is toegevoegd aan uw favorieten.

Maandblad voor den Nederlandschen landbouwer, 1881, no 6, 1881

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CULTUÜRPROEYEN MET OPLOSBAAR EN

onwelgevallig, dat dooi- eene korte beschrijving de oorsprong en de eigenlijke beteekenis van den strijd nog eens weder in herinnering wordt gebracht, voor dat wij tot de beschrijving overgaan van eenige proeven, die hieromtrent reeds genomen zijn. Zooals men weet is het phosphorzuur (met stikstof en kali) eender drie hoofdbestanddeelen, die door bemesting van het land moet toegevoerd worden ; een bestanddeel, dat in zeer groote hoeveelheid in de beenderen der dieren en verder van de cultuurgewassen het meest inde granen wordt aangetroffen. Nu bestaan er verschillende stoffen, die inden handel verkrijgbaar zijn , waarin het phosphorzuur in meer of minder groote hoeveelheid aanwezig is; doch terwijl in sommige de verbinding, waarin het voorkomt, in water oplosbaar is en in dien vorm gemakkelijk door de plantenwortels kan worden opgenoraen, is dit met andere niet het geval. Er zijn er, waarin het genoemde zuur moeilijk (niet in water maar wel in citroenzure ammoniak) oplosbaar is, terwijl het in eene derde soort onoplosbaar of eigenlijk alleen in zeer sterke zuren (zwavelzuur, zoutzuur) oplosbaar is. Men kan dus gemakkelijk, moeilijk en niet oplosbaar (of onoplosbaar) phosphorzuur onderscheiden. Het laatste, dat, als phosphorzure kalk in sommige mineralen en ook in beenderen en beenderkool voorkomt, wordt door fabriekmatige behandeling met een sterk zuur, meestal zwavelzuur, in oplosbare verbindingen overgebracht; alleen door deze behandeling verkiijgen de stoffen, waarin onoplosbare phosphorzure verbindingen aanwezig zijn , eenige beteekenis als bemestingsmiddel. Daaromtrent bestaat geen twijfel meer. Alleen de beenderen en vooral het stoffijn gemalen en gestoomde beendermeel maken op den algemeenen regel eene uitzondering. Hoewel het phosphorzuur daarin ook wel in water onoplosbaar is, wordt door de fijne verdeeling, tevens in organische verbinding, waarin het voorkomt, de oplossing inden grond zeer bevorderd. De door behandeling met zwavelzuur oplosbaar gemaakte phosphorzure verbindingen, verliezen echter in sommige gevallen met den tijd een gedeelte van hunne oplosbaarheid. Vooral in zulke, die veel ijzerzouten (doch ook wel in andere), gaat het eenmaal opgeloste- in het moeilijk oplosbare phosphorzuur over: het „gaat terug” zooals de technische term luidt, en het is over de waarde van dit „teruggegaan” tegenover het volkomen oplosbare phosphorzuur, dat de strijd gevoerd wordt. Tegenover de fijn gemalen beenderen en de beenderkool nl., de allerbeste doch dure grondstof tot het bereiden van superphosphaten (zoo worden de phosphorzuurrijke hulpmeststoffen na hunne behandeling met zwavelzuur, zie boven, genoemd), waarbij het minste gevaar van „teruggaan van het opgeloste phosphorzuur te duchten is, bestaan er in sommige streken van Spanje, Erankrijk, Duitschland en elders uitgestrekte bergmassa’s, die mineralen opleveren met een zeer hoog phosphorzuürgehalte _en welke mineralen voor betrekkelijk geringen veikrijgbaar zijn. Inde hiervan bereide superphosphaten gaat echter, vooral in zulke welke veel ijzer bevatten, het opgeloste phosphorzuur vrij spoedig in het moeilijk oplosbare phosphorzuur over. Daar deze superphosphaten tegen aanmerkelijk lageren prijs geleverd kunnen worden dan die uit beenderen bereid, ligt bet voor de hand, dat het niet alleen voor_ raeststofhandelaren maar ook voor landbouwers van groot belang zou zijn, wanneer zij volkomen verzekerd waren, dat

86