is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 609-610, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8. , I932- Dito, 2de deel. Zeitschr. f. angew. Ent., Bd. XIX, H. 2, blz. 188—207. 9. Fintelmann, L., 1839. Beitrage zur naheren Bestimmung und Naturgeschichte einiger Lophyren. Nov. Act. Leop. Carol., 01. XIX, P. 1, 10. Fluiter, H. J. de, 1932. Eenige mededeelingen betreffende het optreden van Pteronus pini (L.) in Nederland en zijn parasieten. Tijdschr. v. Entom., Deel 75, blz. XLI—XLV. 11. ~ 1932. Bijdrage tot de kennis der biologie en epidemiologie van de gewone dennenbladwesp, Pteronus (Lophyrus) pini (L.) in Nederland. Tijdschr. over Plantenziekten, 01. XXXVIII, 7e afl., blz. 125—173 1 8e afl., blz. 173—197. 12. , 1932. Lophyrus pini L. en zijn parasieten. Tijdschr. over Entom. Dl. 74, afl. 2 en 3, blz. LXXXII—LXXXVIII. 13. , 1933. Korte mededeeling over de biologie van Microcryptus subguttatus Graw, het belangrijkste parasietische hymenopteron van Diprion pini L. Tijdschr. ov. Ent., L.XXVI, blz. VIII—XIII. 14. , 1932. Het uitkomen van de imago van Diplostichus tenthredinum 8.8. uit den gesloten cocon van Diprion pini L. Entom. Berichten, Deel VIII, Nr. 188, Nov. 1932, blz. 417—420. 15. , 1933. Nogmaals iets over het uitkomen van de imago van Diplostichus tenthredinum 8.8. uit den gesloten cocon van Diprion pini L. Entom. Berichten, Deel VIII, No. 191, 1 Mei, blz. 487—493. 16. . Over het tijdstip, waarop de gewone dennenbladwesp, Diprion pini L., bestreden dient te worden. Nederl. Boschbouw-Tijdschrift, Jaarg. 7, afl. 3, blz. 70—82. 17. ' . Over de levenswijze van de gewone dennenbladwesp, Diprion pini L. en enkele harer voornaamste hymenoptere parasieten, de Chalcidide, Closterocus spec. (eiparasiet) en de Cryptide, Microcryptus subguttatus Grav. (coconparasiet). „De Levende Natuur” separaat. 18. , 1933. Het probleem der insectenplagen. Landbouwkundig Tijdschrift, 45ste jaarg., Nr. 550, Oct. 1933. 19. Fransen, I. /., 1937. De bestrijding van de dennenbladwesp (Diprion pini L.). – Tijdschrift der Nederl. Heide Mij, Afl. 11, blz. 359—411. 20. Göszwald, K., 1936. Physiologische Untersuchungen über die Einwirkung ökologischer Faktoren, besonders Temperatur und Luftfeuchtigkeit, auf die Entwicklung von Diprion (Lophyrus) pini L. zur Feststellung der Ursachen des Massenwechsels. Zeitschr. f. angew. Entom., Bd. XXII, Heft 3, pp. 331—385- 21. Hartig, 1860. Blattwespen. (neue Ausg.), blz. 89—173, Berlm. 22. Henniger, 1904. Bericht im Archiv des Instituts f, ang. Zoologie der Univ. München von 22. Okt. 23. Henze, 0., 1934. Über die Wirkung strömender Luft auf die Entwicklung von Lepidopteren. Zeitschr. f. angew. Ent., Bd, 21, H. 3. 24. Houtzagers, G., 1936, De dennenbladwesp (Diprion pini L.). Tijdschrift der Nederl. Heide Mij., Afl. 12, pp. 439—449. 25. Kluyver, H. N., 1931. Verslag van de Ornithologische afdeeling van den Plantenziektenkundigen Dienst, Wageningen. 26. Muller, 1824. Afterraupenfrass, 2te Aufl. Aschaffenburg. 27. Nördlinger, 1884. Lehrbuch des Forstschutzes. Berlin. 28. Nüsslin, Leitfaden der Forstinsektenkunde, 2te Aufl. Berlin 19i3, blz. 440—445, 4te Aufl. Berlin 1927, blz. 502—507. 29. Ratzeburg, 1884. Die Forstinsekten, Dl. 3, blz. 85—103. 30. Ritzema Bos, J., 1882. Landbouwdierkunde, deel 11, blz. 275—277. 31. , iqii. De boschmuis (Mus sylvaticus) Tijdschr. over Plantenziekten, Bd. XVII, blz. 61. 32. Scheidter, F., 1919. Über die F'eststellung des Parasitenbesatzes bei Forstschadlingen. Forstw. Centralbl., Bd. XLI, No. 1, blz. I—ls,1—15, 66—74, 109—n6. 33- , 1926. Forstentom. Beitrage, No. 2, Zeischr. Pflanzenkrankheiten, Bd. XXXVI, blz. 17—21; Idem No. 4, blz. 146—152; No. 8, blz. 193—202 en No. 9, blz. 202—209. 34- Taschenberg, E. L., 1874. Forstwirtsch. Insektenk. Leipzig. Ed. Kummer 1874. „35- Zwölfer, W., 1934. Studiën zur Ökologie, ins Besondere zur Bevölkerungslehre der Nonne, Lymantria monacha (Vermehrungspotential und Sterblichkeit der Entwicklungsstufen in ihren Beziehungen zu Tem-

247