is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lets over den handel in vruchten in Nederlandsch-Indië door Ir. E. L. LEVIE, Tuinbouwconsulent bij het Departement van Economische Zaken. Some facts abont the trade in fresh fruit in the N etherlands-East- Indies.

Summary p. 396.

De omvang van dezen handel is slechts bij benadering te bepalen, wegens de onvolledigheid der statistieken. Per spoor en boot worden inden Archipel per jaar een 65.000 ton vruchten vervoerd, waarvan 7500 ton worden geëxporteerd. Het vervoer per autobus en als draagvrachten is onbekend, doch kan gerekend worden van dezelfde grootte-orde te zijn als het vervoer per spoor en boot. Het totaal van dit verhandelde product kan op meer dan xOO.OOO ton per jaar worden gesteld. Welk gedeelte is dit nu van de totale productie? Als wij weten, dat er op Java, volgens schattingen, 120 millioen pisangboomen aanwezig zijn en 3 millioen mangga’s en dat deze boomen ongeveer 10 kilo fruit per jaar opbrengen, dan is de fruitproductie op Java op 1.200.000 ton per jaar te stellen. En deze schatting is nog maar heel matig, aangezien daarbij de opbrengst van de tientallen andere inheemsche vruchtboomsoorten geheel buiten beschouwing werd gelaten. Uit deze getallen blijkt, dat van de totale fruitproductie waarschijnlijk nog geen 10 % in het verkeer komt; 90 % wordt door de bevolking zelf geconsumeerd en dient dus voor voorziening van eigen behoeften. Toch zijn er streken, waar de bevolking relatief grootere kwantiteiten verkoopt en waar de productie voor de markt een grootere plaats in gaat nemen. Genoemd dienen te worden de Ommelanden van Batavia, de manggastreken van Indramajoe-Cheribon en Pasoeroean en de djeroekstreken bij Malang en Garoet. Inde regentschappen Cheribon en Indramajoe wordt waarschijnlijk meer dan de helft der productie verkocht, welk cijfer bekend kon worden, doordat alleen daar het autobusvervoer geregeld wordt opgenomen. Typisch voor dezen handel is, dat de vruchten in kleine partijen worden voortgebracht. Een boombezit van 20 djeroekboomen in het Garoetsche en 20 manggaboomen in het Indramajoesche ligt al boven het gemiddelde, terwijl op een aantal van 350.000 boomen in het Cheribonsche en Indramajoesche er slechts 8 boomgaarden van meer dan 100 boomen voorkomen. De verhandeling het markten van deze vruchten, die dus in kleine partijen worden geproduceerd, is moeilijk, omdat de omvang van die partijen een economisch vervoer niet toelaat. Hiertoe dienen de partijen gecombineerd te worden, hetgeen tot de taak van de handelaren behoort. De handelaar begint zijn taak niet overal op een zelfde punt op den weg van producent naar consument. Inde Ommelanden van Batavia, waar gedurende het geheele

392