, inzake het door ons geconstateerde verband tusschen de zaaidiepte van haver en het optreden van Hooghalensche ziekte. Beide heeren hebben ineen onderling correspondentieblad van den Kijkslandbouwvoorlichtingsdienst hierover meer uitvoerige gegevens \erstrekt en hieruit is ons gebleken, dat het geheele onderzoek alleen reeds daarom onjuist moet worden geacht voor dit doel omdat het zuiver statistisch is opgezet. Men heeft niet. zooals het klinisch behoort, elke plant afzonderlijk in haar eigen milieu beschouwd met de daar optredende structuur, zaaidiepte, lengte van den halmheffer, beworteling en ziektegraad’ maar telkens groepen van 10 tot 40 planten, die gemiddeld dé ziekte iets erger, of minder erg vertoonden en heeft dan telkens voor een dergelijke groep een oppervlakte uitgemeten vaneen halven m2 grond om ook hiervan nog enkele gemiddelde grootheden te bepalen. Men heeft aldus vaneen groep van 10 tot 40 planten, die toevallig bijeen stonden, den gemiddelden halmheffer en het gemiddelde o-e-jiajte aan MgO inde droge stof bepaald en van de bijbehoorende halve m grond een gemiddelde pH en een gemiddeld poriënvolume. Vooral een gemiddeld poriënvolume vaneen bouwvoor heeft heelemaal geen waarde, omdat deze normaal uiteen bovenste en onderste krmmellaag en een middenbank bestaat. . ,Do°r de wiskundige bewerking van dit materiaal heeft men nu juist alle klinisch interessante verschillen weggerekend. Een onderzoek als dit leent zich volstrekt niet voor statistische bewerking omdat verschdlende belangrijke factoren, die hierbij een rol spelen plaatselijk een geheel tegengesteld effect kunnen hebben. By eenzelfden totalen magnesiumvoorraad inden erond kan

58