is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1881, no 4, 1881

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LEZING OVER DE VOEDINGSWAARDE VAN PAARDEBOONEN.

levensverschijnselen, met chemische, physisehe en mechanische krachten die neven en op elkander inwerken, waarvoor de physioloog inde eerste eeuwen nog een onmetelijk uitgestrekt veld voor zich heeft om te bearbeiden , daarbij komt dat alle dieren niet denzelfden aanleg hebben. Ik eindig hiermede, dat op de vraag haar de voedingswaarde der paardeboonen, de marktberichten de maatstaf moeten aangeven en geen zuiver antwoord kan gegeven worden, en de practijk ons hier de weg moet wijzen! C. S. N. Naschrift. Hoewel wij het met den geachten auteur volkomen eens zijn, dat de wetenschap, ook betreffende de leer der voeding van mensch en dier, nog voor eene menigte van verschijnselen de verklaring schuldig moet blijven, gelooven wij toch dat zij reeds meer aan het licht gebracht heeft, dan men uit bovenstaande regelen zou meenen te moeten opmaken. Wij komen waarschijnlijk op dit hoogst belangrijke onderwerp ineen der volgende Maandbladen terug en houden ons zeer aanbevolen voor eenige beschouwingen hieromtrent, zoo een onzer lezers zich opgewekt mocht gevoelen er iets over te schrijven als bijdrage in dit blad. Het onderstaande opstel, met vergunning van den schrijver overgenomen uit het Friesche blad „Oostergo”, te Hokkum), geeft reeds een bewijs, welke belangrijke gevolgtrekkingen voor de practijk uit de leer der voeding, zoo als deze thans op grond van scherpzinnige en nauwkeurige onderzoekingen algemeen wordt aangenomen, gemaakt kunnen worden. lETS OVER VEEVOEDER. Naar aanleiding van het hier inden laatsten tijd ingevoerde Spaamch veevoeder, neem ik de vrijheid U Mijnheer de Kedacteur! een plaatsje in uw blad te verzoeken, ten einde dit artikel nader bij mijne rnedevcehouders bekend te maken, en om hun zoo mogelijk van de hooge waarde, en in verhouding tot ander bijvoeder lageren prijs te overtuigen, dit althans onder hunne aandacht te brengen. Eene beschouwing over de samenstelling van het gewone veevoeder als hooi en stroo enz. alsmede over eene analyse van het meest gebruikte bij- of krachtvoeder zal ik niet houden, aangezien dit te veel plaatsruimte zoude innemen. Alleen dit. Wanneer men de waarde vaneen of ander voeder gaat bepalen, behoort men inde eerste plaatste vragen, of het onderhavige artikel rijk is aan eiwit, vet en verteerbare koolhydraten. Dit toch zijnde drie voornaamste bestanddeelen, welke noodig zijn tot de ontwikkeling en verdere doeltreffende productie van het vee. Vooral is het het eiwit, dat om zijne hooge waarde bovenal behoort gezocht te worden. Vet, hoewel ook hoogst noodig, kan toch in veel mindere hoeveelheid worden toegediend en is als veevoeder veel goedkooper dan eiwit, terwijl koolhydraten om hunne mindere krachtige voedingswaarde een meer ondergeschikte rol spelen, en dientengevolge veel goedkooper zijn. Bovendien zijn er in hooi en stroo naar verhouding meer kool-

61