is toegevoegd aan je favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleider zegt, dat het geenszins gaat in dezen om een eenige oplossing van het vraagstuk. Daarvoor zullen zeker verscheidene wegen moeten dienen, maar men sluiteden aangewezen weg niet af, doch helpe ook daarbij zooveel mogelijk. De Heer C. W. Bagchus: De mogelijkheid van kleine erfpacht moet open blijven, omdat er, weliswaar weinige, doch hoopvolle voorbeelden zijn van goed onderlegde krachten, die wèl slagen. Doch dan moeten de kapitaalkrachtigen niet uitgeschakeld worden. Een speciale richting, bijv. van vruchtencultuur, zal daarbij moeten worden ingeslagen. In het algemeen dus cultuur van hoogwaardige gewassen voor de locale markt. Daar zit echter risico aan vast, hetgeen kapitaal en vakkennis eischt. Inleider stelt gaarne het deskundig oordeel van dezen debater naast dat der vorige ook deskundige debaters, waaruit immers volgt, dat mogelijkheden om te slagen onder bepaalde voorwaarde geenszins a priori uitgesloten behoeven te zijn. Ir. G. C. W. Ch. Tergast: Spreker wijst er op, dat naar zijn persoonlijke meening het Indo-vraagstuk geen oplossing kan vinden door de Indo’s om te vormen tot landbouwers, die zelf al het werk op hun land zouden moeten doen. Op deze wijze kan uiteindelijk alleen het resultaat zijn, dat zij gelijkgeschakeld worden naar beneden, naar inheemsch landbouwerspeil. ’t Zelfde zal het feit zijn met hen, die een oplossing zoeken in industrialisatie (opm. Prof. Te Wechel), voor zoover hiermede bedoeld wordt, dat zij arbeiders in industrieën moeten worden. Ook daar wordt de concurrentie van inheemsche zijde, met haar lagere levensbehoeften, op den duur te groot en onbestrijdbaar (vide het succes van b.v. Chevroletfabriek te Tandj. Priok eenige jaren terug). Spreker vraagt zich af of niet veeleer alle krachten, die het wel meenen met de Indobevolking, gericht moeten zijn om een stand van kleinondernemers in het leven te roepen zoowel op ’t gebied van landbouw als industrie. In dit verband geeft gronduitgifte van 5 bouws, gelijk volgens den geachten inleider het ontwerp-Spit aangeeft, geen uitzicht. Vanzelfsprekend zullen niet alle Indo’s hiermede geholpen kunnen worden. – Een deel zal immer tot het Inlandsche levenspeil wegzakken. Maar het deel, dat wel op deze wijze geholpen zou kunnen worden, kan voor de Nederlandsche, de Nederlandsch-Indische zaak van zeer groot nut blijken te zijn. Inleider wijst er op, dat de reeds bestaande regeling van de kleine erfpacht, mits gemakkelijk gemaakt, kan helpen inden zin als door debater aangegeven. Dr. J. R. Beversluis: Is van Gouvernementswege ook overwogen, of zijn er wellicht reeds regelingen getroffen, om aan den Indo-Europeaan ook voor andere bestaansmogelijkheden installatiekosten en bedrijfskapitaal in voorschot te verstrekken, op dezelfde wijze als thans geschiedt voor vestiging als klein-landbouwer ? Bijvoorbeeld voor vestiging als ambachtsman, winkelier, handelaar of ondernemer in klein-industrie ? Inleider wijst op de hulp aan Indo-werkloozen verstrekt door de 1.M.1.W. enz. Overigens gaat de vraag van debater buiten het onderwerp dat aan de orde is, om. Het lijkt echter ook inleider zeer geraden dat, wil men den Indo werkelijk helpen, men hem daartoe

zooveel mogelijk wegen ter beschikking stelt.

291