is toegevoegd aan uw favorieten.

Landbouwkundig tijdschrift; maandblad van het Nederlandsch Genootschap voor Landbouwwetenschap, jrg 50, 1938, no 612, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schimmel en van den splijtkanker nog niet beëindigd zijn, zijnde voorloopige resultaten met blootleggen hoopgevend. Lamtoro en Acacia decurrens zijn zeer gevoelig voor deze schimmels en het verdient daarom aanbeveling met deze doch b.v.b. dadap en albizzia voor schaduwboomen te gebruiken. ■ . IVi.

MANILLAHENNEP. 19. Manillahennep (Musa textilis). Berg cultures 11 jg., nr. 43, bis. 1531—<533 (’37)- In het wild wordt dit gewas aangetroffen op de Soengei- en Talaud-eilanden. De cultuur hiervan heeft tot dusver alleen op de Philippijnen een groote vlucht genomen Op Java en Sumatra werd ± 1905 met den verbouw van de Manillahennep aanvankelijk veel succes behaald. In ’n werd reeds jaarlijks 200 ton vezel geproduceerd. Dit gewas werd in dien tijd meestal als cateh-crop geplant en wel met Hevea, waarvan de prijzen toen laag waren. Toen echter de rubberprijzen opliepen, daalde de belangstelling voor de Manillahennep steeds meer. Eind '24 kwam nog slechts inde Lampongs pp 340 bws. manillahennep in overwegenden aanplant voor en 42 bws. als catch-crop van rubber. Ultimo '35 bedroeg de aanplant in Zuid-Sumatra van twee ondernemingen 544 ha, waarvan 393 ha in productie, die 7060 kg vezel produceerden. De Philippijnen exporteerden in datzelfde jaar echter 188.201 ton. De manillahennep levert de belangrijkste touwvezel en wel voor kabels en scheepstrossen. De vezel is sterk, buigzaam, fraai van glans en klem, dujtt op zeewater en is tegen dit water bestand. _ . Met den verbouw van dit gewas werden hier te lande de beste resultaten verkregen op vulkanische gronden met een diepe bouwkruin en een goede luchtcirculatie, terwijl t.a.v. het klimaat een gelijkmatig verdeelde regenval met een minimum van ut 2000 mm per jaar en een maximale aaneengesloten droogteperiode van één maand, vereischt is. Boven 600 m groeit het gewas wel, doch het rijpt dan zeer langzaam. .... Met de indertijd uit de Philippijnen geïmporteerde vaneteiten Mangidanon en Tangongon zijn goede resultaten bereikt. Geplant kan worden met spruiten of wel zaailingen. Voor een ongemengden aanplant zal een plantverband van 2 X 2 m het best voldoen. Het oogsten kan beginnen wanneer de bloemstengels zichtbaar worden. De eerste oogst zal ± 1 a ip2 jaar na het planten plaats kunnen hebben. Om de twee maanden worden de rijpe stammen uitgekapt. De producties loopen zeer uiteen. Inde Philippijnsche provincie Bical wordt per jaar en per ha 2 a 3000 kg dioge vezel gewonnen, terwijl inde provincie Davao de opbrengsten varieeren tusschen 550 en 950 kg. De oorzaak, dat in Ned.-Indië de cultuur van dit gewas nog geen groote vlucht heeft genomen, hoewel bodem en klimaat plaatselijk daar zeei geschikt voor zijn, moet gezocht worden inde omstandigheid, dat men hier getracht heeft de cultuur als groot-cultuur te drijven en de bereiding machinaal te doen geschieden. Inde Philippijnen daarentegen wordt de manillahennep gedreven als bevolkingscultuur, terwijl de bereiding met de hand plaats heeft. De machinaal gewonnen vezel is van mindere kwaliteit dan de met de hand bereide vezel, waartegenover staat, dat de handbereidmg zeer veel tijd vergt. Uit proefnemingen bleek, dat de Inlander in 8 uren 3 a 6 kg vezel kan bereiden (de Philippino 12 kg). De afdeeling Nijverheid constateerde in '36, dat het aanbeveling verdient de cultuur van manillahennep als bevolkingscultuur te propageeren en de vezelwinning uit de hand te doen geschieden, eventueel met behulp van goedkoope ontvezelmachines. De voornaamste afnemers van manillahennep zijn Japan, de V.S. van Amerika, Engeland en Europa. Inde periode '30—’3S was de vraag naar touwvezel zoo gering, dat inde Philippijnen de aanplantingen werden verwaarloosd en er ook geen nieuwe aanplant inden grond werd gebracht. Toen na '35 de vraag naar dit product sterk toenam, kon Manilla niet aan de vraag voldoen, en bleven een groot aantal orders onuitgevoerd. Door de Commissie van Advies inzake de bevordering van de cultuur voor handelsgewassen, worden verschillende onderzoekingen verricht betreffende de cultuur, de bereiding en rentabiliteit van dit gewas. A. M. RIJST. 20. TAN SIN HOUW. De proefrijstpellerij van het Centraal Bureau voor Technische Onderzoekingen der Afdeeling Nijverheid. Landbouw, 13 jg., no. 11, bis. 550-—562 (’37)- Volgens S. werd in '34 de proefpellerij van de Afd. Nijverheid in werking gesteld in

486