is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1879, no 6, 1879

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJDRAGEN TEE HERKENNING VAN BOTEEVERVALSCHING.

voldoende, aangezien een winstgevende fabriek van kunstboter met zulke kleine toevoegingen ónmogelijk zich kan bezig houden. In alle inde praktijk voorkomende gevallen zal er minstens sprake zijn van toevoegingen van 40 pCt., maar inden regel zullen zij dat cijfer nog aanmerkelijk overschrijden. Het vooroordeel, dat inden kring van leeken tegen deze methode wordt gekoesterd, is ongerechtvaardigd. Het vindt zijn oorzaak inde omstandigheid, dat voor het onderzoek van andere waren, vooral van dat van melk, het specifiek gewicht alléén een hoogst twijfelachtige maatstaf is, terwijl hier de scheikundige analyse onloochenbare kenteekenen aanwijst. Hu denkt men, dat het ook bij de kunstboter-fabricage gemakkelijk moet zijn, om het specifiek gewicht der boter te vervalschen, maar men vergeet daarbij, dat het niet te doen is om het onderzoeken van het specifiek gewicht der boter zelf, maar om dat van het uitgesmolten botervet, welks specifiek gewicht eenvoudig daarom niet vervalscht kan worden, omdat men onder de gewone vetten er geene kent, die bij de vroeger genoemde temperatuur een hooger specifiek gewicht zouden hebben dan het natuurlijke botervet. Het chemisch onderzoek daarentegen, waarin de leek zooveel vertrouwen stelt, laat den scheikundige licht inden steek, omdat juist de chemische constitutie van het botervet veel overeenkomst heeft met die van andere vetten. Niettemin bestaat er onder de chemische methoden eene, die op een zoodanig blijvend verschil in samenstelling tusschen boter en andere vetten berust, en deze methode is een tweede middel, dat wij gelijktijdig met het eerste ter aanwending aanbevelen overal, waar de vraag gesteld wordt: „is het echte boter of kunstboter?” Deze methode berust hierop, dat echte boter een aanmerkelijk grootere hoeveelheid gemakkelijk vluchtige vette zuren bevat dan alle andere vetsoorten, die voor vervalsching kunnen dienen. Wanneer men 5 O. uitgesmolten botervet met 2 Gr. kaliumhydroxyde en 40 cM3 sterken alcohol verzeept, de daardoor ontstane zeep met 40 cM3 Engelsch zwavelzuur onder toevoeging van 100 cM3 water oplost en vervolgens, onder weder bijvoeging van het eerst overgekomene, 100 cM3 afdistilleert, zoo zal men bij échte boter, ter neutraliseering van dit distillaat, 21 a 29 cM3 vaneen tiende-normaal-alkalioplossing moeten gebruiken, terwijl men bij andere vetten daarvoor veel minder noodig heeft. Ook volgens deze methode kunnen grove vervalschingen gemakkelijk ontdekt worden; bij geringere daarentegen blijft men altijd in het onzekere. Andere methoden, zooals schudden met alcohol en ether

103